Het is warm in de hivemind | Maxime Garcia Diaz

gedichten

22,99

In Stock

In het nieuws

Duisternis, universum, chaos, internet, feminisme: Maxime Garcia Diaz gaat geen zee te hoog in haar prijswinnende poëziedebuut.


Het duister als vriend?

Gepubliceerd op 3 August 2022
Auteur: Alexander van der Meer

Als er één poëzie is die danst op de maat van nu — om Hugo Claus te parafraseren, is het die van de 29-jarige oer-Hollandse maar in feite half-Uruguayaanse Maxime Garcia Diaz. Zij debuteerde met Het is warm in de hivemind, recent bekroond met de prestigieuze C. Buddingh'-prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut van 2021.

Niet haar eerste prijs: in 2019 won ze het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam, een op het podium uitgevochten wedstrijd tussen dichters in een samenspel van dichtkunst en voordrachtskunst. In het gesprek dat ik met Garcia Diaz had over haar bundel, noemde ze sommige van de gedichten daaruit ‘podiumgedichten’: speciaal geschreven voor haar populaire optredens.

Duisternis


Ze schrijft gelaagde en vaak niet direct toegankelijke poëzie, al vallen er meteen sterke regels op. Zoals deze, uit Aan de rand van de dode ruimte, een gedicht dat je meteen raakt:

in bed om elf uur ’s avonds je armen en benen vreemd gevouwen


(…)


je vroeg aan het duister wil je me knuffelen


het duister probeerde je te knuffelen maar het lukte niet


het duister was ook van te weinig gemaakt…


Ik hoor een kind dat bang in bed ligt en troost zoekt bij de duisternis. Toen ik Garcia Diaz ernaar vroeg, zei ze dat dit ‘duister’ voor haar ook het universum was, en de ‘chaos’. Ze had Wikipedia erop nageslagen om het gedicht te schrijven, en het ooit gebruikt voor een optreden op een avond van filosofiestudenten.

Internet


Het een hoeft het ander niet te bijten: in haar jeugd hebben in meer dan één betekenis weinig vogeltjes gefloten of bloemetjes gebloeid, vertrouwde ze me toe. Dat dreef haar al heel vroeg in de armen van het destijds ontluikende internet. De ‘hivemind’ uit de titel — de bijenkorfgeest — staat voor een soort collectief bewustzijn van alle internetgebruikers. Het is newspeak voor het internet; hoofdthema van deze bundel als je de lovende recensies moet geloven.

Garcia Diaz: 'Veel recensenten zeiden: "Ze heeft het internet aan de kaak gesteld; dit is een bundel die de problemen van het internet bespreekbaar maakt." Maar dat klopt niet. Ik ben van ’93 en zat op m’n zevende al op internet. Voor mijn gevoel loopt mijn leven parallel met de groei van het internet. Het was heel belangrijk voor me. Nog steeds. Het internet voelt als een soort geboortegrond. Toen ik klein was, was ik depressief, ongelukkig in het leven. Omdat het zo slecht ging hield mijn moeder me vaak thuis van school. Als zij dan op haar werk was, zat ik daar met haar computer, zo’n bakbeest waar ik computerspelletjes op speelde. En ik deed ook andere dingen op internet. Het grootste deel van mijn jeugd bracht ik online door.'

je wilde jezelf om een skelet vouwen je vroeg aan het duister


heb je een skelet voor me het duister zei nee 🙁


(…)


je wilde adembenemend zijn


maar niets om je heen heeft nog longen



Extreem online persoon


Garcia Diaz: 'Ik vind internet misschien wel de meest bijzondere prestatie van de mensheid. Het is fascinerend dat mensen die ooit in lendendoekjes liepen zo iets elaborate — doorwrochts hebben gemaakt. Iets dat je niet zou kunnen uitleggen aan iemand uit de zestiende eeuw: wat het internet eigenlijk is. Wat is dat wat we hebben geproduceerd en hoe werkt het? Ik ben een extreem online persoon, urenlang hiken in het bos interesseert me niet zo. Ik ben iemand van binnen en van cultuur, niet van de natuur. Ik voel me vooral thuis achter een computer.”

‘Je kunt daar natuurlijk ook bedenkingen bij hebben.’

'Natuurlijk. Ik heb nu bijvoorbeeld vaak een gevoel van vervreemding van mijn lichaam, of van de directe, tastbare wereld om me heen; de werkelijkheid.'

