Strop voor Vlaamse thrillerschrijvers

In 2022 is de kans gering dat een Vlaamse misdaadauteur nog eens aan het feesten zal zijn bij het winnen van De Gouden Strop, de belangrijkste literaire onderscheiding in het krimigenre. Alleen wie als Vlaamse schrijver bij een Nederlandse uitgeverij onder dak is, komt er dan immers nog voor in aanmerking.

Discriminerend

Een bittere pil om te slikken voor het gilde van de Vlaamse thrillerauteurs. Plots verliezen ze de kans op het mogelijk ophalen van 10.000 euro, de financieel belangrijkste prijs voor misdaadauteurs in de Nederlandstalige letteren. De Nederlandse broodheren ervan vinden dat Vlaamse winnaars namelijk te weinig verkoop genereren boven de Moerdijk. Alleen als die Vlaamse schrijver bij een Nederlandse uitgever publiceert, is hij nog welkom. Vorig jaar – in 2020 dus – kaapte de Vlaamse schrijver Dominique Biebau met Russisch voor beginners nog de Gouden Strop weg.

Rudy Vanschoonbeek, de Vlaamse uitgever van Biebau bij uitgeverij Vrijdag, ontkent trouwens dat Biebau in Nederland slecht verkocht: ‘We hebben er toen ettelijke duizenden exemplaren meer van verkocht.’ Hij vindt het ‘bijna discriminerend’ dat zijn misdaadauteurs niet meer kunnen meedingen naar De Gouden Strop. En dat geldt dus ook voor de auteurs van de Manteau-stal waar Jef Geeraerts, Bob Mendes en Pieter Aspe het literaire misdaadgenre hier te lande op de kaart hebben gezet. Geeraerts won trouwens die Strop in 1986. En dat was ook het geval voor andere Vlaamse thrillerschrijvers, zoals Mendes (1993, 1997), Johanna Spaey (2005), Bram Dehouck (2010, 2012) en Jo Claes (2015).

Pen en kogel

Met het wegvallen in 2017 van de Diamanten Kogel, een andere Nederlandstalige thrillerprijs met Antwerpse roots, is de Knack Hercule Poirotprijs nog de enige hoop in bange dagen voor de makers van het Vlaamse spannende boek. De 23ste editie van die laatste koos verleden jaar acteur-scenarioschrijver Rudy Morren met Sneeuwspoor als laureaat. Morren moest het doen met 5.000 euro én een Mont Blanc-pen. (De Diamanten Kogel was geen geldprijs maar gaf als trofee een zilveren boksbeugel met vier diamanten van plastische kunstenaar Wim Delvoye ten geschenke.)

Benieuwd trouwens óf en hóe deze prijs dit jaar plaats zal vinden, respectievelijk uitgereikt. Traditioneel werd de winnaar ervan bekend gemaakt op de eerste dag van de Antwerpse Boekenbeurs waar Knack-Roularta mediasponsor van was. Verhuist de prijs mee naar Kortrijk straks in de afgeslankte versie van de Boekenbeurs nieuwe stijl tijdens het Allerheiligenweekend? Of duikt hij toch weer in Antwerpen op met de vernieuwde Boekenbeurs 2.0?

Om maar te zeggen dat zowel de Nederlandse als de Vlaamse literatuur zich blijkbaar meer en meer terugplooien binnen de eigen grenzen. Commerciële redenen voeren hierbij steevast de boventoon, zoals onlangs bij het schrappen op Canvas van ‘Brommer op zee’, het boekenprogramma op tv. De kijkcijfers waren zo teleurstellend dat VRT langs Vlaamse kant de stekker er uit haalde. En het moet gezegd: Vlaamse auteurs kwamen en komen er slechts mondjesmaat in voor. In de regel kreeg één Vlaamse auteur per uitzending blijkbaar de kans om nieuw werk in de etalage te zetten.

Gebrekkige eindredactie

Vlaamse literaire non-fictie én de documentaire roman zijn de uitzondering op de regel. Maar die wordt dan ook steevast door een Nederlands uitgeefhuis van kwaliteit uitgegeven. Bart Van Loo (De Bourgondiërs), David Van Reybrouck (Congo en Revolusi) en Chris De Stoop (Het boek Daniël) maken het mooie weer bij de Amsterdamse Bezige Bij, en Margot Vanderstraeten (Mazzel tov en Minjan) bij Atlas Contact. Trouwens ook in de literaire fictie – meestal met documentaire inslag – is het Holland boven. Stefan Hertmans (Oorlog en terpentijn) , Erwin Mortier (Godenslaap) en nu ook Jeroen Olyslaegers (Wildevrouw) zitten eveneens bij De Bij onder dak. Lize Spit (Het smelt, Ik ben er niet) kreeg een plaatsje bij de Nederlandse nieuwkomer Das Mag en Griet Op de Beeck (Vele hemels boven de zevende) bij Prometheus.

Je zal dus maar Vlaamse uitgever zijn in deze postcoronatijden. Met uitzondering van Van Reybrouck, Vanderstraeten, Mortier, Op de Beeck en Spit begonnen bovenvermelde Vlaamse goudhaantjes hun schrijverscarrière bij een Vlaamse uitgever die investeerde in hun eerste pennenvruchten om ze uiteindelijk met lede ogen te zien verkassen naar een Nederlands huis. De reden die Vlaamse auteurs hierbij – vaak terecht – aanhalen is de eindredactiebegeleiding die in Nederland zoveel beter zou zijn. Vlaamse uitgevers ontbreekt het financieel aan middelen om de auteur bij zijn manuscripten kritisch te begeleiden. Lectoren die de Vlaamse uitgeverijen daarvoor soms inhuren, zijn onderbetaalde freelancers die er eerder vroeg dan laat ook de brui aangeven.

Boon voor krimi’s?

Misschien is hier een taak weggelegd voor Literatuur Vlaanderen, het door de Vlaamse overheid betoelaagde lettereninstituut. Cultuurminister Jan Jambon gaf extra middelen en dus vele honderdduizenden euro extra aan Literatuur Vlaanderen. Waarom zou er dan geen starterskapitaal kunnen worden voorzien voor het in dienst nemen van voltijdse eindredacteurs? Vlaamse uitgeverijen – van gevestigde waarden als Lannoo en Houtekiet tot kleinere spelers als Horizon, Vrijdag, Borgerhoff &Lamberigts – hebben door de band genomen toch ook een KMO-status?

Jambon zorgde trouwens met het financieren van een dubbele Boon Literatuurprijs vanaf dit jaar eindelijk ook voor twee belangrijke Vlaamse commerciële literatuurprijzen van 50.000 euro die kunnen concurreren met hun Nederlandse grote broers: de Boekenbon Literatuurprijs en de Libris. In maart 2022 wordt er zo een Boon voorzien voor een Nederlandstalige schrijver van literaire fictie en non-fictie, én ook een voor kinder- en jeugdliteratuur. Dreigen de Vlaamse misdaadauteurs ook hier weer uit de boot te vallen? Afwachten of de juryleden een boon voor Vlaamse krimi’s hebben.

Frank Hellemans