Rassen bestaan niet, etnieën wel

Wat een timing! Angela Sainis boek Superior: The Return of Race Science (2019) verscheen net voordat het thema racisme meer dan ooit in de belangstelling kwam te staan als de centrale ‘woke zonde. Pandemieën hebben nu eenmaal als neveneffect maatschappelijke trends in een stroomversnelling te brengen.

U kunt de voornaamste boodschap van mevrouw Saini allicht raden. Voor zover genetische verschillen tussen menselijke populaties bestaan, betreffen die uitsluitend zeer oppervlakkige kenmerken: een ander soort ooglid of een licht verschil in huidpigmentatie.

Een humanistisch dogma

Alhoewel. In een recent interview beweerde ze letterlijk dat volkeren niet door één huidskleur gekarakteriseerd worden. Wie dus dacht dat de Inuit van nature behoorlijk blank zijn en de Masai donkerbruin, verraadt enkel zijn of haar racistische inborst.

De reden is dat er ‘zoveel werelddelen met erg lichte en erg donkere mensen zijn (juist, maar het ging om volkeren, niet om werelddelen). Bovendien waren de eerste Europeanen zwart (opnieuw juist, maar dat bewijst niet dat er in het heden geen licht- en donkergekleurde populaties bestaan).

Wie aan het humanistische dogma van de genetische uniformiteit van de mens twijfelt, is per definitie een ‘racist. Wetenschappers die onderzoek durven te doen naar niet-triviale genetische verschillen tussen menselijke populaties, bezondigen zich bijgevolg automatisch aan wetenschappelijk racisme. Omdat er in het verleden racistische wetenschappers geweest zijn die verschillen tussen populaties bestudeerden, zijn alle moderne wetenschappers die zich met dergelijk onderzoek bezighouden ook racist. Over een vals intentieproces gesproken.

Beide categorieën personen zijn potentieel voer voor de beruchte afrekencultuur. De wetenschappelijke waarheid in deze boeiende materie is volslagen irrelevant. De vraag is niet hoe iets in elkaar zit, maar hoe het, humanistisch gezien, in elkaar zou moeten zitten.

‘En toch verschillen ze

Je mag hoogstens voorzichtig murmelen ‘en toch verschillen ze, in navolging van wat de beroemde astronoom Galileo Galileï (1564-1642) gezegd zou hebben na zijn veroordeling door de Inquisitie omwille van zijn verdediging van het heliocentrisme (‘en toch beweegt ze).

Een van de weinige kritische, om niet te zeggen vernietigende analyses van het boek verscheen, niet toevallig, op het platform for free thought quillette. Volgens de auteurs (waaronder Noah Carl, een van de vele slachtoffers van de afrekencultuur) maakt Saini haar voornaamste beweringen niet hard en desinformeert ze haar lezers met een verwarrend betoog vol logical fallacies. Mevrouw Saini doet met andere woorden zelf wat ze ‘racistische wetenschappers verwijt: ideologisch geïnspireerde pseudowetenschap verspreiden.

Ras als uitvinding van de verlichting

Zo stelt ze onder meer dat het concept ‘ras een uitvinding is van wetenschappers met een specifieke politieke visie in de periode van de verlichting. Het strookt perfect met haar centrale boodschap dat ‘racistische wetenschappers opnieuw aan een opmars begonnen zijn en misschien ook met het verlangen van activisten om het Westen in te peperen dat het structureel racistisch is. De elementaire historische feiten spreken haar echter tegen.

Het woord ‘race (‘afstammelingen van een familie of een volk) dateert namelijk van de zestiende eeuw. Naarmate Europa andere volkeren begon te veroveren en kolonialiseren, ontstond de neiging om raciale verschillen te benadrukken en met name ook om de vermeende inferioriteit van niet-Europese rassen in de verf te zetten. Dat is wat antropologen, of wat we nu antropologen zouden noemen, in de zeventiende eeuw begonnen te doen. Kwestie van het kolonialisme en de slavernij te vergoelijken.

Dus ja, achter het benadrukken van etnische verschillen zat wel degelijk een politieke agenda. Dat zou echter ook gebeurd zijn, mocht er geen verlichting plaatsgevonden hebben. Het ooit zo salonfähige racistische denken werd in de negentiende eeuw verder ook sterk geïnspireerd of gestimuleerd door een andere, meer fundamentele maar nog altijd onderschatte doorbraak in het denken over het leven.

