Mandeville: de Vlaamse vader van de economie

Vlaanderen is braakland voor filosofen als Augustinus, Descartes, Hobbes, Kant en Hegel. Wel is er het (onbekende) vaderschap van Bernard Mandeville, een Vlaamse Nederlander, die Adam Smith, David Hume en Charles Darwin inspireerde.

Niet 1 Vlaming op 100, noch 1 liberaal op 1000, zeker geen 1 op 10 000 biologen kent Bernard Mandeville (1670-1733). Een spijtig verzuim. Met het zinnetje ‘private vices, publick benefits‘ — ‘dus particuliere ondeugden, publieke voordelen’ — in zijn The Fable of the Bees (De fabel van de bijen), prees hij geen grijpstuiverig en verwerpelijk handelen aan. Wel schetste hij als geneesheer en denker hoe mensen in een samenleving in de praktijk handelen. Hij loochende niet, zoals de schijnheiligen, de Kerk en de priesters, de werkelijkheid van de strevende mens in de maatschappij.

Particuliere ondeugden en publieke voordelen leiden naar de sterren van de Schotse verlichting: David Hume (filosoof van de prille economische wetenschap), Adam Smith (laisser-faire: zijn recept, alhoewel hij die woorden nooit gebruikte), maar ook de negentiende-eeuwse Engelse evolutiebioloog Charles Darwin. Zij lazen en verwerkten Mandeville in hun geschriften. Deze liet geen uitgewerkt filosofisch stelsel na, maar spreidde zijn gedachten zigzaggend in satiren en dialogen.

Vlaamse en Hollandse wortels

De Mandevilles waren godsdienstvluchtelingen uit Vlaanderen die voornamelijk werkzaam waren in de Hollandse geneeskunde. Michaël, een voorvader van Bernard, huwde Maria van der Rade, een Hollandse dochter van Zuid-Nederlandse uitwijkelingen. De familie Van der Rade bracht bedrijvige drukkers voort in Antwerpen, Brugge en Gent voor zij ook naar het noorden verhuisde.

U kan nu Bernard Mandeville leren waarderen met een actueel en toegankelijk boek van de Nederlander Renatus Willemsen, econoom, filantroop en oud-directeur/-eigenaar van IBS Vermogensbeheer: Bernard Mandeville, een ondeugende denker. Willemsen schrijft: ‘David Hume en Adam Smith bouwden voort op Mandeville en deden er een “beschavingssausje” overheen. Dat de passies een grote rol speelden erkenden zij, maar zij dachten dat daar iets aan toegevoegd moest worden als bijvoorbeeld “sympathie” tussen de mensen, of ze gebruikten termen als “voordeel” en “belang” in plaats van “ondeugd” en “passies”.’

Bernard Mandeville is van Rotterdam en in eigen land, en zeker in Vlaanderen, weinig tot niet bekend. De arts en zielkundige voerde bedrijvig de pen met artikelen, essays, pamfletten en boeken die de eensgezindheid omwoelden. Hiermee schiep hij tegenstanders die met hun tegenteksten vaak bewezen dat ze zijn verhalen niet gelezen hadden. Zijn excellente navolgers waren Engelsen, want hij verhuisde na studies in de Lage Landen naar Londen. Daar zou hij een medische praktijk opzetten en zich aanvankelijk vermeien in luchtig proza (vandaag zou dit ‘columns’ heten) voor de opkomende en bloeiende tijdschriften van wat een Engelse Republiek der Letteren werd.

Rekkelijk en maatschappelijk geëngageerd

Na de lol volgden de filosofie en aanzetten voor wat vandaag de sociologie is. Renatus Willemsen: ‘Hij beschreef hoe het gedrag van mensen voortkwam uit hun passies waarvan het eigenbelang het sterkst was. Deze passies leiden niet tot een strijd van allen tegen allen, maar resulteerden in een samenleving waarin mensen hun passies konden verwezenlijken.’ In De fabel van de bijen kraakt hij vrolijk het dodende moralisme van zijn tijd af en graaft grondvesten voor een economische theorie. Mandeville had bewonderaars en vijanden, maar na zijn dood zakte de belangstelling. In de twintigste eeuw en de laatste jaren herleeft, zeker in Nederland, de belangstelling voor de teksten en de ideeën van de Zuid-Nederlandse denker.

