Terug naar Malpertus | Johan Sanctorum

Over humor en satire in woketijden

20,00

In Stock

In het nieuws

Johan Sanctorum baseert zich in zijn nieuwe boek Terug naar Malpertus op het Reynaertepos om de hedendaagse censuurmaatschappij aan te klagen.


Met zijn boek Terug naar Malpertus leidt Johan Sanctorum ons terug naar de vos Reynaert. Een radicaal verzet tegen de nieuwe censuurmaatschappij, met zin voor diepgang en achtergronden.


Johan Sanctorum schreef een boek over humor in woketijden dat nog lang een referentiewerk bij uitstek zal blijven.


Johan Sanctorum baseert zich in zijn nieuwe boek Terug naar Malpertus op het Reynaertepos om de hedendaagse censuurmaatschappij aan te klagen.


Met zijn boek Terug naar Malpertus leidt Johan Sanctorum ons terug naar de vos Reynaert. Een radicaal verzet tegen de nieuwe censuurmaatschappij, met zin voor diepgang en achtergronden.


Terug naar Malpertus: satire niet voor doetjes

Gepubliceerd op 15 November 2021
Auteur: Koenraad Elst

Nu Johan Sanctorum over de pensioenleeftijd heen is, vat hij de opgedane kennis samen in enkele boeken die wel een tijd een vaste referentie over hun onderwerp zullen blijven: de lange mars door de instellingen, de manipulatie van de media, en het cultuurmarxisme. Zijn nieuwste  Terug naar Malpertus behandelt het spanningsveld tussen stoute humor en de opdringende meningdictatuur bekend als woke. Rolmodel is de rebelse vos Reynaert, die vanuit zijn 'burcht' Malpertus de draak stak met koning Nobel en diens gevolg.

Cancel culture


'Satire is niet voor doetjes' (p.84), bezweert hij ons. In dat opzicht was het een goede leerschool dat hem aan het begin van zijn loopbaan een doctoraatstitel ontzegd is: toen uitkwam dat zijn vader fout geweest was in de oorlog. Toen al speelden twee elementen van wat vandaag woke heet: cancel culture ofte uitsluiting van ongewensten, en de onmogelijkheid van verlossing uit je verleden of herkomst. De nazi’s noemden dat laatste Sippenhaftung, en een hedendaagse toepassing is de aansprakelijkverklaring van alle blanken aan de misdaden (hoewel niet de verdiensten) van sommige blanken uit het verleden. Alleszins, Sanctorum heeft ervan geproefd lang voor de huidige orgie van woke (zelf)beschuldigingen.

Woke is dan ook een karikaturale uitvergroting, bijna een zelfsatire, van handelwijzen en attitudes die al veel langer bestaan. Vandaag afficheert het zich vooral als links, maar het is bijvoorbeeld niet eens zo lang geleden dat de katholieke onderwijskoepel zijn werknemers al voor kleine afwijkingen van de rechte leer broodroofde en op de zwarte lijst zette.

Vandaag is het echter onmiskenbaar dat links, na meedogenloze hoogtepunten van spot in de nasleep van 1968 (toen het satirische blad Hara Kiri door Charles de Gaulle verboden werd en, in toespeling daarop maar onder een onheilspellend gesternte, hersticht werd als Charlie Hebdo), een zure vijand van alle politieke humor geworden is, 'humorloos' (p.91). Satire geldt nu als rechts, iets voor ’t Pallieterke en ’t Scheldt (waarvan hij het humorgehalte bij alle verdienstelijke onthullingsjournalistiek toch maar pover vindt). Spot via de nieuwe taal van de memes geldt meteen als 'far-right humour' (p.80). Komieken die links begonnen zijn, gaan nu de hete onderwerpen uit de weg (bv. Kamagurka, naar eigen zeggen), óf zijn zelf naar rechts opgeschoven, bv. Urbanus.

