Oproer in de Kempen 1798-1830 | Julius Schellens

20,00

In Stock

In het nieuws

Boerenkrijg, Napoleon, onafhankelijkheidsstrijd. De Kempen en de Kempenaars ontsnappen er niet aan.


Een historische streekroman over de Belgische Revolutie zoals ze dat in de stille Kempen beleefden: gefantaseerde personages en historische figuren vertellen hun verhaal …


Het was nooit stil in de Kempen

Gepubliceerd op 22 February 2021
Auteur: JOHAN VAN DUYSE

‘De zeldzame keren dat hier zo’n chic geklede heren komen, is het altijd met slecht nieuws.’ Neem nu Ward. De man woont rond 1830 in een armzalige hut in de omgeving van Booischot, het lijkt het begin van de ideale heimatroman. Oproer in de Kempen van Julius Schellens is dat allesbehalve. De auteur bouwt zijn verhaal niet alleen rond het Kempense grondgebied, maar laat vooral Kempenaars vertellen over wat ze in de meer dan 30 jaar tussen Boerenkrijg en het ontstaan van Belgie meemaakten, waar ook ter wereld, onder het motto: ‘de jongen mag dan wel de Kempen verlaten, de Kempen zullen nooit de jongen verlaten.’

Die Ward dus. Echt niemand zou denken dat die boskanter zo’n avontuurlijk leven kon vertellen. ‘Ik was vierentwintig jaar en ontving een bevelschrift om dienst te nemen in het Franse leger,’ begint hij zijn verhaal. Geen haar op Wards hoofd dat eraan dacht op die uitnodiging in te gaan. Hij dook onder en werd geronseld voor het Boerenkrijgleger. Die mythische opstand van zes weken was voor hem pure chaos: ‘Het lijkt me alsof dit beperkt is gebleven tot een reeks ongeregelde schermutselingen.’ Ze eindigen voor hem in een Franse gevangenis. Meer nog: er is geen ontkomen meer aan het revolutionaire leger. Dankzij Napoleon doorkruist hij half Europa, maar ervaart vooral hoe koud een Russische winter kan zijn. Die veldtocht werd een vernedering. ‘Na een lange ellendige tocht bereikte ik aan het einde van de zomer 1813 mijn geboortestreek. Teleurgesteld en vernederd, totaal afgemat en ziek. Voor Frankrijk was ik een deserteur, voor mijn eigen volk een landverrader.’


Toch blijft Napoleon een mythisch figuur, en wanneer de man verbannen wordt naar Elba, is Ward er als de kippen bij om lid te worden van zijn militaire lijfwacht. ‘Ik worstelde met mezelf. Waarom vocht ik mee met die tiran, waarom bewonderde ik hem als briljant strateeg en held?’


Ward verliet Waterloo met één been minder. Hij keerde definitief terug naar de Kempen, zijn hutje en zijn dochter. Verbitterd en eenzaam dat wel, maar toch blijvend geinteresseerd in het politieke reilen en zeilen.



Adriaan Brouwerszoon…


Ward vertelt zijn levensverhaal aan Adriaan, de eigenlijke hoofdfiguur van Schellens’ roman. Adriaan, zoon van een welstellende brouwer, gidst de lezer door de postnapoleontische jaren. Over het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden laat hij zich vertellen dat: ‘Sociale, economische en godsdienstige tegenstellingen onoverkomelijke struikelblokken waren voor een goede verstandhouding die onontbeerlijk is om van dergelijke samenvoeging een succesverhaal te maken.’


Tijdens die 'Hollandse jaren' vergoedde de vader van Adriaan een arme drommel rijkelijk opdat die Adriaans plaats zou innemen in het Nederlandse leger. Hij had een bij de loting een slecht nummer getrokken. Geen soldatenplunje dus voor Adriaan, tenminste op dat ogenblik nog niet. Wanneer de Belgische opstand uitbreekt is er geen houden aan: hij wil en zal meevechten: ‘Als vrijwilliger in het opstandelingenleger kan ik misschien wel van nut zijn voor het nieuwe vaderland?’ Zijn ouders snappen er niets van: ‘Twee jaar geleden hebben we je vrijgekocht van legerdienst en nu wil je gaan vechten?’


Adriaan kon lezen en schrijven en werd dus in géén tijd officier. Hij maakte het verschrikkelijke bombardement op Antwerpen mee, net zoals het incident rond commandant Van Speijk. Dat is de man die weigerde zijn boot over te geven aan de Belgische opstandelingen en die boot dan maar opblies, zichzelf incluis. Nederland had er een martelaar bij, onze taal een uitdrukking: ‘dan liever de lucht in, net als Van Speijk’, kan je gebruiken als je er ‘niet aan denkt om iets te doen’. Dank Julius Schellens om dit vergeten gezegde weer levend te maken.


Adriaan overleefde de Antwerpse periode, was aanwezig bij de kroningsfeesten van Leopold I en kwam met zijn militaire activiteiten in zijn Kempen terecht wanneer de eerste koning der Belgen er zijn hoofdkwartier opsloeg tijdens de ‘Tiendaagse Veldtocht’.


