Zieken worden zombies

Het schandaal is Amerikaans, de branche is Belgisch. Opioïden dreven 450.000 mensen naar de dood. De verslavende pijnstiller OxyContin sloopte zieke en zwakke Amerikanen. De rijke joods-Amerikaanse Sacklers dachten voornamelijk aan hun geldkoffer. Tot de bejubelde filantropen paria’s werden.

Patrick Radden Keefe, schrijver van Het pijnstillerimperium, beseft dat er goede boeken zijn over de opiatencrisis. Hij wou echter een ander verhaal vertellen: een saga over drie generaties van een familiedynastie. Een analyse van tomeloze ambitie en filantropie maar ook macht, hebzucht en institutionele corruptie (onder meer de FDA, de Food and Drug Administration, dé toezichthouder van de farmaceuten).

Het onderzoek is dan wel Amerikaans, maar de besluiten en inzichten overstijgen de VS. Denk maar aan België, met Janssen Pharmaceutica, Pfizer, GSK, UCB en Argenx om slechts vijf te noemen.

Rijk van pijnstillers

Eigenaar van het imperium is de familie Sackler. De Sacklers behoren tot de top twintig van de rijkste Amerikaanse families met een geschat vermogen van 14 miljard dollar en laten daarmee onder andere de families Bush, Mellon en Rockefeller achter zich.

De eerste generatie verdiende bakken geld met Librium en Valium, de tweede wilde de eerste generatie overtreffen en bedacht het uiterst succesvolle (en verslavende) OxyContin.

De naam Sackler kleefde door de gulhartigheid van de clan op musea, universiteiten en medische instellingen. De familie drukte haar stempel op New York, vergelijkbaar met de nalatenschap van de Vanderbilts en de Carnegies in het verleden.

Een museumdirecteur vergeleek hen met de Medici: de Florentijnse bankiers die met hun bevordering van de kunsten mede de Renaissance schiepen. Tot het schandaal met de opioïden, waarvan OxyContin het meest in het oog sprong. De begunstigden verwierpen de schenkers.

Familiesaga

De bulk van het fortuin van de Sacklers werd gecreëerd door Purdue Pharma. De artsen en broers – Arthur, Mortimer en Raymond Sackler – waren zeer ondernemend en kochten het New Yorkse bedrijfje in de jaren vijftig.

Arthur Sackler was de oudste van het trio en werd geboren in 1913 in Brooklyn, een periode waarin de ene na de andere golf Europese inwijkelingen binnenstroomde. De voorouders Sackler delen een geschiedenis in Polen en Oostenrijk-Hongarije.

Joodse immigranten wilden dat hun kinderen geneeskunde studeerden voor het prestige en de financiële stabiliteit. Halfweg de jaren dertig was meer dan zestig procent van de kandidaten voor de Amerikaanse medicijnenstudie joods, wat leidde tot een ‘numerus clausus’, een beperking van het aantal joodse studenten.

De wil om te scoren en tot de hoogste kringen te behoren, blijkt uiteindelijk de allesoverheersende drijfveer van de Sacklers.

Niet psychologie, maar fysiologie

Als Arthur afstudeert zijn er twee tegengestelde theorieën over psychische aandoeningen. Enerzijds is er de school die deze aangeboren vindt en oordeelt dat het beste is de psychoten te isoleren. Aan de andere kant staan Freudianen die geloven dat psychoses volgen uit de vroegste levenservaringen van de patiënt en ze te behandelen zijn met therapie.

Arthur kiest een derde weg: de afwijking is noch genetisch noch bepaald door levenservaringen, zij is ontstaan door afwijkingen in de chemie van de hersenen, en dus geneesbaar door medicamenten.

Hij doet ervaring op bij Creedmoor, de grote instelling voor geesteszieken, en belandt deeltijds bij McAdams, een reclamebureau waar hij zijn belangstelling voor geneeskunde, marketing en farmaceutica verbindt. McAdams innoveert in de geneesmiddelenreclame gericht op artsen.

Librium en Valium van Roche, milde kalmeringsmiddelen voor een groot publiek, brengen miljoenen dollars winst binnen voor McAdams. In de jaren zestig is er vraag door de brede angst voor de Koude Oorlog en de atoombom.

Roche verzet zich tien jaar tegen pogingen van de FDA (Food and Drug Administration) om Librium en Valium onder toezicht te stellen. Arthur en zijn broers bouwen ondertussen stilletjes hun fortuin op. De Rolling Stones schrijven zelfs een liedje over Valium – Mother’s Little Helper – waarvan de tekst de wervende woorden van McAdams gericht op vrouwen oproept.

OxyContin

Richard, de zoon van Raymond Sackler, is een clanlid van de overtreffende trap, een jonge man met haast en vergeven van roekeloosheid. Hij bouwt Purdue Pharma uit tot de avant-garde van de opioïdes. Uit het dochterbedrijf Napp haalt hij MS Contin, een pijnstiller met een speciale coating waardoor het product vertraagd binnendringt in de bloedbaan van kankerpatiënten, de eerste doelgroep.

Uit de ervaringen en succes van MS Contin volgt in 1996  OxyContin, de locomotief van het Sackler-imperium. De pijnstiller blijkt al snel revolutionair voor chronische oncologische pijn en niet-maligne pijnproblemen. De omzet bedraagt 35 miljard dollar, een van de grootste kassuccessen in de farmaceutische geschiedenis.

Euforie alom. Tot op een dag in 2000 een topverkoper van OxyContin één van de artsen en de veelvoorschrijvers bezoekt. Bij zijn aankomst ziet zij lijkbleek. In haar familie is net iemand overleden aan een overdosis OxyContin. Die eerste dode start de neergang van de Sacklers.

Epidemie

Sindsdien overleden zo’n 450.000 Amerikanen aan opioïde-overdoses, de belangrijkste niet-natuurlijke doodsoorzaak in Amerika, dodelijker nog dan auto-ongevallen en dat andere typisch Amerikaanse euvel: schotwonden.

De Sacklers en Purdue Pharma werden aangeklaagd in meer dan 2.500 processen aangespannen door Amerikaanse steden, staten, stammen, ziekenhuizen, schooldistricten en andere gedupeerden. Wat gebeurde is vergelijkbaar met de neergang van de tabaksfabrikanten die decennialang de risico’s van het roken bagatelliseerden. Dat leidde na juridische schermutselingen uiteindelijk tot een schikking van 206 miljard dollar.

De openbaar aanklager van New York noemde OxyContin de ‘penwortel’ van de opioïdenepidemie. De penwortel is de centrale, stevigste wortel van een boom of plant.

Conclusie

Patrick Radden Keefe schildert gedetailleerd en meeslepend de val van een van de machtigste, rijkste en gesloten families ter wereld. De schrijver is gehuwd met een advocate en verbaasde zich (desondanks) over de geldzuchtige bereidheid van respectabele juristen om te dansen naar de pijpen van louche magnaten.

Radden Keefe, ‘Purdue Pharma en de familie Sackler hebben tientallen jaren de belangen van pijnpatiënten gebruikt als schaamlap voor hun eigen hebzucht. Ik ben er van overtuigd, ondanks andere actoren, waaronder de FDA, dat Purdue als pionier een speciale rol heeft gespeeld.’

Het pijnstillerimperium is een spannend en nuttig boek om de farmaceutische sector te doorgronden, ook voor niet-Amerikanen. Wil je de schaduwkanten van de geneesmiddelensector kennen, knip de leeslamp aan.

Frans Crols