Reset als aansporing

Op de kaft van Mark Elchardus’ boek over identiteit en gemeenschap staat het symbool voor Reset, dat ook de titel van het boek levert. Nu wordt het bij lectuur van het boek al snel duidelijk dat deze socioloog juist niet pleit voor een totaal nieuw begin van de maatschappij, niet voor een harde reset waarbij alles wat nu loopt moet halthouden om het mensdom van voren af aan opnieuw te laten beginnen. Hij is noch marxist noch communist en belooft niet dat hij ‘alles nieuw’ zal maken. Hij wil niet terug naar de fabrieksinstellingen van de mens. Hij wil misschien wel streven naar een grondige herinrichting van de democratie, maar resetten is daar niet bij.

Taboedoorbrekend

Het reset-teken is namelijk performatief. We moeten het letterlijker nemen. Het boek zèlf is namelijk  deze knop die, als we hem maar lang en geduldig genoeg induwen tot bladzijde 608, onze opvattingen over wat democratie zou moeten zijn, zal bijstellen. Deze knop is daarenboven taboedoorbrekend. In dit boek worden heel wat idées reçues over politiek terug naar hun bekende en onbekende afzenders gestuurd. Wereldburgerschap? Een fictie. Burgerpanels à la Van Reybrouck? Volksverlakkerij. Mensenrechten? Moeten hun plaats kennen. Elchardus spreekt zich uit tegen kapitalismekritiek als kritiek zonder alternatief. Hij is tegen haatwetten, tegen de minderhedendemocratie, tegen (positief) discriminerende quota, en uiteraard tegen de vigerende dekolonisering die niet in onze ‘witte’ geesten moet gebeuren, maar in de vroegere kolonies zelf.

Hij is tegen illegale migratie en noemt het illegaal betreden van het grondgebied een agressie die uiteraard bestraft moet worden. Het flagrantst komt zijn veroordeling van de huidige migratiepolitiek en passant tot uiting in zijn gebruik van het werkwoord ‘redden’, in de context van het ‘redden’ van drenkelingen uit de Middellandse Zee. Daarmee bedoelt hij niet, zoals in de kranten gebruikelijk, ‘naar Europa brengen’, maar echt redden uit de handen van de mensensmokkelaars en terugbrengen naar het vasteland. Het Afrikaanse vasteland wel te verstaan. Libië dus. Niet zo schokkend voor wie Elchardus’ columns in De Morgen volgt.

Wat de auteur helemaal tegen rechts doet ‘aanschurken’ is zijn gewoonte om auteurs die aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan, instemmend te citeren: Bernard Lewis over de islam, Roger Scruton over conservatisme, Samuel Huntington over de strijd der culturen, en de Vlaamse jurist Mark Bossuyt over de juristocratie van de activistische rechters aan de Europese hoven. Hij bespot de Kif-Kif-mens Ico Maly en plaatst hem nog een bank achteruit tot helemaal achteraan in de klas, maar geeft daarentegen een pluim aan Theo Francken en Bart De Wever. En dit allemaal doodnuchter, beredeneerd, consistent en van een dodelijke consequentie.

Zijn giftigste pijlen schiet hij af op het liberalisme en het neoliberalisme. Om te begrijpen wat hij daarmee doet, gaan we even terug naar de kaft. Onder ‘Reset’ staat de subtitel: Over identiteit, gemeenschap en democratie. Wie door voorgaande taboedoorbrekingen eigenlijk al niet verder wou lezen maar het toch deed, zou hier beter helemaal stoppen, want identiteit en gemeenschap zijn bij de denkenden onder de weldenkenden nog ongeoorloofder dan al het vorige samen. Weldenkenden beginnen met tegenzin aan dit boek. Voor hen betekent democratie juist afwezigheid van vieze ideeën als identiteit en gemeenschap. Wie daarover begint, heeft zichzelf al uit de kringen der prudenten gesloten.

Tegendraadse motto’s

Maar dan die motto’s! Een potentiële koper moet die toch opmerken, want ze staan naast de inhoudstafel. Het eerste stamt van Johann Gottfried Herder, bekend tegenverlichter, idealist en romanticus, mentor van Goethe en inspirator van de Grimms. Kortom een denker en literator die aan de oorsprong ligt van de Deutsche Ideologie zoals Marx en Engels dat noemden. Het edelste wat we bezitten, schrijft Herder, namelijk het verstand met zijn krachten en de vorm waarin we denken, handelen en zijn, dat hebben we niet van onszelf, het is ons overgeërfd. Elchardus wil ons iets diets maken over het erfdeel dat we ontvingen van vroegere generaties. Terwijl vandaag een tijdschrifttitel als Ons Erfdeel juist uit de mode blijkt te zijn…

Het tweede motto is van Bruce Springsteen, die tijdens zijn show Springsteen on Broadway (2017-18) iets wou zeggen over zijn poging om een gemeenschapsband (a communal bond) te scheppen met zijn mensen, een diepe verbinding waarin zijn eigen levensverhaal onscheidbaar wordt van dat van zijn publiek: ‘Ik ben hier als levend bewijs van dit eeuwig onvatbare en nauwelijks te geloven “wij”’. Springsteen suggereert hier een collectieve identiteit, en Elchardus wil ons bevrijden van de banbliksems tegen het wij-zij-denken. Als hij wij zegt, zegt hij wij en krabt hij geen aanhalingstekens in de lucht.

