Nobelprijs Literatuur 2022 voor Anne Carson, Jon Fosse of hopelijk Salman Rushdie?

Donderdagmiddag 6 oktober wordt er een opvolger bekend gemaakt voor Abdulrazak Gurnah, de totaal onverwachte Nobelprijswinnaar Literatuur uit Zanzibar van vorig jaar. Salman Rushdie is deze keer de gedoodverfde laureaat, ook voor de gokkantoren. Maar de Zweedse juryleden houden niet van al te controversiële schrijvers, zoals Michel Houellebecq of Salman Rushdie.

Vrijplaats

Na de aanslag op de 75-jarige Rushdie is er in literaire middens een grote roep om het Indiaas-Brits-Amerikaanse verteltalent eindelijk de prijs te gunnen. Het zou een signaal zijn dat literatuur een vrijplaats moet blijven te midden van politiek-religieus fundamentalisme. In de gokkantoren verdien je daarom het minst als je op Rushdie inzet (een op vijf of een op zes). En dat geldt ook voor Michel Houellebecq, die eveneens al een tijdje meegaat in het literaire gokcircus. Met een analoge bodemkoers (een op zes) als Rushdie maakt de nieuwe Voltaire volgens de bookies eveneens een goede kans op het bijna een miljoen euro prijzengeld.

Als twee honden vechten om een been, loopt een derde er mee heen. Een schrijfster in dit nobele geval. Al jaren een outsider maar dus voor de professionele gokkers ook een waarschijnlijke winnares is de Canadese auteur Anne Carson. Onlangs brak de Nederlandse dichter Alfred Schaffer nog een lans voor haar. De Nobelprijs ging al enkele jaren aan Carsons neus voorbij maar Schaffer won ondertussen in eigen land voor zijn meticuleuze poëzie ‘als met een scalpel’ geschreven wel de P.C. Hooftprijs: de meest prestigieuze Nederlandstalige literatuuronderscheiding.

Canadese Paul Claes

Carson is ook bij ons dus geen onbekende. Je zou haar de Canadese Paul Claes kunnen noemen. Ze is een classica die Griekse toneelklassiekers, vooral van Euripides, vertaalde. Ze vertaalde ook de Griekse dichteres Sappho. Eros, bitterzoet, haar essayistische debuut uit 1986 neemt de ‘bitterzoete’ liefde als uitgangspunt voor een onderzoek naar de manier waarop de Grieken — met Sappho en Plato in de hoofdrol — die tegenstrijdige liefde in kaart brachten.

Ze schrijft ook zelf eigenzinnige poëzie die het klassieke erfgoed op een aparte manier actualiseert. Nog deze maand verschijnt in Nederlandse vertaling Rood, twee romans in verzen, bij uitgeverij Koppernik. Net op tijd dus, als ze de Nobelprijs zou winnen, maar daar houden de selectieheren en -dames uiteraard geen rekening mee.

Homerisch prozagedicht

Rood is een tweeluik over de onmogelijke liefde van een Griekse jongeling voor de halfgod Heracles. En hoe die eerste uiteindelijk in onze tijd belandt en via de fotografie een tweede (liefdes)leven ontdekt. Autobiografie van rood, het eerste deel, verscheen al in 1998 en in 2013 volgde dan Rood zelf. Romans in verzen, zoals Jevgeni Onegin van Aleksandr Poesjkin of Herman Gorters Mei, zijn vrij uitzonderlijk in de letteren van vandaag. Het meest recente voorbeeld is misschien wel The Golden Gate van Vikram Seth uit 1986. De 590 (!) sonnetten verschenen als De Golden Gate in Nederlandse vertaling bij Uitgeverij Van Oorschot. Een heuse krachttoer van vertaler Paul van den Hout.