Jeff Hoeyberghs


Een eindeloze bron van vermaak is het 'ultrafeminisme” (p.50) uitgedragen door een heir van gesubsidieerde vrouwen en af en toe een 'excuusguus' (p.52). Wie daar tegenin gaat met uitspraken die vroeger aan de toog gemeengoed waren, zoals Jeff Hoeyberghs, wordt nu met zijn 'spontaneïstische satire' (p.80) het middelpunt van controverse. Het illustreert de wetmatigheid dat satire onverwacht opduikt, niet langs formele kanalen waar het Bestel via de uitlaatklep van brave humor door beroepscomedians (Geert Hoste) de controle probeert te behouden: “Grappen met het opschrift 'dit is humor' zijn waardeloos als kritisch genre.” (p.66)

Dit boek is elitair: weliswaar heeft iedereen het recht om humor af te scheiden, maar in de feiten zijn de satiristen in ons land op enkele handen te tellen. Huichelen past niet voor een hekelschrijver en Sanctorum laat onbeschroomd verstaan dat hij tot die keurploeg behoort, maar de meeste lezers niet. Voor velen zal dit een eerste kennismaking zijn met het gezichtspunt van een vakman, die alleen de collega’s die er hun leven voor gelaten hebben, moet laten voorgaan.

Foute meningen


Er is bij de massa wel een democratisering van het gecensureerd worden en van het geklaag daarover: mensen die knus achter hun scherm meninkjes ten beste geven ('gratispolitiek op de meningenmark' p.85). Deze doet hen een onschadelijk klein beetje proeven van wat voor anderen een doodvonnis, een daadwerkelijke terechtstelling of op zijn minst broodroof zou betekenen: ze worden door Facebook geband. Want wat in de beginjaren een rijk van de vrijheid leek, een vrijplaats waar je rond de gevestigde media heen stoute standpunten kon verkondigen, staat vandaag zelf bekend om zijn ingrepen tegen foute meningen. Daar kunnen ze dan erg over doen: 'Ik ben in de Facebook-gevangenis gezet!' Sanctorum is niet onder de indruk.

Over de carnaval in 'Ojlst' (p.87) is hij uitgesproken pro het recht op ongebreidelde spot, inbegrepen de praalwagen die internationaal als antisemitisch weggezet werd. Moet kunnen, maar de vraag die hier niet gesteld wordt, is: was dit wel satire? Werd er een wantoestand gehekeld? Hadden de joden iets gedaan waarmee nu maar eens ongezouten de draak moest gestoken worden? Bij mijn weten was het alleen een uitvergrote toespeling op het 'sabbatjaar' waartoe de groep zelf besloten had. Geen opstap tot volkerenmoord, wel een grap zonder pointe.

Zo, daarmee heb ik de recensentenplicht vervuld van ook wat kritiek te geven. Voor de rest wil ik het boek zeer aanbevelen, ook al omdat ik me kan aansluiten bij Sanctorums besluit: 'Ik ben heel optimistisch. We zullen deze woketijden overleven, net vanuit de wildernis. Vanaf dan is er geen weg terug en kunnen zelfs fatwa's de dijkbreuk niet stoppen( (p.125). De internettechnologie is immers zodanig dat men tegen alle censuurpogingen in toch altijd sluipwegen kan vinden om het Bestel uit te dagen, een nieuw soort guerrilla. (Alle wegen van de vrijheid leiden naar het internet' (p.92).

Ten afscheid klopt hij zich op de borst dat hij de lezer 'het credo geleerd heeft”, zoals Reynaert bij koningsgezant Cuwaert de haas deed. Maar wat die onschuldig ogende uitdrukking hier betekent, daarvoor zult u het boek zelf moeten lezen.

 

Ter gelegenheid van het verschijnen van het nieuwe boek van Johan Sanctorum, Terug naar Malpertus,
bieden wij u dit exclusief aanbod: een bundel van 3 boeken van Johan Santorum(Na het journaal volgt het nieuws, Politiek incorrect en Terug naar Malpertus) tegen een tijdelijke actieprijs: €46,95 in plaats van €55,00. En mét gratis verzending.


