Verzet en verraad in Lier

Verzet en verraad is van alle tijden. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog, ook in Vlaanderen en ook in een provinciestad als Lier. Tijdens de tweede Duitse bezetting van ons land sluit een Lierse politieman zich aan bij het verzet. Nauwelijks een jaar later wordt hij door een kameraad weerstander verklikt en opgesloten. Wat volgt zijn martelingen, ontberingen, Breendonk, Duitse concentratiekampen en een blijde thuiskomst.

Staf van Boeckel

Op aandringen van een collega sluit de Lierse politieagent Staf van Boeckel zich aan bij de weerstand in zijn stad. Staf kan hierbij op de volledige steun van zijn echtgenote Mia rekenen. Na enkele maanden is hij al goed geïntegreerd in de weerstandsgroep en zijn er diverse contacten met de Antwerpse weerstand. Maar dan slaat het noodlot toe. Op 10 mei 1943 wordt Staf naar een bepaald adres in het nabije Boechout gelokt. Daar wordt hij vastgehouden en onderworpen aan een reeks hardhandige ondervragingen.

De details hiervan worden de lezer niet onthouden. Ondanks de hevige pijnen en zogenaamde bekentenissen van anderen houdt Staf de lippen stijf op elkaar. Algauw blijkt dat hij door een andere Lierenaar verklikt werd. Zijn Duitse en Vlaamse ondervragers laten hem overbrengen naar de Antwerpse gevangenis. Daar wordt hij door een arts onderzocht en verzorgd. Van Boeckel krijgt kans om klacht neer te leggen tegen zijn folteraars.

In het concentratiekamp van Breendonk ondergaat hij de gevolgen hiervan. Hij ondergaat er het lot van de ‘nacht und nebel’-gevangenen, en wordt compleet geïsoleerd en van de buitenwereld afgezonderd. Gedurende twee jaar ontvangt zijn echtgenote taal noch teken van hem.

Veenarbeider

Na het aanhoren van zijn doodstraf in Breendonk en het zich schikken in zijn lot, verneemt Staf na uren bang afwachten dat de executie niet doorgaat. Hij wordt op transport gesteld. In oktober 1943 wordt Staf van Boeckel samen met andere veroordeelden naar Duitsland gedeporteerd. In diverse concentratiekampen wordt hij tewerkgesteld. De gevangenen moeten er in weer en wind, winter en zomer, ploeteren en werken in veenmoerassen.

Te midden alle ellende, koude, uitgemergeld, uitgebuit, ontmenselijkt en ziekte gaan de maanden en jaren voorbij. Tot in april 1945 de gevangenen bevrijd worden. Na een eerste herstelperiode komt Staf einde mei 1945 terug in Lier en kan hij zijn vrouw en twee dochters weer in de armen sluiten. Van de dertig gedeporteerden van zijn groep kwamen er welgeteld acht terug.

Document humain

Gretel van den Broek, de kleindochter van Staf van Boeckel, heeft aan de hand van literatuur en archiefmateriaal het verzetsverhaal en de lijdensweg van haar grootvader gereconstrueerd. Bij leven wilde hij niets vertellen over zijn avonturen als weerstander en zijn kampleven. Pas later besefte de schrijfster, die met opzet voor de romanvorm koos, waarom haar opa ook in de zomer hemden met lange mouwen en lange broeken droeg. Hij wilde zijn littekens voor zijn familieleden (met uitzondering van zijn vrouw Mia) verborgen houden.

Het boek is niet alleen een eerbetoon aan haar grootvader, haar held, maar ook een ‘document humain’, dat een eerlijk beeld wil ophangen van iemand, zonder enigerlei politieke belangstelling, die zich voor zijn stad, zijn land wilde inzetten.

Tussen de diverse hoofdstukken over haar grootvader door, laste schrijfster Van den Broek een persoonlijk verhaal in. Dat werkt bij de lectuur nogal storend. Maar je kan deze passages zonder probleem overslaan en de lezing van het eigenlijke verhaal van Staf van Boeckel vervolgen. Een zonder meer beklijvend verhaal.

Pieter Jan Verstraete