‘Wat bedoel je met online zijn, is dat dan communicatie of rondkijken?’

“Op dit moment is het allebei, en vooral sociale media. Maar uiteindelijk ben je als mens nog steeds een lichaam. Je kan wel willen leven in je brein, via technologie — in principe is hoe ik nu met jou communiceer, via een scherm, hetzelfde als in het echt bij elkaar zijn, maar toch is het anders. Zoals het verschil tussen een boek van een scherm lezen, of het in je hand hebben. Dat is het dierlijke, onze fysieke werkelijkheid; het lichaam wil meer. Ik heb deze gedichten vooral intuïtief geschreven, het is niet dat ik ging zitten om eens een bundel te schrijven over het internet.'

Collectief op internet


‘En waarom deze titel?’

'Die is uit het laatste gedicht. Dat gaat over dat je onderdeel bent van een soort collectief op het internet, een generatie. Het idee dat je geen eigen gedachten meer hebt, er zijn te veel mensen online en ze zijn allemaal hetzelfde aan het denken als ik. Maar dat kan je ook uitleggen als een veilig gevoel van verwantschap en collectiviteit… Ik heb die titel gekozen omdat ik het een interessante mooie regel vond, waar heel veel ambivalentie vanuit gaat — de ambivalente relatie die ik heb met het internet.'

‘"Het is warm in de hivemind", zit daar ook een idee achter van het internet als baarmoeder?’

'Misschien… Het is heel fijn om geborgen te zijn, ergens bij te horen, onderdeel van een collectief te zijn. Maar het is ook eng, vooral dat verlies van individualiteit.'

Uit dat laatste gedicht:

we klauwen onszelf tot iets bestaands


kerven onze usernames in trillend aardevlees


geheime stem in het skelet van het motherboard


we vinden een begin in een blauw scherm


(…)


no one has imagined us


now we imagine ourselves


and we imagine each other



Meer vrijheid met dichten


‘Hoe ben je met dichten begonnen?’

'Ik ben m’n hele leven al aan het schrijven, op school was dat alleen nog Harry Potter-achtige fanfictie (*). Maar als schrijver hield ik niet van plots: een verhaal bedenken dat ergens heengaat. Zo ben ik richting poëzie gegaan, om te spelen met taal zonder dat je al dat technische werk hoeft te doen. Als ik proza schrijf kan ik vertellen over mijn gevoel, of dingen die gebeuren, maar in poëzie hoef ik er geen coherent verhaal van te maken dat dat dan precies uitlegt. Poëzie blijft een vertaalslag, het is niet letterlijk wat er gebeurde, je hebt meer vrijheid en er ontstaat een andere vorm van betekenis.

Op m’n zeventiende kwam het eerste gedicht, daar was ik nogal beschaamd over. Het rijmde heel mooi, en toen heb ik er meer geschreven. Die gingen allemaal over m’n ouders, zij waren tot dan toe de grootste gebeurtenis in mijn leven; ik was een tiener die eigenlijk nooit buiten kwam. Het was toen letterlijk dat ik iets voelde of meemaakte en dat in beeldspraak of in metaforen ging uitleggen. Misschien is dat hoe beginnende dichters te werk gaan: laat ik over mijn depressieve gevoelens schrijven maar ik wil niet gewoon schrijven ‘ik ben depressief’ (doet typen na) dus ik ga iets schrijven over een boom of zo. Of over een landschap of whatever, dan kan ik die gevoelens erdoorheen werken met een bepaalde afstand. Maar ook met het plezier dat je aan het creëren bent. Dat het verder van je af staat en tegelijkertijd iets nieuws wordt.'

Kwademeisjestheorie


Garcia Diaz beschrijft in een aantal gedichten op een opvallende manier haar eigen generatie van jonge vrouwen: ‘meisjes’. Ze refereert aan verschillende vrouwen van haar generatie die zich hebben onderscheiden door een nieuw soort feministisch activisme. Zoals Audrey Wollen, een feeërieke Amerikaanse die enig succes heeft geboekt met haar zogeheten ‘Sad Girl Theory’ — droevigemeisjestheorie. Bij Garcia Diaz wordt dat ‘Mad Girl Theory’ — kwademeisjestheorie…

ik zag de beste meisjes van mijn generatie


vernietigd door verdriet


(…)


ze zweven over steden in elektrische korsetten


ze zwerven door de lange gangen van het internet


transformeren in hypersex zoeken veilige verbinding


(…)


ik zie de beste meisjes van mijn generatie


vernietigd en verbrijzeld en onoverwinnelijk


want wat nooit bestond kan niet kapot



Niet activistisch maar esthetisch


‘Veel recensenten zijn enthousiast over wat zij het feministische karakter van je bundel noemen. Ben je zo’n feministe?’

