Paul Claes laat T.S. Eliot als beste 20ste-eeuwse dichter weer schitteren

Honderd jaar geleden verscheen voor het eerst The waste land van T.S.Eliot, het startschot van de modernistische poëzie. Het barre land, de vertaling van Paul Claes, kreeg onlangs een herziene vijfde druk. En als toemaatje serveerde hij dit jaar ook een nieuwe vertaling van Four quartets van de Engelstalige vernieuwer. Vier kwartetten uit 1943 is nog indringender dan het virtuoze dichterlijke braakland uit 1922.

Klimaatopwarming

gv

T.S. Eliot

Het literaire wonderjaar wordt 1922 wel eens genoemd. Niet alleen verscheen toen Ulysses van de Ier James Joyce maar ook Rainer Maria Rilke zette in dat gezegende jaar met zijn Duineser Elegien een nieuwe standaard in de poëzie. En natuurlijk was daar The waste land van dichter-criticus T.S. Eliot (1888-1965) dat op 15 oktober 1922 in diens zelf geredigeerde literaire tijdschrift The criterion te lezen was. Twee maanden later verscheen dan de eerste boekuitgave, met verklarende voetnoten van de meester zelf.

Het barre land, zo vertaler Claes in zijn uitgebreide commentaar, werd niet zomaar als titel gekozen. Achteraf werd de hoofding van dit legendarische gedicht beschouwd als een programmaverklaring: Eliot wou het naoorlogse Europese debacle verklanken in al zijn versplinterde chaos. Maar, aldus de altijd nuchtere Claes, toen Eliot in 1921 aan dit gedicht werkte, werd Engeland gedurende een half jaar geplaagd door een excessieve droogte die de weiden en gewassen effectief herschiepen in een verdord, bar land zonder weerga.

Echo’s van depressie

De klimaatopwarming kreeg dus toen al poëtische egards. Natuurlijk is er veel meer aan de hand in dit virtuoze gedicht. Claes, die 85 jaar na verschijnen van het Engelse origineel al zijn vertaling pleegde, maakte ophef met zijn hypothese dat het gedicht naast de vele mogelijke interpretaties ook een verslag was van Eliots huwelijkscrisis. Eliot, van Amerikaanse komaf, was na een studieverblijf in Parijs en München bij het begin van de Groote Oorlog noodgedwongen verkast naar Londen waar hij de 27-jarige Vivien leerde kennen. Na een overhaast huwelijk bleek Vivien niet de levenslustige spring-in-’t-veld te zijn die Eliot in haar had gezien. Ze werd zenuwziek en zou in 1938 na een pijnlijke echtscheiding in een psychiatrische instelling wegkwijnen.

Claes laat overtuigend zien dat heel wat echo’s van Eliots eigen depressie in Het barre land te vinden zijn, en dan vooral de driehoeksverhouding tussen Vivien, Eliot en de toen zestien jaar oudere vriend-filosoof Bertrand Russell. Rokkenjager Russell belandde tijdens Eliots afwezigheid in het bed van Vivien. Vandaar Claes’ verdict: ‘In feite is deze poëzie het objectieve correlaat van een depressie.’

Brokstukken

Wie The waste land met de tekst van Het barre land ernaast doorploegt, ontdekt natuurlijk veel meer dan een dichterlijke verwerking van een persoonlijke crisis. Ezra Pound, één van Eliots beste vrienden, had er in een strenge eindredactie voor gezorgd dat de helft van het oorspronkelijke gedicht sneuvelde. Hij behoedde Eliot voor een al te zelfgenoegzame demonstratie van zijn associatief vernuft door te knippen in te uitleggerige passages waardoor de explosieve cocktail van het uiteindelijke resultaat des te beter detoneert. ‘These fragments I have shored against my ruins’, deze bijna-slotzin van het 433 regels tellende gedicht werd de principeverklaring van een nieuwe generatie schrijvers, met Eliot en Joyce als vaandeldragers. ‘Met deze brokstukken schoor ik mijn ruïnes’: na WO I was de Europese beschaving ook geestelijk in elkaar gestuikt. Het enige wat schrijvers nog vermochten was de scherven van het eens zo bloeiende Europese verhaal aan elkaar te lijmen.

