Maak kennis met de Engelse Bart Van Loo: Dan Jones over de Britse royals

Begin 2022 verscheen Van Rome tot Rome waarin de 40-jarige Engelse historicus Dan Jones 1000 jaar westerse middeleeuwse geschiedenis op 600 bladzijden comprimeert. Op zijn best is hij echter in Vorsten van Albion, de wervelend vertelde geschiedenis van het huis Plantagenet dat de Engelse kroon vanaf de 12de eeuw glans en luister gaf. In Gevecht om de troon vervolledigde hij zijn sage over de middeleeuwse Britse koningen, waarin deze keer de Rozenoorlogen en de opkomst van de Tudors in de vijftiende en zestiende eeuw centraal staan.

Visuele vertelkracht

Jones maakte tien jaar geleden aanvankelijk furore als presentator van Britse televisieseries over middeleeuwse geschiedenis, zoals de kruistochten, opkomst en val van de Tempeliers en de evolutie van het Britse koningshuis vanaf de Normandische overname in 1066 door Willem de Veroveraar tot de hoogdagen van de Tudors met Hendrik VIII midden zestiende eeuw.

Ondertussen heeft hij die verhalen uitgeschreven in stuk voor stuk beklijvende en bijzonder meeslepend vertelde historische boeken die uitblinken in visuele vertelkracht. Maar die bij alle plastische aanschouwelijkheid, zoals het een echte historicus betaamt, ook veel citeren uit de annalen van de meest diverse kroniekschrijvers.

Vooral zijn tweeluik over het Engelse koningshuis – Vorsten van Albion en Gevecht om de troon – samen goed voor 1000 bladzijden leesplezier, is een absolute aanrader. Wat Bart Van Loo voor ‘onze’ Bourgondische geschiedenis deed met zijn flamboyant neergezette reconstructie van De Bourgondiërs, presteert Jones met zijn middeleeuwse Britse koningsgeschiedenis van de Plantagenets en Tudors. Komt erbij dat, zoals bij Van Loo, ook de Vlaamse insteek niet ontbreekt.

Verfransing van Engeland

Opvallend trouwens hoe Frans de Engelse geschiedenis eeuwenlang kleurde toen de Normandische koning Willem de Veroveraar er de touwtjes in handen nam. En dat hij daarbij werd geassisteerd door koningin Mathilde van Vlaanderen. Het graafschap Vlaanderen is, zoals geweten, eeuwenlang onder Franse invloed gebleven. En zo is het blijkbaar ook aanvankelijk met Engeland gelopen. Die ‘verfransing’ van het oorspronkelijk Angelsaksische Engeland kwam in een stroomversnelling toen Hendrik II, de zoon van Godfried Plantagenet én graaf van Anjou, in 1154 Normandië, Engeland en Anjou onder zijn hoede kreeg.

Vader Godfried Plantagenet hield van vestimentaire opsmuk en tooide zijn muts wel eens met een takje helgele brem (planta genista in het Latijn). Zoon Hendrik regeerde bijna de hele helft van de twaalfde eeuw en zette het zogenaamde Anghevijnse Engeland (Anjou-Engeland-Normandië) als Europese wereldmacht van het geslacht Plantagenet definitief op de kaart.

Stinkend en sjofel

Nochtans had de jonge Hendrik het niet onder de markt en haalde de Franse kroon de neus op voor de haveloze bende, die zijn rondtrekkende hof aanvankelijk was: ‘stinkend en sjofel, waar de geserveerde wijn zo azijnachtig was dat die door de tanden van een verkrampte mond gezogen moest worden’. Wat een contrast dus met het door Van Loo kleurrijk beschreven Bourgondische hof dat zelfs zijn Franse leenheer het nakijken gaf.

