Over veldslagen en veldheren

U moet zich mijn tienerkamertje voorstellen. Het was niet groot, keek uit op de torens van een abdij en een belfort. Er waren mijn bed en mijn bureau. Ernaast mijn boekenkast vol met strips en, tja, boeken. Op een van de planken in de kast stond mijn kleine stereoketen. Mijn kamer was steevast een slagveld. Als u zich nu beelden oproept van een vuil grijze kous aan de bureaustoel en een smerige onderbroek bengelend aan een legplank, dan heeft u het verkeerd voor. Ik bedoel het immers letterlijk: mijn kamer was een slagveld. Je deed me toen geen groter plezier dan door me een doos van modelbouwsoldaatjes te schenken, schaal 1:72, waarmee ik hele veldslagen nabootste.

Geschiedenis uit de oude doos

De napoleontische veldslagen waren mijn ding. Marengo, Austerlitz, Borodino en Waterloo: ze vonden allemaal plaats in mijn kamertje. Ik bezat ook een doosje ‘reuzen’ van het 18de-eeuwse Pruisische leger. En troepen van de Noord-Afrikaanse campagne van veldmaarschalk Montgomery tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op zich is het een zegen dat online shoppen alleen nog maar ‘te bezichtigen’ was in het huis van de toekomst in Vilvoorde of ik had al mijn kostbare spaarcentjes aan die plastic soldaatjes opgedaan.

Als kerstcadeau kreeg ik het indrukwekkende boek Veldslagen in de Lage Landen van professor Luc De Vos, uitgegeven bij het Davidsfonds. Dergelijke werken hielpen me met het nabootsen van de veldslagen. Een ander werk hadden mijn ouders een keertje gewonnen met een quiz: ‘De grote veldslagen’. Dat van oorsprong Engelse boek was ruimer opgevat dan het werk van de heer De Vos. Imposante boeken over de militaire geschiedenis – ruimer dan alleen de Eerste en Tweede Wereldoorlog – voor een breed publiek zijn niet breed bezaaid in ons taalgebied.

Ook al vond veel van het grote militaire treffen doorheen de eeuwen plaats in onze gewesten, je kan niet zeggen dat we een rijke militaire traditie hebben. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom er maar een beperkte aandacht is voor dit soort geschiedenis. En eerlijk is eerlijk: het is ook geschiedkunde uit de oude doos. ‘Grote mannen’ die legers aanvoeren en letterlijk de kleine man de dood injagen voor een of andere abstracte glorie en eer: het is niet bepaald ‘hot’.

Vuistdikke kanjer

Mijn kinderlijke enthousiasme over militaire geschiedenis is inmiddels ook vervangen door een volwassenere en bredere kijk op het verleden. Er is zoveel meer dan de blinkende uniformen, het gekletter van sabels en het trompetgeschal die je alleen nog in de bestofte – en toch wel intrigerende – historische zaal van het legermuseum in het Jubelpark aantreft.

Oorlog is geen spelletje Stratego, ook al doet het imposante panorama van Waterloo je dat wel een beetje geloven. En toch was ik even weer gelukkig als een kind toen ik de eerste keer het boek De grootste veldheren uit de geschiedenis’ vasthield. Het is een vuistdik boek samengesteld door een indrukwekkend gremium van historici onder leiding van Andrew Roberts, de historicus die gelauwerde biografieën van Napoleon en Churchill schreef. De lijst van net geen honderd veldheren is opvallend mannelijk, maar dat hoeft niet te verwonderen in de tot voor kort compleet mannelijke militaire wereld.

Alleen Jeanne d’Arc vertegenwoordigt het vrouwelijke geslacht en eerder omdat ze een aparte ‘veldheer’ was en dus niet zozeer omwille van haar strategische inzicht. Dat men bijvoorbeeld de leidster van de Iceni, Boadiccea, niet opnam in de lijst of Margaretha van Anjou die legers leidde in de befaamde Rozenoorlog is daarom toch wel opmerkelijk. Maar, in de woorden van Roberts: ‘Geen twee historici zullen een identieke lijst opstellen.’ Onder die historici vind je onder meer Tom Holland, Adrian Goldsworthy en Anne Curry, allemaal experten in hun vakgebied.

Breed vizier

Naast de voor de hand liggende namen van pakweg Alexander de Grote, Julius Caesar, Frederik de Grote en Napoleon, staan er ook namen in die voor mij minder bekend in de oren klinken. Neem Oda Nobugana, een 16de-eeuwse Japanse krijgsheer met de reputatie van een intelligente maar bloeddorstige bruut. Hij maakte gebruik van Portugese musketten om zijn tegenstanders genadeloos af te slachten en zo een groot deel van Japan onder zich te verenigen. Ik moest bij het lezen ervan denken aan de tv-reeks Shogun die ik ooit tijdens een van de herhalingen bekeek.

Koelbloedigheid en harteloosheid zijn de bloedrode draad doorheen de meer dan duizend bladzijden. Shaka Zoeloe – ook een goeie tv-reeks – werd uiteindelijk door zijn eigen broers bruut afgemaakt, omdat hij zo bloeddorstig was en dat zonder enige vorm van ironie. De 19de-eeuwse Afrikaanse vorst vertoonde overigens vele parallellen met Julius Caesar: een tacticus en een strateeg, maar ook een diplomaat die geen medelijden kende. En ze staken hen allebei neer, alleen zei Shaka Zoeloe niet ‘Ook gij, mijn zoon’, maar ‘Wat is er aan de hand, kinderen van mijn vader?’.

De grootse veldheren uit de geschiedenis biedt de lezer niet alleen een breed palet aan portretten, het focust regelmatig op een belangrijke slag waarbij kort het verloop ervan wordt toegelicht. Van de slag bij Megiddo van farao Toetmosis III over Arminius’ overval in het Teutoburgerwald tot de slag bij Hastings van Willem de Veroveraar. En van Garibaldi en de slag bij Calatafimi tot de Sinaïcampagne van Moshe Dayan met zijn ooglap op.

Boeiende persoonlijkheden

U krijgt bij elke veldheer, naast een beeld van het strategische kunnen, ook een schets van de persoonlijkheid. En diens zwakheden. Het handige aan het boek is dat je kan kiezen hoe je eraan begint. Er is een tijdsindeling in vier grote periodes: de oudheid (1479 v.C. tot 453), de middeleeuwen (454 tot 1584), de vroegmoderne tijd (1584 tot 1865) en de moderne tijd (1866 tot 2013). Het slotjaar is het sterfjaar van Vo Nguyen Giap, de Noord-Vietnamese generaal die zowel Franse als Amerikaanse legerleiders vernederde. Elk portret vormt een gebald hoofdstuk met enkele heldere, grijze illustraties en eenvoudige landkaarten.

En als u mij nu even wil excuseren, ik ga op zolder even op zoek naar mijn doosjes met soldaatjes.

Harry De Paepe