Urbanus: nog zeven avonturen te gaan

Stilaan begint het aftellen naar Urbanusstrip 200 op snelheid te komen. Met De Blussers van Tollembeek verscheen album 193. Met een perfide genoegen laten Urbanus en Willy Linthout in elk album iets los alsof album 200 het laatste zal zijn. Dit keer staat verborgen in het laatste plaatje: ‘nog 7 avonturen’.

Het recentste album is weer een zeer vermakelijk album dat geen moment verveelt. De zeer consequente ‘lelijke’ tekeningen blinken weer uit door visuele gags en underground light. Het verhaaltje even uit de doeken doen hoort niet. Laten we zeggen dat Urbanus brandweerman wil worden omwille van libidineuze redenen. De meest krankzinnige avonturen volgen en de onnozelheid spat weer van de bladeren. De cover van de hand van Steven De Rie is een parel en kan zo in een kadertje aan de muur als een van de beste covers van een Vlaams stripverhaal allertijden.

Beperkte lengte wellicht nodig

Hoewel een Urbanusstrip maar 32 pagina’s telt en dus net als FC De Kampioenen veel minder tekenwerk vergt dan bijvoorbeeld een album van De Kiekeboes of Suske en Wiske heeft de strip ook die beperkte lengte wellicht nodig. Het verhaaltje moet niet groot zijn en genoeg goede gags vinden om dit 44 pagina’s vol te houden zou allicht de zaak te zeer oprekken. Een echte plot is overbodig, al weten Urbanus en Linthout toch altijd weer een bijzondere draai te geven aan de recente albums. Uiteraard werken meer mensen mee aan deze albums, zoals Steven De Rie die de inkleuring en de cover voor zijn rekening nam, alsook iets dat ‘assistentie’ heet. Wie maalt erom?

Als de gruwel van vele ouders en grootouders is de Urbanusstrip nu al decennia een vaste waarde in het Vlaamse striplandschap. Het is ook een buitenbeentje in de Europese stripcultuur. Het is de enige mainstream underground strip. Dus eigenlijk zelfs een wereldwijd unicum. Choqueren doen de stripverhalen al lang niet meer, maar een beetje stout of ondeugend blijven ze wel. Kaka-pipi-grappen passeren sans gêne en het stoort zelfs niet meer. Dit keer was de afgezaagde mop met de hondendrollen zelfs bijzonder geestig.

Stripambacht

De maatschappijkritiek en de Uilenspiegel die de zotheid toont zijn weer alom tegenwoordig en ook dat is een van de sterktes van een goede Urbanusstrip. De slechte smaak van bepaalde grappen is er zover over dat ze zelfs weer verteerbaar blijken. Alles is zo goed in elkaar gedraaid. De strip die er zo amateuristisch uitziet is zo professioneel perfect geprepareerd dat het haast onwelvoeglijk is om nog van stripkunst te spreken en niet van stripambacht.

Het zou bijna zonde zijn als Linthout en Urbanus er, zoals ze al drie of vier albums laten uitschijnen, er na 200 stuks mee ophouden. Maar kan je beide heren (op leeftijd weliswaar) ooit echt ernstig nemen? Wie zegt dat in het laatste prentje van album 200 niet plots staat ‘weer 200 avonturen te gaan’?

Lode Goukens