Hendrik II wist door een uitgekiende huwelijkspolitiek én snel ingrijpen de Plantagenets een voorrangspositie te geven tijdens de middeleeuwen. Zijn huwelijk met de hippe Eleonora van Aquitanië – door de Franse koning als echtgenote verstoten – bracht hem macht en prestige, én een grote kinderzege. Zijn zoon Richard Leeuwenhart, roemruchte opponent van Saladin tijdens de Derde Kruistocht op het einde van de twaalfde eeuw, was haar oogappel. Maar Jones vertelt met de nodige smeuïge details hoe Richard telkens weer dwars lag tegenover zijn vader tot die uiteindelijk op zijn oude dag bakzeil moest halen.

Feller dan wilde dieren

Niet alleen Hendriks huwelijkspolitiek dus, maar ook zijn blitse militaire optreden zorgden voor het prestige van zijn Anghevijnse huis. Jones vertelt meer dan eens hoe Vlaamse huurlingen een cruciale rol speelden in de militaire overwinningen van Hendrik. Die huurlingen, zo Jones, waren vooral van Vlaams-Brabantse komaf maar soms ook technisch werkloze wevers uit het graafschap Vlaanderen: ‘Hendrik schreef dat hij de voorkeur aan hen gaf omdat ze vaardig waren in de strijd, onverschrokken bij de aanval en feller dan wilde dieren.’

Bij de Engelse bevolking daarentegen waren deze Vlaamse hulptroepen allesbehalve graag gezien. Die wrok tegenover buitenlandse bezetters leidde er in de veertiende eeuw toe dat tijdens de rebellie van Engelse boeren in juni 1381 ongeveer 150 Vlaamse kooplieden – zo Jones – in Londen werden afgeslacht ‘omdat ze buitenlanders waren’.

Dat de banden tussen de Engelse Tudors in de zestiende eeuw ook bijzonder nauw verweven waren met de Bourgondisch-Habsburgse aanwezigheid in Vlaanderen, is ondertussen ook geweten. Niemand minder dan de twaalfjarige Anna Boleyn werd aan het Mechelse hof, samen met Keizer Karel, klaargestoomd tot grootse daden. Wist ze veel dat haar huwelijk met Hendrik VIII haar het hoofd zou kosten.

Entertainende zomerlectuur

Jones ontpopt zich in dit Britse tweeluik tot een rasverteller met oog voor detail én voor de grote historische synthese, waarbij hij niet te beroerd is om steeds weer de nodige nuancering – al dan niet tussen haakjes – aan te brengen. Wie dus op zoek is naar entertainende zomerlectuur die de geschiedenis in the making vanop de eerste rij opdist, zal in dit kleurrijke verhaal aan zijn trekken komen.

Dat vertelplezier is er minder in Van Rome tot Rome waarin Jones ‘een nieuwe geschiedenis van de middeleeuwen’ belooft maar die toch vooral een klassieke, soms nogal schoolse synthese is van 1000 jaar westerse geschiedenis. Jones doet zijn best om ook vanuit klimatologische hoek nieuwe inzichten te serveren, maar geraakt vaak niet verder dan modieuze associaties.

Eerste klimaatmigranten

Een eye opener, toegegeven, is zijn vermoeden dat de plotse inval van de Hunnen op het einde van de vierde eeuw, wel eens zou kunnen zijn ingegeven door een nooit geziene droogte in hun Chinese thuisland, ‘de ergste die de afgelopen tweeduizend jaar is geregistreerd’.

Jones noemt de Hunnen zelfs de eerste klimaatmigranten uit de geschiedenis: ‘Noord-China kende omstandigheden die op zijn minst even ernstig waren als die tijdens de grote Amerikaanse ‘Dust Bowl’ van de jaren dertig van de vorige eeuw, of de Chinese droogte in de jaren zeventig van de negentiende eeuw, toen er tussen de 9 en 13 miljoen mensen omkwamen van de honger.’ Of hoe klimaatopwarming blijkbaar van alle tijden is.

Frank Hellemans