‘Ooit. Nog even leven’ nu al verplichte lectuur

Dat Johan Van den Driessche na het beëindigen van zijn veelzijdige carrière in politiek, onderwijs en zakenleven nog ‘met iets zou uitpakken’, stond in de sterren geschreven. Maar dat hij ons zou verrassen als schrijver, met een roman dan nog wel, wie had dat durven voorspellen? Om met de deur in huis te vallen: de schrijver van Ooit. Nog even leven levert dezelfde hoge kwaliteit af als in zijn vorige levens. En die lat lag hoog, ligt hoog.

Het hoofdpersonage uit het boek, een businessman, droomde ervan ooit schrijver te worden, maar liet die uitvoering ervan lang sudderen: ‘De impact en de vrijheid die je als schrijver daardoor hebt op tijd en feiten leken me zo immens dat ik schrik kreeg van mijn eigen fantasie. Het is wellicht ook beter je boek te schrijven wanneer het niet meer nodig is.’ Deze woorden zijn natuurlijk voor rekening van het hoofdpersonage en zeggen niets over de auteur van het boek. Elke vergelijking met bestaande personen is louter toevallig, dat weten we allemaal.

De eerste indruk

Friedeman, dat is de naam van het hoofdpersonage, neemt ons mee in zijn levensverhaal. Een verhaal dat hij niet chronologisch vertelt, maar vasthaakt aan ontmoetingen die zijn leven kleurden. Sommige voor even, andere voor eeuwig. Maar bij elke ontmoeting is Friedeman zich bewust van de belangrijkheid van de eerste indruk. ‘Het beeld dat we ons bij een eerste ontmoeting van iemand maken, is in de grond een projectie van andere ervaringen, beïnvloed door onze gemoedsgesteldheid en de omstandigheden van dit moment. Om het echte beeld van die persoon te verkrijgen, moeten we nadien geduldig corrigeren en dat eerste beeld afschrapen, laag per laag. Als een beeldhouwer. Hard werk waartoe we niet steeds de kans krijgen’.

De magische naam Friedeman heeft een realistisch belang. Die voornaam doet ertoe. Iets wat de drager ervan pas te weten komt na een brief die zijn gelukkige jeugd—beschreven via ontmoetingen, jawel—in een ander perspectief plaatst. Die brief is voor hem een openbaring en een verklaring van dingetjes en gebeurtenissen die hem zijn leven lang onbelangrijk leken. Zo’n zaken die in elk leven wel gebeuren, maar nooit tot op het bot doorsproken worden. Tot het te laat is. Dat ervaart Friedeman ook met zijn moeder. Wanneer ze eindelijk Friedman zegt tegen haar zoon, en dat ‘we eens moeten praten’, is het zelfs onmogelijk geworden.

Muziek zegt het onzegbare

Het is één van de vele voorbeelden waarom Ooit. Nog even leven veel meer is dan het levensverhaal van een carrière makende zakenman die ogenschijnlijk alle zaken op een rijtje heeft. Behalve dan in zijn liefdesleven. Want al ontmoet hij vele vrouwen, en ontstaat er een begripvolle band, dan nog komt het niet tot een duurzame relatie. Een medestudente nodigt hem uiteindelijk niet uit op haar feestje en een geheimzinnige vrouw waarmee hij een intrigerend gesprek heeft, verbiedt hem ooit nog contact op te nemen met haar. Zijn grote liefde geeft hem de bons, zonder een duidelijke reden op te geven. Pas later zal Friedeman te weten komen wat er werkelijk speelde. Ondertussen moet hij het stellen met twee afscheidsliedjes. Eentje van Tanita Tikaram en eentje van Jane Sibbery. Muziek lijkt immers hét communicatiemiddel om het onzegbare toch te vertellen.

Friedeman doet dat veel en kwistig: de lezer tips aanreiken rond te lezen boeken en te beluisteren muziek. Hij gaat daarin heel breed: van Anouk tot Jacqueline du Pré—een beroemde celliste die in 1987 overleed en op de Joodse begraafplaats van het Londense Golden Greens begraven ligt. Friedeman is weg van haar. Net zoals hij ook weg is van geuren, smaken en culinaire spitsvondigheden. ‘Geuren kunnen inderdaad plots oude jeugdherinneringen oproepen’ zegt het hoofdpersonage. Of nog: ‘Oxford ruikt zoals steeds naar eik’. Of: ‘De gedempte geur van de makreel in combinatie met de vlijmscherpe smaak van mierikswortel is hemels’.

Gratis tips

U zal in dit boek ook de hardwerkende en alom gewaardeerde businessman terugvinden. Iemand die de wereld rondreist en in restaurants graag alleen aan een tafeltje zit om de mensen te bekijken, ja, zelfs te beoordelen. Friedeman geeft ons, de lezer, ook hier wat tips mee. Gratis nog wel. Iets wat voor een consultant vast geen makkelijke opdracht is. ‘Waar twee mensen steeds dezelfde mening hebben, is er één van de twee te veel’. Of: ‘Als je een dringend werkje hebt, geef het aan iemand met heel veel werk, want iemand met weinig werk heeft geen tijd’.

Friedeman zoekt en blijft zoeken naar wat zijn leven getekend heeft en wat de zin ervan wel zou kunnen zijn. De ultieme ontmoeting zal zijn leven nog ingrijpender en definitiever veranderen dan menig andere.

Tot slot

De korte puntige zinnen van Van den Driessche doen de bladzijden wegglijden en de filmische beschrijvingen maken de lezer deelgenoot van het decor, van de maaltijd, van de geuren, van de mensen.

Prachtig zijn ook de 17 illustraties die elk hoofdstuk inleiden. Ze zijn van de hand van Marc Van Hoe, beeldend kunstenaar, textielontwerper en beeldgrammaticus die erom bekend staat de grenzen op te zoeken van materiaal, beeld en tekening. Hij ontving in 2010 de Henry van de Velde Award voor zijn loopbaan.

Ooit. Nog even leven – verkrijgbaar in onze online boekhandel – is een boek dat u moeilijk zal kunnen wegleggen.
De duivel mag me komen halen als het niet waar is.

Johan Van Duyse