“Weg met die moffen!” Nederland discrimineert Duitse landgenoten

Onmiddellijk na de bevrijding nam de Nederlandse overheid al de bezittingen van de Nederlandse Duitsers in beslag, en dat ongeacht hun politieke voorkeur of gedrag tijdens de oorlog. Deze beslissing ging terug op een verklaring van de Nederlandse regering in Londense ballingschap op 20 oktober 1944, waarbij alle Duitsers in Nederland tot vijandelijke onderdanen verklaard werden.

Ontvijanding

Mannen, vrouwen, kinderen die geen woord Duits spraken en naar Nederlandse scholen gingen, Nederlandse vrouwen gehuwd met een Duitser, Duitse dienstmeisjes waarvan een aanzienlijk aantal al twintig jaar en meer in Nederland woonden, grensboeren, seizoenarbeiders, gevluchte Duitse joden, Oostenrijkse en Sudetenduitse politieke vluchtelingen, nonnen, paters, weeskinderen… Kortom, eenieder met een Duits paspoort werd hierdoor automatisch volgens de nieuwe Nederlandse wet een vijandelijke onderdaan.

Meer dan 25.000 personen werden door dat besluit getroffen. Wilden ze hun bezit terugkrijgen, dan moesten ze een verzoek tot ‘ontvijanding’ indienen. De ‘vijandelijke onderdanen’ werden dan beoordeeld op hun oorlogs- en naoorlogse gedrag, en moesten zelf bewijzen dat ze zich als ‘goede Nederlanders’ hadden gedragen. Wat dat inhield, was niet altijd even duidelijk of objectief.

De criteria voor ‘ontvijanding’ waren lange jaren onduidelijk. Meer dan eens lagen boze buren aan de basis van een jarenlange en dus dure rechtsgang. Duizenden aanvragen tot ‘ontvijanding’ werden ingediend. Soms met succes, en dat na jaren gebakkelei, maar vaak tevergeefs. De overgrote meerderheid van de getroffen Duitsers heeft nooit daadwerkelijk een vergoeding ontvangen voor hun onteigende vermogen. Terecht wordt de vraag gesteld of onteigening zonder compensatie niet in strijd is met het Volkenrecht.

750 miljoen

Het Nederlandse beleid had verregaande gevolgen voor Duitse Nederlanders en de hun navolgende generaties. Eigendommen gaande van meubels tot verzekeringen, van speelpoppen tot bedrijven en kastelen werden in beslag genomen en geliquideerd. Vaak zaten de Duitse Nederlanders in interneringskampen opgesloten en wisten ze niet wat er met hun bezittingen gebeurde.

De hele operatie leverde de Nederlandse overheid tot in het begin van de jaren 1960 zo’n 750 miljoen guldens op. Tot nu toe werd het Nederlandse beleid ten aanzien van haar Duitse burgers, toch de grootste minderheid in Nederland, in de geschiedschrijving volledig verwaarloosd. Door toeval kwam historica Marieke Oprel, op zoek naar een thesisonderwerp, in voeling met het verwaarloosde archief van het Nederlandse Beheerinstituut, opgericht in 1945 om het bezit van de in beslag genomen goederen te beheren. Oprel was de eerste die er haar schouders onder zette en aan het werk toog. Het resultaat verwerkte ze in een lezenswaardige en opzienbarend boek: Afrekenen met de vijand.

Twintig verhalen

Twintig kinderen, kleinkinderen, vrienden, kennissen en andere aanverwanten van tot vijandelijke onderdanen verklaarde Duitse Nederlanders komen in het boek aan het woord. Deze twintig verhalen vormen een waardevolle aanvulling op de geschiedenissen die enkel aan de hand van de beheerdossiers zijn gereconstrueerd. We brengen hier heel beknopt twee verhalen als voorbeelden.

Toen Otto Frank, vader van Anne, als enig lid van zijn familie na de bevrijding van Auschwitz terug thuiskwam, kreeg hij niet alleen te horen dat zijn vrouw en twee dochters omgekomen waren maar ook dat Nederland hem als vijandige burger beschouwde. Reden: als bedrijfsleider had hij tijdens de oorlog handel gedreven met de Duitsers. Niet alleen was zijn bedrijf in beslag genomen maar hij werd tevens van economische collaboratie beschuldigd. Na een bureaucratische rechtszaak kreeg hij begin 1947 bericht dat hij niet langer als vijandelijke burger beschouwd werd. In 1949 werd hij officieel Nederlands staatsburger.

Lore was in de jaren 1930 met haar joodse ouders uit Duitsland naar Nederland gevlucht. In 1940 was zij zeventien jaar en in 1941 werd de hele familie in een kamp geïnterneerd. Haar familie zou de oorlog niet overleven. Lore werd als ‘specialiste’ in een lampenfabriek van Philips tewerkgesteld en overleefde. Na de oorlog mocht zij Nederland niet meer binnen wegens haar ‘vijandige nationaliteit’. Moreel was de toen 22-jarige Lore gebroken. Pas in 1947 kon ze Nederland binnen. Op 1 oktober 1948 ontving ze haar ‘ontvijandingsverklaring’. Toch duurde het nog een hele tijd eer ze over het vermogen van haar dode ouders kon beschikken. Korte tijd nadien emigreerde ze naar Israël waar ze met een historicus huwde.

Met haar boek Afrekenen met de vijand voegde Marieke Oprel alvast een nieuw en interessant hoofdstuk toe aan de geschiedschrijving van het naoorlogse Nederland. Ook voor de Vlaamse lezers vormt het boek een verrijking.

 

Pieter Jan Verstraete