De vrijheidsboom van de staatsfilosoof | Arvid Rochtus

Hegel en de Franse Revolutie

19,95

In Stock

Artikelnummer: 9789492639417 Categorieën: , Tag:

In het nieuws

Hegel werd 250 geleden geboren, en sindsdien kan men niet meer om hem heen. Dit boek brengt een heldere synthese van zijn denken.


je kunt Hegel doceren en je kunt de geschiedenis van de filosofie doceren, maar niet allebei. Interview met Arvid Rochtus en Willem Lemmens, de mensen die het boek inleiden en duiden.


Niet ingelogd? Maak snel uw gratis account en maak uw eigen boekbesprekingen.

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Hegel voor mensen van tegenwoordig

Gepubliceerd op 3 September 2020
Auteur: Luc Pauwels

Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) werd in hetzelfde jaar geboren als Beethoven. Hij mag dan de 'Beethoven van de filosofie' zijn - niemand kan om hem heen - toch is hij niet allemans lieveling, ook niet onder de filosofen. Mijn eerste goeroe in de filosofie, de gerespecteerde prof. Libert Vander Kerken (1910-1988), die een Hegel-kenner was als geen tweede, besteedde in zijn cursus exact één bladzijde aan Hegel. Aanbeland op die pagina stak hij zijn vinger in de lucht: 'Hegel, een van de belangrijkste filosofen van alle tijden!' en ging dan meteen over naar de volgende filosoof, zonder ook maar een woord te besteden aan Hegel.

Als jonge studentjes in de rechten vroegen we eerbiedig naar de reden van deze omissie. 'Men kan de geschiedenis van de filosofie doceren of men kan Hegel doceren, zei hij cryptisch, maar niet de twee tegelijk.' Hij had gelijk. Het belang van Hegel kan niet worden overschat, maar tegelijk is hij zowel ultradominant als extreem splijtend. Andere filosofen herleidt hij ongewild tot voorlopers (bijvoorbeeld Kant) of navolgers (onder meer Marx).

Hegel lijft de hele politieke filosofie in


De filosofie van Hegel gaat zo breed en zo diep dat er naast hem nauwelijks nog plaats is. Door zijn dialectisch denken heeft hij de lineaire evolutie van de geschiedenis vervangen door een zigzag: een gegeven concept of situatie (these) roept automatisch een tegenstelling op, de antithese. De confrontatie leidt op termijn onafwendbaar tot een synthese. En die wordt dan opnieuw these…

Ook de evolutie van het denken zelf, de filosofie, is dialectisch. Niets kan werkelijk begrepen worden tenzij als 'moment van het Geheel': Die Wahrheit is das Ganze. Daarmee lijfde hij al zijn tegenstanders binnen in zijn eigen systeem. Je moest al de impertinentie van een Nietzsche bezitten om er nog bovenuit te komen.

Niet verwonderlijk dat Hegel uiterst uiteenlopend wordt geëvalueerd. Voor de enen is hij dé Pruisische staatsfilosoof, voor de anderen is hij de denker die de Duitse filosofie verrijkte (of besmette) met de ideeën van de Franse revolutie. Is Hegel een premarxist? Goede vraag, want hij inspireerde zowel Herbert Marcuse, de peetvader van mei ‘68, alsook Lenin en Hitler, volgens diens biograaf Werner Maser.

Vrouwen komen er niet aan te pas


Hegel progressief? Hij sloot wel de vrouwen uit van deelname aan de leiding van de staat omdat ze, volgens hem, 'niet handelen volgens de eisen van het universele, maar volgens toevallige neigingen en opinies' (Grundlinien der Philosophie des Rechts). Hegel ontkent ook, zoals Nietzsche, dat er een 'wetenschap van de mens zou bestaan. Volgens hem is er alleen een geschiedenis van de mens, die alle wetenschap tegelijk omvat én achter zich laat.

Hegel herleidt alles tot één principe, de Weltgeist, in het Zwabisch Weldgeischd, want de in Stuttgart geboren Hegel placht aan de universiteit van Berlijn in zijn dialect te doceren. Wat hij daarmee niet kon overbruggen was het fundamentele onderscheid tussen een logische tegenspraak en een werkelijke tegenstelling van de dingen. Het logische tegendeel van een stelling kan altijd logisch worden afgeleid. Maar de werkelijke tegenstelling tot een reëel verschijnsel kunnen we niet logisch afleiden. 'Een stelling kan weerlegd worden, een machinegeweer echter niet' (Hans-Joachim Störig).

Links- en rechtshegelianen


De opvolgers van Hegel raakten al snel verdeeld in linkshegelianen en rechtshegelianen. De vorig jaar overleden Nederlandse filosoof Harry Willemsen schreef in zijn Woordenboek Filosofie dat er 'zo goed als geen rechtshegelianen meer bestaan'. Spijtig dat hij De vrijheidsboom van de staatsfilosoof. Hegel en de Franse Revolutie van Rochtus & Rochtus niet meer heeft kunnen lezen.