Continuïteit van het erfelijk materiaal

Tot het einde van de negentiende eeuw was het denken over rassen ‘zacht. Men ging er immers van uit dat rassen snel konden evolueren of transmuteren via de overerving van tijdens het leven verworven somatische kenmerken (‘lamarckisme). Organismen zouden namelijk zelf hun erfelijk materiaal produceren (‘pangenesis). Dat mechanisme verklaarde ook de vermeende inferioriteit van sommige rassen: die was te wijten aan een lange blootstelling aan een ongunstige omgeving. Doordat die negatieve effecten elke generatie opnieuw doorgegeven werden aan het nageslacht, kon een ras snel degenereren.

Tegen het einde van de negentiende eeuw dook echter een wetenschappelijke notie op die dat klassieke lamarckisme falsifieerde en meteen ook aan de basis ligt van de moderne genetica: de continuïteit van het erfelijk materiaal (‘kiemplasma).

Volgens deze nieuwe kijk op de erfelijkheid en het leven in het algemeen produceren organismen helemaal niét hun eigen erfelijk materiaal maar fungeren ze slechts als een tijdelijk doorgeefluik van dat materiaal.

De vergeten verharding van het racisme

Erfelijk materiaal is met andere woorden uitsluitend afkomstig van voorouderlijke erfelijke materie (‘blastogenesis). Het lichaam produceert het niet elke generatie opnieuw. Kenmerken die dat lichaam tijdens zijn leven verwerft, kunnen bijgevolg niet doorgegeven worden aan de nieuwe generatie: ze hebben geen effect op het continue kiemplasma (wat we nu genen noemen).

Dit betekende dan weer dat de vermeende inferioriteit van rassen ingebakken zat in hun voorouderlijke genetische constitutie en niet zomaar op een paar generaties weggewerkt kon worden dankzij blootstelling aan een betere natuurlijke en culturele omgeving. Het zachte racisme van weleer verhardde.

Vandaar trouwens, dat het oude idee van de eugenetica of de verbetering van rassen via negatieve en positieve selectie, ook toen pas in de lift kwam te zitten. Rassen konden enkel nog op die manier verbeterd worden. Om die reden noemt men de eugenetica ook wel eens de ‘kwaadaardige tweeling van de genetica . Hetzelfde kan gezegd worden van het harde racisme.

Een grote variabiliteit

Een belangrijk argument van Saini is dat het grootste deel van de menselijke variabiliteit binnen groepen gesitueerd moet worden, en niet tussen groepen. Zoals Gregory Cochran en Henry Harpending uitleggen in hun The 10,000 Year Explosion, How Civilization Accelerated Human Evolution (2009), geldt dat echter ook voor hondenrassen. Het bewijst met andere woorden op zich niet dat álle verschillen tussen menselijke populaties verwaarloosbaar klein zijn.

Wat wél helemaal juist is, is dat er geen superieure en inferieure menselijke populaties bestaan. Je kunt hoogstens stellen dat sommige menselijke populaties gemiddeld beter aangepast zijn aan bepaalde omstandigheden of voor bepaalde taken.

Afkomstig zijn van één Keniaanse stam

De Inuit uit Groenland hebben bijvoorbeeld significante adaptaties ondergaan door het leven in de koude, Sherpas door het leven op grote hoogte, zeer donker gekleurde stammen in Soedan door de hitte en de intense UV-straling in dat gebied, en Pygmeeën door het moeilijke leven in oerwouden (ze zijn klein omdat ze een lage levensverwachting hebben: hun groei valt vroeg stil).

Of neem de befaamde Keniaanse hardlopers. In zijn New York Times bestseller The Sports Gene (2014) legt David Epstein uit dat ze afkomstig zijn van één Keniaanse stam: de Kalenjin. Dat is geen toeval: de leden van die stam hebben onder meer ultradunne enkels en kuiten. Hoe lichter die zijn, hoe minder energie het kost om lange afstanden te lopen. Die genetische factor is in hoge mate antecedent aan hun sportief succes, iets wat Saini ontkent.

Overdreven

Academici die Epstein sprak, en die onderzoek deden naar de genetische component van het opmerkelijke sportieve succes van de Kalenjin, durfden dat onderzoek echter vaak niet met hem delen omdat ze vreesden hun job te verliezen, ook al waren ze vast benoemd. Sainis claim dat wat ze ‘racistische wetenschappers noemt aan de winnende hand zijn, lijkt dus op zijn minst overdreven.

