‘Vadertje Drees’: gedegen biografie van Willem Drees

Het leven van Willem Drees (1886-1988) die onder meer tussen 1948 en 1958 premier van Nederland was, werd al eens zeer uitvoerig beschreven. Immers tussen 2003 en 2014 verscheen van de hand van politicoloog en archivaris Hans Daalder en historicus/biograaf Jelle Gaemers een uitvoerige wetenschappelijke biografie in vijf boekdelen, goed voor 4.500 bladzijden. Maar deze, inmiddels uitverkochte, biografie verzoop in de kleinste details en was niet prettig om lezen. Het was allemaal een beetje te veel van het goede. Bovendien was er weinig aandacht voor het persoonlijke levensverhaal van de sociaaldemocratische politicus. Er bleek behoefte naar een nieuwe handzamere biografie.

Stenograaf

Uitgeverij Boom had oren naar het voorstel van Jelle Gaemers om een degelijke verhalende biografie te schrijven. Het resultaat ligt thans naast mij: een prettig leesbare, verrijkende en gedegen biografie die door eenieder kan worden gelezen. Deze biografie komt ook juist op tijd want Willem Drees was al bijna vergeten, en is al uit de Canon van Nederland gestoten. Hij heeft plaats moeten maken voor Marga Klompé, de eerste Nederlandse vrouwelijke minister. Ja, zo vlug gaat dat tegenwoordig.

Vooraleer hij verkozen werd als socialistisch kamerlid, ‘zetelde’ Drees al in de Tweede Kamer (in België de Kamer van Volksvertegenwoordigers). Hij was er immers werkzaam als stenograaf, en een zeer bekwame stenograaf. Prachtig zijn de bladzijden die Gaemers besteedt aan de evolutie van de stenografie.

Al op jonge leeftijd was Willem Drees socialist en geheelonthouder geworden. In zijn eigen familie had hij ervaren wat alcohol kon aanrichten. Als wethouder (schepen) van Den Haag deed hij de nodige politieke ervaring op.

Buchenwald

Biograaf Gaemers schrijft terecht dat bij Drees identiteit en imago grotendeels samenvielen. Hij was inderdaad daadkrachtig, zakelijk, zuinig (behalve op de aankoop van boeken voor zijn bibliotheek) en verbindend. Echt rauwe kanten had hij eigenlijk niet. Drees was een voorbeeldig politicus en huisvader die ’s middags naar huis kwam om te eten, en naar het nieuws van 13u luisterde. Een tikkeltje saaie man eigenlijk.

Buiten lezen had hij geen echte hobby’s. ‘Mijn hobby is de politiek’, zei hij steeds. Met persoonlijke opvattingen en emoties was Willem Drees zuinig. Hij stond in feite symbool voor de Hollandse eenvoud en zuinigheid. Als eerste minister ging hij bijvoorbeeld samen met zijn vrouw in de rij staan voor een bioscoop, en wachtte zijn beurt af. Meestal ging hij ’s ochtends te voet naar zijn kabinet.

Toen in mei 1940 Nederland bezet werd, genoot hij al nationale bekendheid. Daarom ook werd hij samen met anderen als gijzelaar voor de duur van een jaar naar het concentratiekamp van Buchenwald gedeporteerd. Deze tijd valt niet los te zien van zijn harde naoorlogse opstelling tegen nazi’s, collaborateurs en oorlogsmisdadigers. Het liefst wilde Drees na de oorlog alle ‘foute’ Nederlanders naar Duitsland overbrengen. Maar anti-Duits werd hij nooit; daarvoor hechtte hij te veel belang aan goede relaties met de Duitse Bondsrepubliek en aan zijn lidmaatschap van de Socialistische Internationale.

Indonesië

Drees en de kabinetten waarvan hij deel uitmaakte (1945-1948), en later als eerste minister (1948-1958), stonden voor immense problemen. Het land was in 1945 voor een groot deel verwoest en uitgeplunderd, de bevolking was ontredderd en het herstel van de economische en sociale ontwrichting duurde jaren. Een probleem als het gebrek aan woningen hield zelfs veel langer aan.

Op de bezettingstijd volgde dadelijk een nieuwe grote crisis van internationale allure: de Indonesische oorlog. De dekolonisatie van Indonesië, die gepaard ging met een heuse onafhankelijkheidsoorlog en oorlogsmisdaden aan beide zijden, is een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis en een smet op Drees’ blazoen. Hij bleef echter achter zijn beslissing staan om extra troepen naar de Indische archipel te sturen.

Daarnaast waren er ook internationale problemen zoals de Koude Oorlog en de aanzetten tot de Europese eenwording. Steeds diende Drees een consensus met zijn regeringspartners te zoeken. Uiteraard verdwenen op bepaalde gebieden oude tegenstellingen, maar steeds zorgden nieuwe problemen voor nieuwe conflictstof. Het vereiste van Drees veel staatsmanskunst, visie en geduld.

Jongeren

Voor zijn nieuwe biografie gebruikte Gaemers overwegend feitenmateriaal dat hij en Daalders voor hun wetenschappelijke biografie bezigden. Hij deed alleen aanvullende research betreffende Greet Hofmans, die de monarchie gedurende een bepaalde tijd deed wankelen, en het Indonesiëbeleid dat Drees als een ‘nachtmerrie’ bleef achtervolgen.

In mei 1971 nam Drees ontslag als lid van de Partij van de Arbeid. Hij was het niet eens met de toenemende invloed van radicaal links binnen de partij. In zijn publieke uitlatingen ergerde hij zich aan de verruwing van buitenparlementaire acties (‘krakersbeweging’), vooral die van jongeren. Kwam zijn veroordeling van onwettige acties Drees al op felle kritiek van progressief links te staan, zijn bezwaren tegen de komst en het laten blijven van allochtonen verzonken hierbij in het niet. Voor de linkse kerk en de ‘politiek-correcte’ goegemeente was hij algauw een xenofoob. Drees keerde zich niet zo zeer tegen de immigranten zelf maar wel tegen het beleid ten aanzien van de immigranten. Hij stelde dat er voor hen in Nederland niet voldoende plaats en opvangmogelijkheden waren.

Een vraag voor een interview ging hij nooit uit de weg. Hij hield ervan om zijn mening kond te doen, en dat tot op hoge leeftijd. Willem Drees, de Tweede Vader des Vaderlands, werd 102 jaar. De ondertitel van deze biografie ‘daadkracht en idealisme’ dekt ten volle de lading.

Met bijlagen, beknopte eindnoten, korte literatuurlijst en register.

Pieter Jan Verstraete