Hegel was de denker voor wie de 'vrijheid voor allen' het einddoel van de wereldgeschiedenis vormde, stellen de auteurs in hun inleiding tot de eerste Nederlandse vertaling van het befaamde essay Hegel und die französische Revolution. De auteur hiervan, Joachim Ritter (1903-1974), was een van de meest invloedrijke filosofen van de Bondsrepubliek Duitsland. Hij maakt duidelijk hoezeer het denken van Hegel cirkelde rond de wereldschokkende gebeurtenissen die zich in 1789 in Parijs hadden afgespeeld.

Hegel deelt in veel opzichten de kritiek van Edmund Burke, aan wie Doorbraak eerder al een boek over de Franse Revolutie wijdde. Ook Hegel hecht veel belang aan gevestigde tradities en sociale instellingen. 'Meermaals bekritiseert hij een fanatiek geloof in de maakbaarheid van de samenleving. In principe geniet een langzame evolutie daarom de voorkeur op een radicale omwenteling.' Hegel probeert daarom traditie en revolutie, individuele vrijheid en politieke stabiliteit, met elkaar te verzoenen. Herkunft en Zukunft moeten elkaar de hand reiken.

Hegel, nu glashelder gepresenteerd


De tekst van Ritter wordt omkaderd door twee essays: Dirk Rochtus schreef een inleiding over het ontstaan van het beeld van Hegel in Pruisen, het Duitse Rijk en zelfs tot in de Sovjet-Unie en de DDR. Arvid Rochtus schetst dan weer een overzicht van Hegels filosofie en de plaats hiervan in de ideeëngeschiedenis. Onontbeerlijk voor het begrijpen van de tekst van Ritter.

Dirk Rochtus vertelt ons hoe Hegel als huisleraar in het Zwitserse Bern in 1793 de liberale ideeën van zijn werkgever, het parlementslid Karl Friedrich von Steiger, overneemt. Tot de Franse Revolutie uitloopt op de Terreur van Robespierre die tussen 1792 en 1794 tienduizenden tegenstanders naar de guillotine voert. Een gruwel die Hegel ontnuchtert. Misschien ligt hier de basis van zijn dialectiek, het inzicht dat these en antithese elkaar niet opheffen, maar een nieuwe eenheid vormen.

Filosoof van de staat Pruisen?


Op zijn 48 wordt Hegel professor filosofie in Berlijn en muteert er tot staatsfilosoof van Pruisen. De staat is voor hem de instelling die individuele vrijheid en gemeenschapsbelang op elkaar moet afstemmen. Hegel zal de kritiek over zich heen krijgen dat hij meewerkt aan de 'vergoddelijking van de staat'. Koning Friedrich Wilhelm III luidt voorzichtig het tijdperk van de 'Pruisische hervormingen' in.

Dat leidt tot spanningen tussen de Junker, de adellijke grootgrondbezitters, en de nieuwe Pruisische bureaucratie. Hegel zag in de ambtenaren de vertegenwoordigers van het algemeen belang, omdat ze zich niet door 'bijzondere belangen' laten leiden. Na de dood van Hegel (1831) streven de Nationalliberale, vermogende en nationaalbewuste burgers, naar een eengemaakt Duitsland met een liberale grondwet. De vreedzame revolutie van 1848 mislukte maar, schrijft Bismarck in zijn memoires: Duitsland begon toen 'smaak in de politiek' te vinden. Het Pruisen dat zich opmaakt om de Duitse eenmaking te realiseren, keert zich tegen de Franse ideeën, de overspannen, centralistische staatsbedrijvigheid die de erfziekte van Frankrijk is gebleven onder al zijn regimes.

Schuldig aan twee wereldoorlogen?


Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog spelen de Duitse nationalisten de 'ideeën van 1914', het geloof in de gemeenschap en de onderliggende cultuur, uit tegen de 'ideeën van 1789', tegen Gleichmacherei, zeg maar egalitarisme, en Frans étatisme. De staatsgedachte van Hegel is voor de 'mannen van na 1848' synoniem van étatisme, erger nog: van jakobinisme.

Nog een stapje verder in die redenering en Hegel wordt verantwoordelijk voor het militarisme en de Eerste Wereldoorlog… Als het Duitse Rijk in 1945 in vlammen opgaat, zijn de geallieerde overwinnaars er snel bij om met een beschuldigende vinger naar Pruisen als de basis van het 'Duitse militarisme' te wijzen. Exit Hegel. Nog net niet naar het tribunaal van Nürnberg. En dat terwijl Lenin meende dat de dialectiek van Hegel de 'algebra van de revolutie' was.

Eerherstel voor Hegel in Oost en West


Die uitspraak van Lenin is men na 1945 in de DDR volledig vergeten. Er gaan vele jaren overheen vooraleer de jonge filosoof Wolfgang Harich in de DDR en Joachim Ritter in de Bondsrepubliek erin slagen Hegel te rehabiliteren.

Arvid Rochtus herinnert ons eraan dat Hegel, ondanks het ongrijpbare van zijn dialectische denken en zijn duistere taal, een van de grootste filosofen is. Zijn denken is geheel dialectisch, tegelijk tijdloos én tijdsgebonden, een grootse synthese van de Griekse tot en met de moderne filosofie. 'De geschiedenis van de filosofie vormt volgens Hegel immers een eenheid, het resultaat van een dialectische ontwikkeling.'