 

1 beoordeling voor Terug naar Malpertus | Johan Sanctorum

  1. mariasoledadcarrascoyepez

    De ironie als verketterde stijlfiguur

    Mijn zoon is heel vaak ironisch in zijn taalgebruik. Steevast herinner ik hem eraan dat niet iedereen ironie begrijpt, laat staan waardeert. Dit is ook toepasselijk op humor en satire. Het onderscheid tussen beiden is wel dat humor geacht wordt anderen te doen lachen terwijl satire toch meer tot doel heeft anderen uit te lachen. Wanneer dit de machtigen betreft, is dat bevrijdend. Wanneer het zwakkeren betreft - hoe je die zwakkeren ook definieert - is dat eigenlijk onderdrukkend. De auteur geeft zelf het voorbeeld dat hij zowel om zijn flaporen als om zijn naam werd uitgelachen. Hij heeft van een scheldwoord een geuzennaam gemaakt. Weliswaar wordt in dit verband Nietzsche vaak geciteerd om die ene uitspraak : "Wat me niet doodt, maakt me sterker." Dit neemt niet weg dat er wel degelijk dingen zijn die doden. Opnieuw volgens Nietzsche : "Men doodt meer doch te lachen dan door zich boos te maken". Dit citaat wordt trouwens op de titelpagina afgedrukt. De auteur klaagt terecht de slachtoffercultuur aan maar wentelt er zich zelf in. Alsof de witte man voortaan het enige slachtoffer zou zijn van de nieuwe tijdsgeest. De MeToo-beweging en Black Lives Matter worden in één adem genoemd met de woke- en cancel culture alsof ze ermee zouden samenvallen. Dat is hetzelfde als katholieken ipso facto verantwoordelijk te maken voor de inquisitie ofschoon het wel degelijk katholieken waren die de inquisitie aanstuurden. Een soortgelijke verwarring wordt bewust in stand gehouden tussen islam en islamisme. De meeste slachtoffers van islamistische aanslagen vallen in islamitische landen, al moet worden toegegeven dat terechte kritiek op de islam vaak onterecht wordt weggezet als islamofobie. Er is hoe dan ook een onaflatende strijd tussen zij die alles letterlijk nemen en zij die daarentegen de geest en dus ook de geestigheid van iets inzien. In Nederland heerste tijdens de Hervorming een strijd op leven en dood tussen de Preciezen en de Rekkelijken, waarbij deze laatsten het onderspit moesten delven. De auteur juicht de censuur toe, en hij heeft gelijk : de Index van Verboden Boeken bevat titels die de tijd hebben doorstaan, alsook de boeken die in mei 1933 in nazi-Duitsland werden verbrand. In dit verband is het merkwaardig dat de auteur voorbijgaat aan een uniek satirisch huzarenstukje tegen de nazi-bezetter in Brussel : de "faux Soir" van 9 november 1943, van de hand van zowel communisten als conservatieve belgicisten - twee politieke stromingen die de auteur allerminst genegen is. De stelling dat satire alleen door mannen wordt beoefend, zou weleens juist kunnen zijn, maar meer en meer vrouwen doen aan comedy en schuwen de taboe's niet. En dat de mens wellicht het wreedste roofdier is dat op de aarde rondloopt, kan niet genoeg herhaald worden, net opdat we meer de nadruk zouden leggen op onze menselijkheid. Tot slot nog een kleine menselijke, al te menselijke opmerking (van iemand die ook tussen de regels leest) : de auteur heeft het over het "concentratiekamp" Auschwitz, waar hij waarschijnlijk "uitroeiingskamp" bedoelt. De nuance is die mate belangrijk dat Auschwitz I een concentratiekamp was (waar afschuwelijke medische experimenten werden verricht en de eerste gaskamers werden getest) en Auschwitz II - dat waar het meestal over gaat - een uitroeiingskamp. Wegens de waarschuwing tegen een verharding en verstarring van de huidige geglobaliseerde samenleving - die aanleiding geeft tot een soort privé-inquisitie - is dit boek niettemin het lezen waard. Paul Mirande, Cuenca (Ecuador)
    Leuk aan dit boek

    grappig leest als een trein leerrijk doet je denken

    Aanraden aan vrienden :

    Ja

News Reviews

We hebben nog geen externe links voor dit boek. Help je ons een handje?