De 25-jarige Paul van Ostaijen dacht er trouwens ook zo over toen hij in 1921 zijn baanbrekende Bezette stad – ‘Boem! Paukeslag! – de wereld in stuurde waarmee in Vlaanderen het modernisme op gang werd geschoten. Voortaan zou geen enkel woord of verhaal nog vanzelfsprekend zijn maar via nieuwe verbanden aan elkaar dienen te worden gelast tot een schuchtere maar steeds weer onaffe synthese. Resultaat van deze nogal defensieve modernistische poëtica was een vuurwerk van alle mogelijke associaties tot de uitputting dreigde. Wie vandaag Het barre land leest, amuseert zich weliswaar met de talrijke vondsten – van Franse extra poëtische oneliners tot Duitse schlagerfragmenten en Indische spreuken – maar blijft uiteindelijk achter met tamelijk lege handen. Fragmenten genoeg die epateren maar het blijft een nogal mechanische speeldoos die je al lezend opwindt en zo laat afspelen. En that’s it.

Tijdloos testament

Nee, wat een verschil met Vier kwartetten dat Claes nu ook vertaalde en van verhelderende commentaar voorzag. Vier kwartetten is het werk van de oudere vijftigjarige Eliot en niet van een twintigjarige dandy die pas getrouwd al een depressie overhield aan zijn vroegrijpe levenskunst. Eliot schreef de vier delen ervan vóór en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Hiermee maakte Eliot de stand van zaken op van zijn eigen leven en kunst. Beethovens laatste strijkkwartetten waren zijn ultieme inspiratiebron. Wie vandaag deze verzen leest, geraakt onder de indruk van zoveel literaire muzikaliteit en vooral levenswijsheid. Dit is poëzie op haar opperbest. Je kan deze verzen blijven lezen en herlezen – in het Engels, het Nederlands ernaast en dan terug in het Engels – en je ontdekt daarbij steeds nieuwe inzichten.

Eliots literaire testament is een bevlogen en diepzinnig maar soms ook bijzonder grappig pleidooi voor het leven in het nu. De dichter laat zich daarbij graag inspireren door het vrolijke gekwetter van vogels: ‘Ga, ga, ga, zei de vogel: het mensdom / Kan niet heel veel werkelijkheid verdragen’. Lang geleden dat in een boek zoveel spiritualiteit zonder pedanterie of loze hartenkreten te vinden was. Eliot heeft het in deze verzen onder andere over ‘de gaven’ van het ouder worden: ‘Voorts de bewuste onmacht van de toorn / Om menselijke dwaasheid en de gesel / Van lachen om hetgeen niet meer vermaakt.’ Maar even goed geselt hij het hopeloos hengelen naar antwoorden die ons door de media worden geserveerd ter lering en vermaak: ‘De schoot, de dood of dromen doorgronden: allemaal / Tijdpasseringen en slaapmiddelen en krantenstukken / Van vandaag en van altijd, sommige vooral / Als er angst onder volkeren en verwarring heerst /Op de kusten van Azië.’

Voor op het nachtkastje

Om dit Eliot-jaar op smaak te brengen, schreef de Nederlandse journalist Rob Hartmans met T.S.Eliot. De vele gezichten van een conservatieve modernist een pretentieloze inleiding voor wie niet vertrouwd is met de beste 20ste-eeuwse dichter. Maar eigenlijk spreekt Eliots werk voor zichzelf, ook voor wie durft om zonder slag om de arm in diens werk te duiken. Begin met Vier kwartetten en ga vervolgens een kijkje te nemen in Het barre land. Wedden dat Vier kwartetten uiteindelijk ook op uw nachtkastje ligt en er daar lang zal blijven?

Frank Hellemans