Toch niet zon rare jongens, die Romeinen van Robert Fabbri

De negendelige romancyclus van Robert Fabbri over hoe Vespasianus uiteindelijk Romeins keizer werd, is een weergaloze historische avonturenroman die kan wedijveren met de Cicero-trilogie van Robert Harris.

Bingelezen

Tuurlijk dat ex-minister Koen Geens het bij het rechte eind heeft als hij de driedelige Thomas Cromwell-omnibus van Hilary Mantel looft en prijst. Eindelijk, zo Geens, had hij ver weg van het politieke circus in zijn Huldenberg de tijd om nog eens de tanden te zetten in een superieure megaroman. Je zou voor minder het politieke theater vaarwel zeggen.

Bingewatchen kan je namelijk ook met boeken — bingelezen dus. En zeker met historische serieromans, zoals in Mantels geval. Toevallig ontdekte ik tijdens mijn regelmatige bibbezoek in de sectie historische thrillers de negendelige Vespasianus-saga. Die werd de laatste tien jaar door de voor mij volkomen onbekende Zwitserse auteur Robert Fabbri gecomponeerd. Fabbri werkte vijfentwintig jaar in de film- en tv-wereld. Hij wilde zich echter al langer helemaal wijden aan zijn levenslange passie voor de Romeinse geschiedenis.

Geld stinkt niet

En zo geschiedde dus vanaf 2010. Hij beet zich vast in het leven van Vespasianus. Die werd in 70 na Christus als prille zestiger de eerste Flavische keizer. Zijn beide zoons, Titus en Domitianus, zouden zijn levenswerk verder zetten. Namelijk de bouw van het Colosseum op de plaats waar ooit Neros kolossale standbeeld stond. Maar eigenlijk stopt Fabbri in Vespasianus IX. Keizer van Rome op het moment dat Vespasianus na het fameuze vierkeizersjaar in 69 na Christus zijn concurrenten uitschakelde. Hij wilde vooral tonen hoe bochtig en onvoorspelbaar een Romeinse politieke carrière wel kan zijn. En allicht voelde hij een zekere verwantschap met zijn onderwerp.

Fabbri schrijft immers zonder literaire pretenties. Een beetje zoals no nonsense-man Vespasianus (9-79) zelf in het leven stond, blijkbaar. Hij is niet voor niets bekend geworden met zijn uitspraak dat geld niet stinkt. Zo moesten de wolververs door een wet van Vespasianus belastingen betalen op de urine die ze gebruikten bij het behandelen van het textiel. En legendarisch natuurlijk zijn diens laatste woorden, vol zelfspot, dat hij blijkbaar een god aan het worden was.

Netwerkerskunsten

In het eerste deel Vespasianus I. Tribuun van Rome zoomt hij in op de jeugd van Vespasianus. Die moet op een klein landgoed buiten Rome met zijn oudere broer Sabinus het hoofd bieden aan plaatselijke raids van allerlei onguur volk. Sabinus lijkt voorbestemd voor een politieke carrière. Hij doorloopt ook systematisch de klassieke cursus honorum: van quaestor tot praetor. Maar uiteindelijk is het Vespasianus, de man met het gezonde boerenverstand, die het totaal onverwacht tot keizer zou schoppen.

In een filmische stijl evoceert Fabbri via goed gekozen scènes en sprekende details de relatie tussen de ambitieuze Sabinus en zijn jongere broer Vespasianus, die met een landelijk leven vol sporadische gevaren best tevreden is. Maar dat is buiten de dubbelzinnige voorspelling van het orakel bij zijn geboorte gerekend. En vooral buiten de netwerkerskunsten van zijn oom-senator. Die wil beide neven immers opstoten in de Romeinse vaart der volkeren. Daarom nodigt hij hen bij hem in Rome uit om hun carrière te lanceren.