Boekinformatie

ISBN 9789493242425
Aantal bladzijden 126
Afmetingen 230 x 150 x 12 mm
Afwerking Paperback / softback
Uitgever Uitgeverij Perruptio cvba
Auteur Johan Sanctorum (auteur)

Johan Sanctorum (°1954, Oostende) is filosoof-blogger, politiek analist en columnist voor Doorbraak.be Van de auteur verschenen eerder bij Doorbraak: De langste mars (over mei ‘68 en de naweeën), Na het journaal volgt het nieuws (over de media) en Politiek incorrect (de titel zegt het).
Geïllustreerd Neen
Druk 1
Datum van uitgifte 30-09-2021
Proloog - Terug naar Malpertus6 Reynaert, een Frans-Vlaamse coproductie7 Gekakel in het kippenhok8 Dwaal-sporen10 Malpertus, het ‘slechte gat’11 1. Mohammed de bomprofeet17 Bochtenwerk18 Veel schoon volk19 Zelfcensuur en abnormalisering van het normaal21 2. Kroniek van een aangekondigde executie25 Van de Golden Sixties naar de gouden kooi26 Het vreemde verschijnsel ‘islamogauchisme’27 Nuttige lessen – het fenomeen Houellebecq30 3. Daar zijn de wokes33 Een onderzoeksrechter op bezoek33 ‘Haattaal’, verontwaardiging en slachtoffercultuur34 ‘Old school’ politieke correctheid37 Wokeness, of de nieuwe domheid39 De flagellanten41 Georges Floyd, martelaar van een nieuwe religie42 4. Het vliegende sperma45 Jagershumor45 Satire, een mannenzaak?47 De mannelijke eunuch49 Genderneutraal superestablishment52 5. Comedy, tv-humor en krantensatire55 Van Hoste tot Kharmach: iedereen tevreden naar huis55 Pascalleke, nen dagschotel 57 Het geval Urbanus59 Genoeg gelachen, nu humor60 Satire in de mainstreampers: het geval Kaaiman61 Vrijspraak voor de columnist64 6. Welkom in Absurdistan67 De zangeres zonder noten69 Belgenmoppen allerhande70 Een bolhoed en een valse pijp72 Van de tricolore vlag naar de regenboog74 7. Jantje en de pruimen77 Jeff Hoeyberghs en de naweeën van een legendarische ‘lezing’ 78 Droogkomiek79 Boontje komt om zijn loontje70 Censuur als natuurlijke selectie82 Facebook en de slavenmoraal84 8. Van vismooil’n tot meme87 Europa op kikkerjacht88 Het kynisme: trollen door de eeuwen heen89 ‘Deplatforming’91 9. God en de vrouwen, het is ingewikkeld93 Godsbewijzen en tegenbewijzen93 ‘Jonge’ en ‘oude’ godsdiensten95 De extase van Theresa97 Verrijzenis, resurrectio100 Noli me tangere! (‘Raak me niet aan’)101 Daarna is er de mis103 10. ‘Don’t mention the war’105 Melancholie als zelfvergiftiging105 Wokeness, een zwart-obsessie107 Fawlty en de poco politie109 Voltooid ver-leden tijd110 11. Inke pinke parlez-vous!113 De Cats en de muis Eddy113 Als kat en hond115 Darwin, een man met zin voor humor117 De aap Mohammed118 De rommelpot121 Epiloog - In de ‘woestine’123