Zijn er echt te veel aspirant-auteurs?

Paul Sebes, de bekendste literair agent in het Nederlandstalige literatuurwereldje, gooide de knuppel in het hoenderhok. Voor toekomstige schrijvers die nu nog nobele onbekenden zijn, had hij in De Standaard der Letteren van afgelopen weekend een niet mis te verstane boodschap: stop met ons lastig te vallen met het ongevraagd insturen van jullie nieuwste pennenvruchten. Sebes heeft er lang geen zin meer in om would-be schrijvers te leren kennen. Immers: ‘Uitgevers zitten bepaald niet meer te springen om debutanten en richten hun pijlen liever op reeds gevestigde namen of Beroemde Mensen (BV’s bij jullie, BN’ers hier in Nederland).’ Tja, hoe kortzichtig kan je zijn om literatuur als aanhangsel te proclameren van hetgeen bekende Vlamingen of Nederlanders op tv doen of in hun columns vertellen?

Superliga voor VIPs

Als het regent in Parijs, druppelt het in Amsterdam en Antwerpen. Sebes grijpt de manuscriptenstop van de beroemde Franse uitgeverij Gallimard aan om hier hetzelfde te doen. De schrijfdrift in deze coronatijden breekt namelijk alle records. Waar hij vroeger per jaar een duizendtal potentiële bestsellers kreeg toegestuurd, zijn er dat nu al gauw een paar per uur. Ook al beschikt hij naar eigen zeggen over veertien literair agenten die hem helpen bij het runnen van zijn succesvol winkeltje, toch is het sop de kool niet waard. Nu de literaire sector als nooit tevoren bloedt, pleit Sebes dus voor een superliga voor de al bekende namen en andere VIPs. Wie veel bekendheid heeft, zal nog bekender worden. En voor de anderen: dimmen graag. Wij weten immers wat goed is voor de branche. Meer van hetzelfde.

Hoe is het zover kunnen komen? Roos Vonk, een Nederlandse hoogleraar sociale psychologie, wijt het aan het pandemische narcisme van de modale Nederlander en Vlaming. Die denkt allesbehalve modaal te zijn. Nu je niet meer op café kunt uitpakken met sterke verhalen, tokkelt die op zijn laptop dat het een lieve lust is. Deze psychologie van de koude grond komt dus neer op hetgeen vaak wordt gezegd over de bodemloze vertellust op sociale media. Iedereen wil via zelfrepresentatie pronken met de eigen veren. Kijk eens wat een rijk, gevuld leven ik leid. Allesbehalve doorsnee, toch? Applaus graag. Met een boekwikkel om zou die vluchtige vertelzucht dan als het ware gecanoniseerd worden.

Reality-tv met literaire middelen

Klopt natuurlijk dat het brengen van verhalen uit het leven gegrepen al jarenlang dominant is op televisie. Je hoeft geen literatuurwetenschapper te zijn om vast te stellen dat dit succesvolle format van reality-tv nu ook de letteren teistert. Van Connie Palmen die haar leven met bekende Nederlanders, zoals wijlen politicus Hans van Mierlo (Logboek van een onbarmhartig jaar) en journalist Ischa Meijer (I.M.), smeuïg uit de doeken doet tot Kristien Hemmerechts. Het eigen leven wordt bekentenisgewijs op smaak gebracht in nauwelijks nog literair verpakte verhalen.

Dat Stefan Hertmans (De opgang) en Erwin Mortier (De onbevlekte) in hun laatste romans steevast ook zichzelf als empathische schrijver opvoeren en in het verhaal binnensmokkelen, is een afgeleide van die reality-tv met opgepoetste literaire middelen. Op die manier worden bekende auteurs bekende merken die door interviewers maar al te gretig op hun wenken worden bediend.

Verschraling van de letteren

Dit nauwelijks verholen autobiografische vertellen is immers gefundenes Fressen voor de media. Die hebben dat ook zelf in de hand gewerkt. Daardoor is een duivelspact ontstaan tussen televisie op zoek naar waar gebeurde verhalen en de literatuur. Die versterken elkaar. Maar daardoor verschralen finaliter de letteren. Als Sebes dan potentiële onbekende nieuwkomers de toegang tot het literaire walhalla simpelweg ontzegt, is de cirkel rond.

Sebes heeft natuurlijk niet helemaal ongelijk. Het is immers zijn taak niet om sluiswachter te spelen voor de kwaliteitsliteratuur. Hij runt zijn winkeltje. En hij doet dat als ondernemer zo winstgevend mogelijk. Het zal hem een zorg wezen dat de diversiteit in het literaire wereldje meer en meer te wensen overlaat.

Literaire tijdschriften als poortwachters

Vroeger vertolkten literaire tijdschriften de rol van kwaliteitsbewaker tussen de nobele onbekende schrijver op zoek naar een klankbord en een eventuele uitgever. Literaire bladen werden door de overheid serieus betoelaagd om te kunnen verschijnen en hun inzenders te betalen met een passend honorarium. Uitgevers sponsorden ook vaak die bladen in kwestie met advertenties. En de media — van de krant tot televisie en radio — besteedden ruim aandacht aan hetgeen die literaire poortwachters deden.

Als redacteur van een van die verdwenen tijdschriften (De Brakke Hond), werden we overspoeld door manuscripten. Zeker bij onze jaarlijkse verhalenwedstrijd. Van Jean-Marie Berckmans en Peter Terrin tot Gie Bogaert, Guido Eekhaut en de knotsgekke Balen Vlas. Geregeld ‘ontdekten’ wij verrassend nieuwe kopij in de inzendingen. Uitgevers kregen zo zicht op mogelijk nieuw talent. Wanneer de media in hun tijdschriftrubrieken die debutanten ook signaleerden, gaf het een extra duwtje aan neofieten. Kortom, hoe meer auteurs hun gedichten, verhalen en essays naar ons instuurden, hoe boeiender het wereldje ervan werd.

Laat duizend bloemen bloeien

Literaire bladen zijn vandaag quasi onzichtbaar geworden want onleefbaar (nauwelijks subsidies) en nergens meer gesignaleerd (tenzij op een online niche). De nieuwe Nederlandse uitgeverij Das Mag had het belang van een papieren magazine bij de lancering van zijn uitgeverij (what’s in a name?) goed begrepen. Toen ze na enkele jaargangen Das Mag naam hadden gemaakt, ook met de uitgeverij (Lize Spit!), kozen ze andere manieren om zichtbaar te blijven in het wereldje. Zo gaven ze bijvoorbeeld een zomerschool schrijfcursus om nieuwe talenten te ontdekken en te laten rijpen. Ze zorgden voor aparte literaire evenementen. Intieme leesclubs, bijvoorbeeld, met de auteur van het boek als aandachtige maar niet sturende aanwezige in de leescirkel.

Kortom, laat duizend bloemen bloeien. Hoe meer aspirant-schrijvers, hoe beter. Uiteraard dient er gewied te worden. Maar daarvoor heb je tussenstructuren nodig, een middenveld van literaire bladen en talentzoekers. Dat de boekenwereld in volle transitie is, schept misschien nieuwe kansen om aan die intermediaire spelers opnieuw meer gewicht te geven, ook van overheidswege. Nu de Boekenbeurs dood is en Standaard Boekhandel, toch nog altijd de grootste Vlaamse boekhandelsketen, in zwaar weer verkeert, is het vijf voor twaalf. Of willen we alleen maar BV’s en kinderen van BV’s aan het woord horen en zien en lezen?

Frank Hellemans