De bloedige keerzijde van de Franse Revolutie


Toonde het ontaarden van de Franse Revolutie in terreur en wreedaardig fanatisme haar ware gelaat, zoals Burke had voorgehouden? Niet volgens Hegel. Hij weigerde in deze gedachte mee te gaan en behield zijn geloof in de oorspronkelijke ideeën van 1789. Voortaan zou de verhouding tussen individuele vrijheid en politieke stabiliteit het fundamentele probleem blijven.

Al in zijn Phänomenologie des Geistes uit 1806 beschrijft Hegel de vreselijke keerzijde van de Franse Revolutie. Maar omdat de Franse heersende klasse zich verzette tegen de nieuwe opvattingen van 1789 was het geweld van de revolutie 'onvermijdelijk en zelfs nodig.' Desondanks blijven velen Hegel veroordelen als filosoof-dienaar van de Pruisische staat. Sterker nog, 'zijn denken zou ook de basis gevormd hebben voor het fascisme, in mindere mate het nationaalsocialisme, en via Karl Marx het communisme.'

Hoe kan ondanks deze nalatenschap beweerd worden dat Hegel een vrijheidsdenker was? In de 20ste eeuw riep Karl Popper Hegel uit tot vijand van de Open Society. Hegels denken zou een vorm van tribalisme zijn en 'een bindmiddel tussen het platonische denken en het moderne fascisme.' Hilarisch. Arvid Rochtus formuleert het wel wat genuanceerder.

Hegel verdedigd door Marcuse


Niet iedereen dacht zoals Popper. In 1941 publiceerde Herbert Marcuse met Reason and Revolution een verdediging van Hegel tegen associaties met het fascisme en nationaalsocialisme. Belangrijker is onzes inziens Hegel und die französische Revolution (1956) van Joachim Ritter (1903-1974), waarvan hier voor het eerst een Nederlandstalige vertaling. Dit essay bracht een ware Hegelrenaissance op gang in de tweede helft van de 20ste eeuw. 'Volgens Ritter is geen andere filosofie dan deze van Hegel zo gevormd door de Franse Revolutie.' Of dat een aanbeveling is moet ieder voor zich uitmaken.

Door toedoen van Ritter domineert voortaan in de ideeëngeschiedenis het beeld van Hegel als liberaal-conservatieve denker die zowel de individuele vrijheid als het gemeenschapsleven hoogachtte in hun dialectische relatie. De invloed van Ritter was groot. Samen met zijn leerlingen, waaronder enkele van de later invloedrijkste denkers van de Bondsrepubliek, vormde hij de Ritter-Schule  een tegengewicht voor de marxistisch georiënteerde Frankfurter Schule  van Adorno, Horkheimer en Habermas.

Ritter brengt duidelijkheid


Het essay van Ritter bestaat uit drie delen. Ritter neemt eerst de omstreden reputatie van Hegel onder de loep, zoals hierboven al aangegeven en zet zijn filosofische uitgangspunten compact en helder uiteen.
In het tweede deel toont Ritter aan hoe Hegel de Franse Revolutie ondanks alles is blijven toejuichen, maar tegelijk ook de interne dialectiek ervan inzag. Toch was Hegel geen reactionair, stelt Ritter, want hij zag in dat de restauratie die volgde op de Franse Revolutie er de antithese van was. Ze ontkende immers de wereldhistorische intrede van de individuele vrijheid.

In het derde deel schetst Ritter het eigen, synthetische antwoord van Hegel. Hij bekritiseert degenen, die niet de werkelijkheid proberen te begrijpen zoals ze is, maar doordrammen over hoe deze zou moeten zijn. En die strekking voert nog altijd het hoge woord op de publieke tribune.

Wie wil meepraten, maar vooral meedenken over democratie en staat als dynamische concepten in hun wisselende politieke toepassingen begint best met dit boek van Dirk en Arvid Rochtus. Meesterlijk en stimulerend.

Boekinformatie

ISBN 9789492639417
Aantal bladzijden 196
Afmetingen 210 x 140 x 13 mm
Afwerking Paperback / softback
Uitgever Uitgeverij Perruptio cvba
Auteur Arvid Rochtus (auteur)

Dirk Rochtus (auteur)
Dirk Rochtus (1961) is hoofddocent Duitse geschiedenis aan de KU Leuven/Campus Antwerpen. Hij doctoreerde over "de derde weg in de DDR" en publiceerde o.a. Van Reich tot Republik. Denken over Duitsland vroeger en nu (2016) en Duitsland. De macht van Merkel (2017). Sinds 2001 is hij redacteur van Doorbraak. Arvid Rochtus (1996) studeerde rechten in Leuven en Heidelberg. Hij was winnaar van de Montaigne-essaywedstrijd 2019 en publiceerde in Doorbraak.be over Duitse denkers zoals Carl Schmitt, Hans-Georg Gadamer en Joachim Ritter.
Geïllustreerd Neen
Druk 1
Datum van uitgifte 14-09-2020