Om maar te zeggen dat het genre van het grote homerische prozagedicht nog altijd een kwaliteitsmerk is, ook al wordt het tegenwoordig nauwelijks beoefend. Ik kan me voorstellen dat een jury zich graag identificeert met dit literaire kwaliteitslabel. Maar of dat zal volstaan om de 72-jarige Carson op het schild te hijsen, is zeer de vraag. Er spelen bij literaire jury’s naast de intrinsieke literaire motieven even goed tactisch-strategische redenen mee. En daar knelt het schoentje misschien wel.

Schrijfster aan het feest

Het is nog maar negen jaar geleden bijvoorbeeld dat een andere Canadese schrijfster de jackpot won. Alice Munro was in 2013 aan het feest voor haar kortverhalen. Toen al werd in de wandelgangen gemopperd dat Carson in plaats van Munro de prijs had moeten krijgen. Als Carson hem straks vooralsnog scoort, lijkt dit dus op een operatie Wiedergutmachung. Komt erbij dat amper twee jaar geleden een andere Engelstalige dichteres de lauweren kreeg. De Amerikaanse Louise Glück was toen de verrassende winnares.

Maar dat een schrijfster dit jaar het pleit zou kunnen winnen, ligt voor de hand. De naam van de Franse journaalschrijfster Annie Ernaux, wereldbekend ondertussen voor De jaren, zoemt al enkele jaren rond. Idem dito voor Maryse Condé, trouwens.

Te eurocentrisch

Literaire fijnproevers op sociale media komen vaak aandraven met de nieuwste Hongaarse literaire sensatie László Krasznahorkai, van wie ondertussen zijn vier romans in het Nederlands werden vertaald. Oorlog en oorlog rolde nog maar net van de persen. Het is al geleden van de Joods-Hongaarse Imre Kertész in 2002 dat Hongarije een literaire Nobelprijswinnaar kreeg. Ook de Roemeen Mircea Cărtărescu heeft zijn fans. Solenoïde, zijn magnum opus van iets meer dan 900 pagina’s, werd zopas bij De Bezige Bij uitgebracht. Om nog maar te zwijgen van de Noorse melancholische krachtpatser Jon Fosse die door de literaire incrowd als de betere Karl Ove Knausgård wordt bestempeld. Fosse’s zevendelige proustiaans aandoende Septologie kreeg onlangs in het Nederlands zijn bekroning met Een nieuwe naam, de vertaling van beide laatste delen van de cyclus.

En dan hebben we het nog niet gehad over de geografische spreiding. De Nobelprijs kreeg wel eens het verwijt te eurocentrisch te zijn. In die zin zou Rushdie de ideale kandidaat zijn. Verleden jaar kreeg het Afrikaanse continent eindelijk nog eens literaire aandacht met de uitverkiezing van de Tanzaniaan Abdulrazak Gurnah die, zoals Rushdie trouwens, wel in het Engels schrijft. De Chinese en Japanse letteren stonden reeds vaker in het zonnetje, maar Latijns-Amerika en vooral Australië wachten al lang op een nieuwe uitverkorene.

Wedden op Rijneveld

De Peruaan Mario Vargas Llosa won in 2010 de Nobelprijs. Voor een Australische winnaar moeten we zelfs teruggaan tot 1973, toen Patrick White het pleit won. Kortom, het blijft koffiedik kijken om een winnaar of winnares naar voren te schuiven. Ook al het is inspirerend om elk jaar opnieuw de ronde te doen van de kanshebbers. Op die manier krijg je een staal van interessante wereldliteratuur — van Carson en Cărtărescu tot Fosse en Krasznahorkai — dat anders aan je neus voorbijgaat.

Vooralsnog is er één zekerheid. Het zal nog duren tot omstreeks 2060 voordat er eindelijk een Nederlandstalige auteur voor het eerst gelauwerd wordt. De ondertussen 69-jarige Marieke Lucas Rijneveld zal dan meemaken wat Cees Nooteboom of Louis Paul Boon nooit is vergund. Wedden?

Frank Hellemans