Zo bestaan er tal van hoogst ingenieuze genetische verschillen tussen menselijke populaties. Volgens een vrij recente studie correspondeert die variatie bovendien goeddeels met geografische regios (zie ook het follow-up artikel): vijf van de zes bestudeerde genetische clusters kwamen overeen met grote geografische gebieden. Ook dat ontkent ingenieur Saini.

Geen rassen, wel etnieën

Er is niks ‘racistisch aan dat soort onderzoek. We zouden het woord ‘ras trouwens beter schrappen: het is te intrinsiek gelieerd aan dat oude, hiërarchische denken over menselijke populaties. Etnie is een goed alternatief. Is het niet ironisch dat antiracistische activisten steeds meer woorden onder vuur nemen, maar woorden als ‘ras en ‘racisme ongemoeid laten?

Terwijl nog maar zeer weinig mensen overtuigd zijn dat je menselijke etnieën in een lineaire hiërarchie kunt plaatsen. Laat staan dat ze zouden geloven dat een en ander aan ‘superieure etnieën het recht zou verlenen om de ‘inferieure etnieën onheus te behandelen.

Het is misschien ironisch, maar verwonderlijk is het zeker niet: het komt die activisten immers goed uit om te doen alsof dat wel nog het geval is om zodoende iedereen op dezelfde, racistische hoop te kunnen gooien. Ze hebben de mond vol over de sociale onrechtvaardigheid van anderen, maar zijn blind voor hun eigen intellectuele oneerlijkheid.

Etnoversie versus racisme

Aversie voor, en negatieve discriminatie van, andere etnieën komt vanzelfsprekend wel degelijk voor, ook in niet-westerse samenlevingen. Zoals sommigen ook een aversie hebben voor punkers, politici, feministen, katholieken of zigeuners of in elk geval geneigd zijn die, voor hen, ‘afwijkende of ergerlijke groepen mensen op een minder faire manier te behandelen.

Je zou in dit verband over etnoversie kunnen spreken, en over al dan niet door etnoversie geïnspireerde negatieve etnische discriminatie, het equivalent van gender discriminatie of esthetische discriminatie (het onbewust voortrekken van mooie mensen en benadelen van lelijke mensen).

Het woord ‘racisme zouden we moeten voorbehouden voor mensen en groeperingen waarvan het gedrag voortspruit uit dat archaïsche, hiërarchische denken over etnieën. We maken toch ook een onderscheid tussen diefstal en diefstal met inbraak? Het is niet alleen intellectueel bijzonder oneerlijk maar ook ronduit contraproductief om een dergelijke, zwaarbeladen term te gebruiken voor gedragingen of overtuigingen die, historisch gezien, allesbehalve racistisch zijn en soms trouwens niet eens als een uiting van etnoversie gekwalificeerd kunnen worden. Onder meer omdat echt racisme daardoor onderbelicht blijft.

Sabrine Ingabire

Het is bijvoorbeeld overdreven om activiste Sabrine Ingabire — sinds haar in interview in De Morgen vorige week wereldbekend in Vlaanderen — te beschuldigen van racisme omdat ze niet met blanke mannen wil daten. Het is wel een vorm van etnische discriminatie, maar dat is op zich geen probleem: daten is een en al discriminatie. Mevrouw Ingabire voelt zich beter begrepen en veiliger bij mannen met dezelfde huidskleur als de hare: het zij zo.

Al drijft ze het wel ver. Eerder verklaarde ze namelijk ook al dat ‘zwarte mensen beter in staat zijn om andere zwarte mensen te interviewen. Over wat dan ook. Witte kranten zouden echter racistisch zijn en liever ‘homogeen en wit blijven. Tja, boeren worden allicht ook het best door boeren geïnterviewd, en aristocraten door aristocraten, maar daarom moet een krant nog geen boeren of aristocraten opnemen in haar redactie.

Deze kritische kijk is duidelijk geïnspireerd door de zogenaamde ‘critical race theory, de Amerikaanse postmodernistische theorie die geen heil ziet in dialoog, hervormingen en integratie. Daarvoor zouden negatieve of onheuse vormen van etnische discriminatie (racisme) te structureel aanwezig zijn in samenlevingen die overwegend uit blanken bestaan.

Het is een radicaal standpunt, maar toch kun je het geen racisme noemen, zelfs niet in de courante betekenis van deze term. Of deze houding ook van wijsheid getuigt, is echter een andere vraag.

Lees ook de recensie van het boek De reis van onze genen van Johannes Krause en Thomas Trappe.

Koen Tanghe