Ondertussen heeft hij zijn betere vriend en gebuur Dries zien sneuvelen tijdens een onnodig gevecht. ‘Adriaan zag lijdzaam hoe drie lijfwachten (van de prins van Oranje) hem neersabelden en hun paarden zijn nog zieltogende lichaam vertrappelden.'


Adriaan moest het overlijden van Dries gaan melden aan diens vader, Petrus Hoefkens, in zijn geboortedorp alleen gekend als ‘Peer Klak’. Die Peer beseft al voor het eerste woord gesproken is, wat er gezegd zal worden: ‘de zeldzame keren dat hier zo’n chic geklede heren komen, is het altijd met slecht nieuws’.  Adriaan dist Peer de eeuwige leugen op: ‘dat zijn zoon op slag dood was, een kogel in de borst, en dat hij niet geleden had’.



Meer dan alleen maar geschiedenis


Julius Schellens’ boek laat de lezer ook proeven, ruiken, smaken van het landschap, de fauna en flora. Daarvoor zorgt vooral Machteld, dochter van Ward en liefje van Adriaan. Ze heeft oog voor het detail: ‘Maar velen hebben geen oog voor de plekjes kruipwilg, stekelberm, ronde zonnedauw, klokjesgentiaan en moeraswolfsklauw’, weet Machteld.


‘Je hebt niet altijd schoolboeken nodig om iets te leren. De natuur toont je alles. Ieder seizoen wisselt van kleed en kleur. Als ik naar de wolken kijk, is het net of ik in een boek blader’…’Als ik de ogen sluit, probeer ik alles waar te nemen als een blinde. Dan bestaat het wandelpad alleen door het geluid van mijn voetstappen… Het stromen van het water, zacht vliedend of luid kabbelend, wordt een luisterspel. De wind hoor ik in wat mij omringt. Ik voel hoe hij rukt aan mijn haren en schuurt over mijn huid. Binnen in mij, in het album van mijn herinneringen, zie ik hoe hij bomen en struiken geselt’.


Tussen heel kleine haakjes. Auteur Julius Schellens is blind (geworden). In de figuur van Machteld stopte hij wellicht veel van zijn eigen ‘beleven’, van zijn eigen ‘gewaarworden’, van zijn eigen herinneringen.  


Machteld en Adriaan worden een stel, zeer tot ongenoegen van de omgeving van Adriaan. Zijn bedje leek immers gespreid. Hij kon de brouwerij overnemen, trouwen met Dorothea, een niet al te goed ogende oude vrijster die wel goed in de slappe was zit, maar met het hart op de juiste plaats. In haar vrije tijd leert ze kansarme meisjes, zoals, jawel, Machteld, lezen en schrijven. ‘Ondankbare’ Adriaan verkoos Machteld. Zijn moeder was nochtans duidelijk geweest: ‘Nog één ding. Naar het schijnt hebt ge te doen met de dochter van die huurling… Als ge denkt een toekomst te kunnen uitbouwen met een geitenhoedster… Ge zijt uit eigen beweging weggegaan van ons. Zoek nu zelf maar uit hoe ge op eigen benen kunt staan’. En dat deed Adriaan…



30 jaar Kempen  


Op zijn minst slaagt Julius Schellens erin zijn lezer nieuwsgierig te maken naar de grote en kleine geschiedenis van de jaren die liggen tussen Boerenkrijg en het ontstaan van België. Maar zijn Oproer in de Kempen is daarom nog geen puur geschiedenisboek. Het is trouwens ook niet chronologisch opgebouwd. Het zijn eerder ontmoetingen die aanleiding geven tot gesprekken over vroeger of over ‘de huidige stand van het land’. Gebeurtenissen kunnen dus soms enkele keren besproken worden, al naargelang de omgeving en de deelnemers aan het gesprek.


Schellens slaagt erin om ook het landschap van toen kleurrijk te beschrijven, én hij laat evenmin na familiale, sociale en economische realiteiten overtuigend te doen herleven. Daarvoor kan hij een beroep doen op zijn kennis van feitelijke details en van zijn voorliefde voor mooie taal. Dit zorgt ook voor een minpuntje: zijn voorkeur om zijn roman in hoofdzakelijk in dialoogvorm te doen evolueren, zorgt ervoor dat de lezer nu en dan meer schrijf- dan spreektaal hoort vertellen.

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen

News Reviews

We hebben nog geen externe links voor dit boek. Help je ons een handje?

Boekinformatie

ISBN 9789493242005
Aantal bladzijden 166
Afmetingen 230 x 150 x 15 mm
Afwerking Paperback / softback
Uitgever Willems Uitgevers
Auteur Julius Schellens (auteur)

Julius Schellens (1949, Voortkapel) woont als honkvast Kempenaar in Westmeerbeek. Zijn fascinatie voor het Nederlands en passie voor geschiedenis resulteerden uit zijn Grieks-Latijnse scholing. Zijn blindheid was geen beletsel voor het schrijven van verhalenbundel "Ego Sum", poëzie "Mijn Alter Ego", streekroman "Mijn Moeder is mijn Mama niet" en kinderboek "Mijn Ogen zijn Jouw Ogen".
Geïllustreerd Neen
Druk 1
Datum van uitgifte 12-02-2021