'Als mensen dit boek karakteriseren als een activistische bundel dan herken ik me daar niet echt in. Het is ook geen politieke bundel. Ik heb geschreven of beschreven wat ik aantrekkelijk vind, of mooi, vanuit esthetisch oogpunt. En toevallig vind ik feminisme, of een bepaald soort revolutionaire pose mooi en interessant. Ik zou persoonlijk niet kunnen of durven uitspreken wat feminisme moet willen bereiken. Voor mij is esthetiek een leidraad, maar in esthetiek zit veel meer; de reden dat je dingen mooi vindt is meer dan dat je ze mooi vindt. Ik vind bijvoorbeeld het meisjesachtige mooi, en op dit moment interessanter dan het jongensachtige.'

Simulatie


Pratend met Garcia Diaz merk je dat het Engels — de lingua franca van het internet — altijd vlak onder het oppervlak ligt. De invloed van een leven lang online? In de bundel staan verschillende gedichten deels in Engels en deels in Nederlands, en eentje helemaal in het Engels. Juist met dat gedicht, A sim child has to go to school, lijkt ze terug te komen bij haar jeugd van computerspelletjes en thuisblijven van school uit het eerder genoemde gedicht. De titel verwijst naar het computerspel De Sims, dat al uit 1989 stamt; een ‘life simulation game’ — een spel dat het leven nabootst, of liever gezegd vervangt door een virtueel leven. Zeg maar de eerste voorloper van de Metaverse. De spelers verplaatsen zich via scherm en toetsenbord in een virtuele wereld om daar een sociaal leven te voeren met andere virtuele karakters.

in-game every morning a yellow bus came


waited outside the house, honked twice


disappeared into nothingness


at the edge of the screen


 

De Sims is een Amerikaans spel, vandaar de gele bus die kinderen naar school brengt. En die kennelijk het beeld weer uitrijdt zonder een leerplichtige Garcia Diaz. Aan dat vluchten komt een eind, beschreven in de laatste strofe van dit gedicht:

i am not a digital thing so onetime


after many months spring had come


and i rode my bike to school and my eyes hurt


at the green green bodies of the trees



 Stuurmanskunst is aanwezig


Duisternis, universum, chaos, internet, feminisme: Maxime Garcia Diaz gaat geen zee te hoog in haar thematiek. En ik heb goed nieuws: de stuurmanskunst is aanwezig. We hebben het laatste over en van dit talent nog lang niet gehoord.

(Lay-out poëzie exact overgenomen.)

 

(*) Fanfictie = een nieuw woord  voor een oud verschijnsel: het schrijven van verhalen die doorborduren op bestaande formats als Harry Potter of Star Wars.

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen

News Reviews

We hebben nog geen externe links voor dit boek. Help je ons een handje?

Boekinformatie

ISBN 9789403120614
Aantal bladzijden 112
Afmetingen 220 x 160 x 6 mm
Afwerking Paperback / softback
Uitgever Bezige Bij b.v., Uitgeverij De
Auteur Maxime Garcia Diaz (auteur)
Geïllustreerd Neen
Druk 1
Datum van uitgifte 15-07-2021
Leeft een lichaam nog als het alleen maar naar een beeldscherm staart? Wat glinstert er tussen de ruïnes van de eenentwintigste eeuw? Dat onderzoekt Maxime Garcia Diaz in deze spetterende debuutbundel. Haar associatieve gedichten kronkelen, bedwelmen, ontregelen, en wortelen diep in het digitale, het feminiene en het hedendaagse. Flarden van nieuwsberichten vermengen zich met academische theorie en uitgestorven webpagina’s uit de jaren nul. In haar poëzie worden grenzen poreus – tussen lichamen, talen, stemmen – en is alles onzuiver. Het is warm in de hivemind is als een analoog internet, een papieren web, een bloederige rotzooi van popcultuur, ondode URL’s en meisjeslichamen. Een bruisend poëtisch debuut waarin de taal welig tiert, over fantasie, gekte, woede, angst, en een spookachtige revolutie. Deze meerstemmige, meertalige maelstrom lijkt nog het meest op het internet zelf: grillig, gevaarlijk en vol van een duistere en vreugdevolle overvloed.