Collectieve identiteiten

Van de vier grote delen in dit boek gaat het eerste inderdaad over identiteit en identificatie, en het tweede over soorten van collectief identiteits-streven naar gemeenschappen. Beide veronderstellen elkaar. Geen gemeenschappen zonder individuen met een identiteit, mannen en vrouwen ‘met eigenschappen’; geen volwaardige individuen zonder gemeenschappen.

Gemeenschappen zijn leefwerelden, levenshorizonten, gehelen met ‘overleveringssamenhang’ (Überlieferungszusammenhang – Baberowski), begiftigd met intergenerational continuity (Furedi).
Gemeenschappen zijn soeverein en de uiteindelijke basis van wetgeving. Gemeenschappen zijn The People in de uitdrukking waarmee de Amerikaanse Grondwet opent: het volk, noch min noch meer. Elchardus’ redenering is gestoeld op de opvatting van hoe een individu en diens identiteit in de wereld staan.

Wordt het individu opgevat als een alleenstaand iemand, autonoom en als het ware ‘zonder eigenschappen’ maar wel van gods- of natuurswege met Rechten begiftigd, dan bevinden we ons in een theoretisch liberalisme dat, toegepast in de werkelijkheid en in de wetgeving, slechts individuen en minderheden ziet en vooral voor deze beide zorg draagt. (Neo)liberale politiek en (neo)liberale uitgangspunten kennen slechts wereldburgers, geboren en neergezet in een wereldmarkteconomie.

Wordt dat individu opgevat als geboren en levend in een collectiviteit met een verleden en met een project in de toekomst, een collectiviteit waaraan het rechten ontleent en plichten verschuldigd is, dan bevinden we ons in het gemeenschapsdenken dat, toegepast in de realiteit en in de wetgeving, zorg draagt voor deze gemeenschap – met een zorg waarvan alle andere zorgen afgeleid zijn.

Volk, werkbare gemeenschap, natie en migratie

Geregeld schakelt Elchardus in zijn terminologie bijna ongemerkt, maar evengoed sans gêne, over van gemeenschap naar het taboewoord ‘volk’. Bij liberalen is het volk niet meer dan een abstract principe; bij gemeenschapsdenkers gaat het om mensen van vlees en bloed. De volksgemeenschap moet echter een ‘werkbare gemeenschap’ zijn, gestut en gesteund door grenzen, homogenisering en secularisme. Als dit het geval is, kan de gemeenschap tot een natie uitgroeien, gekenmerkt door sociale binding en culturele verwantschap. Nationalisme is slechts een onderdeel van het streven naar zo’n werkbare gemeenschap.

Mensen over de hele wereld hebben een fijne neus voor wat werkbaar is en niet. Deze eigenschap is een van de beste legitimaties voor het bestaan van de democratie. De ‘grote trek’ die de wereldmigratie tenslotte is, is een trek vanuit falende gemeenschappen richting werkende gemeenschappen. Vandaar dat Elchardus zich ook de retorische vraag stelt: Wat verhoogt de kansen dat migranten zich hier gemakkelijk kunnen inpassen? Het antwoord luidt uiteraard: het voorhanden zijn van een werkbare, zelfbewuste gemeenschap. Het gaat natuurlijk om een vraag die het ‘linkse’ liberalisme zich niet stelt. Er hoeft immers niet ingepast te worden, vandaar de vele vormen van apartheid zoals multiculturalisme en pseudo-diversiteit in ‘kleine gemeenschappen’, gevoed door ‘kleine identiteiten’, terwijl juist de nationale, werkbare gemeenschappen de enige kans vormen op succesvolle legale migratie en integratie.

Het tere trillen van de wiegen

Ik probeerde hier kort de essentie van Elchardus’ stringente redenering weer te geven. Een betere manier om dit te doen is een weergave van het citaat waarmee hij zijn boek besluit, maar dat hij eerder al associeerde met de ‘somewheres’ van David Goodhart. Het gaat om een passage uit een redevoering, uitgesproken door de grote en immer inspirerende Franse socialist Jean Jaurès, gericht tot Franse mijnwerkers net voor de Eerste Wereldoorlog. Hij doet daarin een beroep niet op hun klassenbewustzijn maar op hun gemeenschapszin, op hun gevoel voor traditie en continuïteit, op het recht van de gemeenschap ook om te blijven bestaan en op de plicht van de leden om zich daartoe inspanningen te getroosten. Ziehier het gemeenschapsterritorium zoals een dode Franse socialist en een levende Vlaamse socialist het zich verbeelden:

‘Gij zijt aan deze bodem gehecht, door al hetgeen u is voorafgegaan en door al hetgeen u zal volgen; door hetgeen u geschapen heeft en door hetgeen gij zult scheppen; door het verleden en de toekomst; door de graven die daar onbeweeglijk liggen én door het tere trillen van de wiegen – par l’immobilité des tombes et le tremblement des berceaux’.

Ik heb de reset-knop op Elchardus’ kaft helemaal ingedrukt.

Het boek Reset is hier te koop.

Jean-Pierre Rondas