Verloren lopen in de stad

‘Wat in Antwerpen gebeurde, droeg bij tot de verandering van de wereld en hoe we daarover denken.’ De slotbedenking van het boek Antwerpen. De gloriejaren van gerenommeerd historicus Michael Pye zal menig hart in de koekenstad sneller doen slaan. Hoewel, de meeste sinjoren zijn hier al zo lang van overtuigd dat je je meteen kan afvragen wat voor nieuws dit boek te bieden heeft, zelfs al ben je een bewoner van de Parking.

Een achtbaan aan anekdotes

Michael PyeZijn vorige boek Aan de rand van de wereld. –  Hoe de Noordzee ons vormde ontsloot betrekkelijk nieuwe kennis voor een breed publiek.

Michael Pye legde op een gezapige manier recent historisch onderzoek bloot over de wereld rond de vroegmiddeleeuwse Noordzee. Dit keer opent hij geen blik vol nieuwe kennis, maar bewandelt hij eerder platgetreden paden. De zestiende eeuw is al zo vaak grondig doorgelicht dat er weinig nieuws te vertellen valt. Dat verklaart ook meteen waarom de schrijver het anders aanpakt met Antwerpen.

De stad wordt caleidoscopisch benaderd vanuit al zijn facetten. Michael Pye focust sterk op de persoonlijke verhalen van de inwoners van de stad, het kloppende hart van de geschiedenis van Antwerpen, met hun prachtige landhuizen en botanische tuinen. Naast de bekende Erasmus of Christoffel Plantijn lezen en leren we over Niclaas Jongelinck, een handelaar die zijn status wil verhogen door kunst te verzamelen en Pieter Bruegel een opdracht te geven of over de schrijvende leraar Peeter Heyns wiens verhaal een inkijk geeft in het onderwijsleven.

Maar je leest ook over het politiek strategische belang van Antwerpen voor de Turkse sultan Selim II in zijn strijd tegen de Habsburgers en hoe de hertog van Alva zichzelf verrijkte door zijn geld te investeren in Antwerpen. Tja, de edelman was toch toevallig in de buurt. Het succes van Antwerpen was het opportunisme van zijn inwoners. Dat zag je ook heel goed in de tentoonstelling ‘Voor God en Geld’ van vijf jaar terug. Die tentoonstelling vond trouwens plaats in de stad Gent. Pye toont met tal van voorbeelden aan hoe het economische denken van de Antwerpenaren zowat alles beheerste. Zelfs de pest bracht geld op. ‘Er ontstond een nieuwe markt in officiële, handgeschreven certificaten waarmee mensen konden aantonen dat ze niet aan een dodelijke ziekte leden.’

Alles voor het geld

Antwerpen bleek ook een baken van tolerantie tegenover andersdenkenden, of beter gezegd: andersgelovigen. En de Antwerpenaren deden dat niet uit tolerantie, maar in het belang van de geldbuidel. Net zoals bij zijn Noordzeeboek schetst Pye de vooruitstrevende positie van de vrouwen in de Lage Landen, ook al maakten de wetten het de vrouwen vaak heel moeilijk. Een ongetrouwde, alleenstaande vrouw die handel wilde drijven had altijd een man nodig om een juridisch geldige overeenkomst af te sluiten. Vrouwen konden ook geen openbare functies bekleden.

Wat is hier dan allemaal zo vooruitstrevend aan? Zodra ze gehuwd was, kreeg ze plots een speelveld vrij op een manier die je in andere delen van Europa nauwelijks kon voorstellen. De vrouw kon bij afwezigheid van haar man al zijn taken overnemen. ‘Ruth Beyerlinck was getrouwd met een adviseur van de gemeenteraad en als hij voor officiële zaken afwezig was, tekende zij contracten, incasseerde rente en verhuurde en verkocht huizen, allemaal zaken die van groot belang waren voor de financiën van het gezin. Een vrouw kon ook koopvrouw zijn, dus zelfstandig handeldrijven, zonder ruggenspraak met haar man, als die daar geen bezwaar tegen had.’ Zolang het geld maar rolt.

Iedereen een Michael Pye in huis!

Het boek begint met de komst van de Portugese schepen met specerijen in 1507 en sluit af met de ‘blijde inkomst’ – na de stad te hebben doodgeknepen – van Alexander Farnese in 1585. ‘Loop naar buiten en luister: klokken, karren, geschreeuw in de stad, soms honden, koeien of ganzen, soms paarden, gefluit, aannemers, geroep van marktkooplui en straatventers en nog veel meer.’ Michael Pye schrijft het met de flair van een romancier en deze Angelsaksische stijl blaast het stof stevig van de geschiedenis af.

De talloze anekdotes kunnen je echter verloren doen lopen bij het lezen van het boek. Hij benadert de geschiedenis van het 16de-eeuwse Antwerpen zoals de schilder Pieter Aertsen dat deed. Zijn kunstwerk ‘De vleesstal’ komt mooi aan bod in het boek. Het schilderij toont volgens Michael Pye ‘een vervallen Antwerpen, waar schandelijke praktijken plaatsvinden’. Maar zonder die bijhorende boodschap zie je veel vlees, vis, koperen ketels, mensen in de verte, mensen dichtbij, een bordje tekst dat alleen duidelijk wordt met hulp van wat context. Het is te veel om op te nemen als observator van het schilderwerk. Dat betekent dat je verschillende keren naar dat schilderwerk zal moeten kijken om het helemaal te kunnen bevatten of dat je je misschien de moeite niet meer getroost om nog een blik op het werk te werpen.

Dit risico loopt het boek Antwerpen. De gloriejaren ook. Het is immers een vat zo eivol informatie — met hier en daar foutjes, wat toch wel vervelend is — dat je soms begint te duizelen. Misschien lees je het nog een keer, maar je kan even goed denken dat een keertje volstond. Ik zag Michael Pye aan het werk in de Afspraak (Canvas) en beluisterde hem in een Britse podcast waar de charmante man zijn ding mocht vertellen. Op dat ogenblik is het een plezier om de auteur bezig te horen en blijft zijn verhaal een heldere lijn aanhouden. Misschien moet elke lezer gewoon een ‘Michael Pye’ meekrijgen bij aankoop van zijn boek.

Harry De Paepe