Mon islam, ma liberté

Mon islam, ma liberté is de titel van het recente boek van de Franse liberale islamhervormster Kahina Bahloul.

Kahina Bahloul (°1979) is de eerste vrouwelijke imam in Frankrijk. Ze is geboren in dat land, maar groeide op in Algerije van toen ze één jaar oud werd. Op haar 24° keerde ze terug naar Frankrijk. Haar vader is een Algerijnse Berber van soefi-obediëntie, haar moeder een Française van Joodse en katholieke komaf. Een mix dus. Ze neemt Amina Wadoed (1952-), vrouwelijke imam in de Verenigde Staten, als voorbeeld. Bahloul leidt de moskee Fatima, net zoals er in Denemarken ook al een moskee is geleid door Sherine Khankan, dochter van een Syriër. In moskee Fatima zijn zowel vrouwen als mannen welkom, moslims als niet-moslims, en de vrouwen moeten niet eens gesluierd zijn.

Hervorming van de islam

Mevrouw Bahloul bepleit een hervorming van de islam. Ze kan gesitueerd worden in de islamhervormingsbeweging van de 19° en 20° eeuw. Die zet zich ook vandaag verder. Maar het is oppassen geblazen met de term islamhervorming. Die kan immers verschillende ladingen dekken. Er zijn er die beweren de islam te willen hervormen, maar in feite terug willen naar de ‘echte’, orthodoxe islam van de tijd van de profeet Mohammed. Mooie voorbeelden hiervan zijn Tariq Ramadan en Rashid Rida (1865-1935).

Er zijn er ook die de islam willen moderniseren en hervormen, maar daarin niet ver genoeg gaan. Denk maar aan een Mohammed Abdou (1849-1905) of een Al Afghani (1838-1897). Of heden ten dage een Tareq Oubrou, imam in Bordeaux. En er zijn er die de koran zodanig herinterpreteren dat die compatibel wordt met een democratische, tolerante en pluralistische levensvisie, maar daarbij zo’n rare krachtpatserijen uit de kast moeten halen dat het noch bij moslims, noch bij niet-moslims nog geloofwaardig overkomt. Denk aan de meeste auteurs in het boek Les nouveaux penseurs de l’islam van Rachid Benzine (Albin Michel, 2008). En dan heb je Kahina Bahloul.

Identiteitscrisis

‘l’Islam vit une vraie crise de la pensée, sclérosée par des mécanismes obsolètes, inadaptés aux défis de la modernité et de l’époque contemporaine‘ (blz. 76), is haar vaststelling. ‘Des réformes apparaissent absolument : nécessaires : abolition de l’esclavage partout dans le monde, y compris dans les pays du monde musulman qui continuent à le pratiquer, mise en oeuvre de législations égalitaristes entre les genres, égalité d’héritage, de témoignage et de droit au divorce pour les femmes et les hommes, abolition de la tutelle sur la femme, abolition de l’obligation de porter le voile, autorisation du mariage des musulmanes avec les non-musulmans de la même manière que les musulmans peuvent épouser des non-musulmanes’ (blz. 86).

Klinkt heel goed, maar hoe je dit gaat verkopen aan de doorsnee moslim wordt niet uitgelegd. Jammer, want met deze standpuntnames distantieer je je niet alleen van de radicale islam. Je gooit ook een deel van de mainstream islam overboord. Op een overtuigende wijze toont de auteur aan dat een vrouwelijke imam volgens de prilste bronnen van de islam eigenlijk wel moet kunnen. Haar beschrijving van de moetazilieten (de zogenaamde rationalistische stroming binnen de islam), en kalief Haroen al Rashid (er is een groot verschil tussen de Haroen Al Rashid uit de verhalen van Duizend en één Nacht, en de echte Haroen al Rashid) is dan weer iets te idealistisch en positief.

Spiritualiteit

Kahina Bahloul is tevens sterk gehecht aan het soefisme, en meer bepaald aan het soefisme van Ibn Arabi (1165-1240). Bahloul wil het spirituele herintroduceren in de islam. Dit als reactie op de hedendaagse dominante tendensen tot formalisme, orthodoxie en radicalisme. Ibn Arabi is ongetwijfeld één van de grootste soefis aller tijden. Zijn oeuvre is heel uitgebreid (jawel, zijn hoofdwerk is de Foetoehat al Makkiyya, de ‘Mekkaanse illuminaties’), maar heel wat passages zijn moeilijk te verteren. En hoe je Ibn Arabi hapklaar kan voorstellen aan hedendaagse moslims met een te hoog gehalte aan orthodoxie, is niet duidelijk.

Kahina Bahloul benadruk de notie van liefde in het gedachtengoed van Ibn Arabi. Mooi, maar liefde in deze context heeft meer te maken met onderwerping aan Allah dan met de notie liefde in de christelijke traditie. Tweede inspiratiebron voor Kahina Bahloul is de vrouwelijke bekende soefi Rabia al Adawiyya (714-801), of Rabia van Basra. Leuke madam, zeker. Maar hier zit je dan weer met het probleem dat het grootste gedeelte van haar biografie legendarisch is. Zeg maar uit de duim gezogen. Als Française van Algerijnse komaf baseert de auteur zich tenslotte ook op de eveneens bekende soefi Abd el Kader (1808-1883).

Het soort islam dat Kahina Bahloul voorstaat klinkt goed. Blijft de vraag hoe je die aan de man gaat brengen. Het feit dat haar boek werd uitgegeven bij Albin Michel, en niet bij een of andere islamitische uitgeverij, is een teken aan de wand. De liberaal-democratische en progressistische tendensen binnen de islam blijven voorlopig helaas marginaal.

Lieven Van Mele