Beschermheer en beschermeling

Al in dit eerste deel krijg je een prima inkijk in de Romeinse gewoontes. Zonder beschermheer — patronus heette dat — kon je het bijvoorbeeld schudden. Van hoog tot laag, iedereen was cliënt of protegé van iemand hoger op de maatschappelijke ladder. Zo maak je in dit eerste deel ook kennis met de lokale maffia in Rome. Elk stadsdeel werd bestuurd door een broederschap dat je tegen betaling — zeg maar: afpersingsgeld — bescherming bood. Als beschermeling kon je daar dus ook op kon rekenen bij je eigen ambities. Er was slechts een minimale overheidsbescherming tegen misdaad of ongeluk: de brandweer of vigiles en de stadscohorten of politie. Het was dus zaak om jezelf in te kopen voor verzekerde bescherming. En je op jouw beurt ook te laten betalen voor bepaalde hand- en spandiensten.

Vespasianus belandt zo bij Magnus, de leider van de bende op de Quirinaalheuvel. Die is op zijn beurt cliënt van de oom van Vespasianus. Toen al blijkbaar liepen de lijnen van de criminele onderwereld met haar inkomsten uit prostitutie en de gokindustrie door tot in de hoogste kringen. Zoals de gekozenen des volks hun lictoren hadden — een persoonlijke lijfwacht die hen steeds vergezelde — zo bood Magnus met zijn broederschap bescherming aan de oom van Vespasianus en weldra ook aan Vespasianus zelf.

Bij Fabbri leer je dingen die je in geen enkel schoolboek zal lezen. Hoe Magnus bijvoorbeeld de goden van het kruispunt tevreden wil houden met een altaar vol lares of (kruispunt)goden waar hij devoot zijn offergaven voor doet. Met rituelen en goden werd weliswaar gelachen en gespot bij de Romeinen, maar tegelijk vormden ze toch de kern van het bestaan. De helft van het Romeinse kalenderjaar bestond immers uit feesten waar offers voor de goden centraal stonden.

Gewelddadige druïden

Dankzij de contacten van zijn nonkel krijgt Vespasianus een eerste baantje bij het leger. Hij wordt tribuun in een godvergeten gat in de Balkan. Terwijl zijn broer voor het hoogste gaat, vlucht Vespasianus weg van het Romeinse slangennest naar een uithoek van het Romeinse rijk. Maar ook daar stoppen de complotten niet. Vespasianus wordt tegen wil en dank steeds meer in het politiek-militaire web ingesponnen.

De militaire carrière van Vespasianus verloopt, zoals gezegd, bijzonder woelig. Ze brengt de lezer naar de meest diverse streken van het Romeinse Rijk. Vespasianus V. Heersers van Rome is misschien wel het hoogtepunt. Vespasianus bevindt zich dan in het Keltische Brittannië. Daar tracht hij zijn broer Sabinus te bevrijden uit de klauwen van de druïden. Die gaan namelijk bijzonder gewelddadig tekeer tegen al wie hen in de weg staat. Ook de Britse Boudicca, bekend van haar opstand tegen de Romeinen, komt in beeld. En de manier waarop keizer Claudius én Seneca de opstand in de hand werkten door draconische belastingeisen aan de lokale bevolking op te leggen.

Smaakmaker

Andere afleveringen van deze Vespasianus-reeks situeren zich onder andere in Israël. Daar moest hij met zijn zoon Titus de Joodse opstand bedwingen. En in Noord-Afrika, waar Vespasianus op geheime missie vertrok om Romeinse gevangenen te bevrijden. Alexandrië komt ook in beeld, want keizer Caligula wilde pronken met het borstkuras van Alexander de Grote bij een feestje dat Vespasianus als ceremoniemeester in goede banen moet leiden.

Na het voltooien van deze Vespasianus-cyclus bracht Fabbri nog een sequel uit: Magnus. Zes afzonderlijke novelles over maffiabaas Magnus, rechterhand van Vespasianus. Magnus is de perfecte smaakmaker voor wie nog nooit iets heeft gelezen van deze Fabbri en misschien — ten onrechte — opziet tegen een roman fleuve van drieduizend bladzijden.

Alexanders erfenis

Ondertussen is Fabbri in dit decennium begonnen aan Alexanders erfenis. Een nieuwe megaroman in schuifjes, die zich afspeelt na de dood van Alexander de Grote in 323 voor Christus. Twee delen ervan zijn ondertussen gepubliceerd: De sterkste wint en De drie paradijzen. Benieuwd waar dit nieuwe avontuur Fabbri zal brengen.

Frank Hellemans