Bernard Mandeville werd volwassen in een klimaat van verdraagzaamheid in een Hollandse handelsstad. Het internationalisme, de economische belangen, de ontwikkelde commerciële samenleving van Rotterdam en zijn universitaire studies in Leiden, waren getekend door die andere grote Rotterdammer: Erasmus. De Mandevilles waren remonstranten, een strekking binnen de Reformatie, doordrongen van het Erasmiaanse denken: hun volkse naam is de ‘rekkelijken’.

Engeland

In zijn jonge jaren schreef Mandeville gedichten en politieke pamfletten in het Nederlands. En voor de start van zijn dokterspraktijk in Londen in 1693, dan is hij 23 jaar, stonden er reeds drie Latijnse publicaties over geneeskunde, biologie en filosofie op zijn naam. De Vlaamse Rotterdammer ontmoette in de Dutch Quarter in Colchester familieleden en Nederlandstalige vrienden. Wevers uit de zuidelijke Nederlanden vestigden zich in groten getale in die stad en Bernard Mandeville vertaalde daar een Nederlandse preek van 1708 naar het Engels.

Thijs Dekker uit Londen ontpopte zich tot pennenvriend van Mandeville, en schreef vermakelijke gedichten in het Nederlands naar hem. Dekker, afkomstig van een familie die ook vanuit Vlaanderen naar Holland was getrokken, werd een welvarende koopman en baron (Sir Matthew Decker) aan de Theems. Als schatrijke in de adelstand verheven ex-kruidenier introduceerde hij de ananas in Engeland.

Scharnierpunt

De periode van de verhuis van Bernard Mandeville van Rotterdam naar Londen is een scharnierpunt in de machtsverschuiving van de oude leidende natie (de Hollandse Republiek) naar een nieuwe natie (Engeland). Frankrijk verspeelde die rol door te kiezen voor dirigisme en centralisme. Engeland imiteerde de instellingen die Holland, met veel steun van lokale protestantse Vlamingen, had groot gemaakt: obligaties, aandelen, moderne overheidsfinanciën en houdingen als tolerantie en het delegeren van economische activiteiten.

Bernard Mandeville was vooruitstrevend en stelde bijvoorbeeld voor om ‘staatsbordelen’ op te richten waar vrouwen onder toezicht van artsen en gezagsdragers hun diensten konden aanbieden. Hij benaderde de prostitutie als een onvermijdelijk gegeven, het had altijd bestaan en zou altijd blijven. Het voorstel schokte het schijnheilige deel van de Engelsen want hoererij werd nooit in het openbaar besproken en liever werd het ontkend dan dat er gedacht werd aan beleid. Zijn vrijdenkerij sloot aan bij de afkeer voor religieuze fijnslijperij en godsdienstige tweedracht (een grondhouding van de ‘rekkelijken’), zoals die leefde in Holland. Mandeville: ‘Hoe groter de macht van de dominees, hoe meer de gewone gelovigen in slavernij worden gehouden.’

Serieus maar spottend

Bernard Mandeville was hyperserieus van gedachten maar vertolkte dat in de stijl van zijn nieuwe vaderland. Swift, Defoe en Pope gingen hem voor met hun ideeën satirisch en luimig te verwoorden. Zo kon Mandeville vermomd radicale inzichten, ook over vrouwemancipatie, uitdragen. Renatus Willemsen oordeelt:

‘De nuchtere houding leerde hij in Rotterdam en van zijn rekkelijke familie. (…) Zijn paradox “private vices, publick benefits”, die hem veel afkeuring opleverde, getuigt daarvan. Zijn tegenstanders verweten hem egoïsme en ondeugd te propageren. Dat was niet zo, hij doorzag en beschreef dat het eigenbelang de drijvende passie van de mens is. (…) De mens heeft een mens nodig, een samenleving, om zijn eigenbelang te behartigen. (…) Beschaving en hypocrisie werpen een scherm op om de eigenlijke bedoelingen van het eigenbelang te verbergen. Dat beschreef Mandeville tot in detail en dat was geen amorele theorie zoals velen hem nadroegen. Hij schreef zonder opsmuk precies zoals het was, zuiver en oprecht.’

Frans Crols