Liever professioneel dan gezellig

Begin januari trad het vierde kabinet-Rutte aan: met 29 ministers en staatssecretarissen een recordomvang. Een bewuste keuze, want tijdens corona legden meerdere bewindspersonen hun functie neer wegens ziekte of overwerktheid. De werkdruk moest omlaag. Een groot contrast met oktober 2010, aan de vooravond van Ruttes eerste regering. Toen vond Rutte dat zijn ‘kabinet best met minder ministers kon, want een klein kabinet zou ervoor zorgen dat ze hard moesten werken en geen tijd hadden voor allerlei onzin.’

Sinds 2002 volgt Wilma Borgman als parlementair verslaggever van de NOS de rechts-liberale Vereniging voor Vrijheid en Democratie (VVD). Twintig jaar later legde ze haar ervaringen vast in een boek met als veelzeggende titel De prijs van de macht. De interne sfeer veranderde toen Rutte in 2010 de allereerste liberale premier werd sinds Pieter Cort van der Linden (1913-1918). In 2002 had de partij nog de luxe principieel te zijn.

Partijvoorzitters

Borgman koos voor een weinig voorkomende benadering: niet de politici op de voorgrond, maar de partijbestuurders op de achtergrond. Naar goed journalistiek gebruik zocht zij naar personen om het voor de lezer toegankelijk te maken: de partijvoorzitters.

‘Partijvoorzitters een rol op de achtergrond? Laat De Wever, Bouchez en Magnette dat niet horen!’ Inderdaad, in Nederland is het een dienende functie. Partijleider is de belangrijkste mandataris op het nationale niveau: de (vice)premier in de regering of de fractievoorzitter in de Tweede Kamer.

Onze partijvoorzitters zijn huismeesters. Ze organiseren de dagelijkse gang van zaken in de partij, de vereniging, zodat de landelijke politici hun handen vrij hebben om zich op de politiek te richten. Het brede publiek kent de voorzitters niet.

In verkiezingsjaren wordt hun rol wat groter: kandidatenlijsten opstellen, verkiezingsprogramma schrijven, campagne organiseren. Na het sluiten van de stembus is het aan de politieke leider om te onderhandelen. De voorzitter heeft inspraak, de partijleider het laatste woord. Bij de VVD zijn partijbestuurders overigens onbezoldigd, net als andere partijvrijwilligers.

Pim Fortuyn

Begin 2002 leek een VVD-premier binnen handbereik. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 viel het resultaat echter tegen, terwijl de plaatselijke partij Leefbaar Rotterdam, met Pim Fortuyn als lijsttrekker, vanuit het niets grootste werd. Heeft u de Nederlandse serie Het jaar van Fortuyn gezien? In vrijwel alle scènes met Ad Melkert, beoogd opvolger van de sociaaldemocratische paarse premier Wim Kok (PvdA), kunt u Melkert vervangen door VVD-aanvoerder Hans Dijkstal. Die hield vol dat mensen stemmen op partijen en programma’s, niet op kandidaat-premiers. Bij de landelijke verkiezingen in mei zakte zijn partij van 38 naar 24 zetels.

Toenmalig partijvoorzitter Bas Eenhoorn (1999-2003) en de voorzitters van de kamercentrales (regionale afdelingen), de ‘partijbaronnen’, hadden Dijkstal er vergeefs op gewezen dat Fortuyn scoorde op thema’s waar de VVD in de jaren negentig op had gehamerd, zoals integratie, wachtlijsten in de zorg en criminaliteit.

Eenhoorn constateerde dat de VVD-top het contact met de achterban en de kiezer was kwijtgeraakt. Een probaat middel om dit te verhelpen was volgens hem ‘one man, one vote’. Op partijcongressen en bij het kiezen van lijsttrekkers en partijvoorzitters moest voortaan ieder lid mogen stemmen. Toen zijn positie verslechterde, bood hij aan vervroegd af te treden, mits ‘one man, one vote’ werd ingevoerd.

2003-2007: twee keer tweestrijd

Dijkstal wilde fractievoorzitter blijven. De fractie besliste anders: het werd Gerrit Zalm, minister van Financiën sinds 1994 en uiterst populair. Dijkstal verliet enkele maanden later teleurgesteld de politiek.

Oppositie of regeren? Als verantwoordelijke bestuurderspartij werd de VVD derde partij in een regering met het christendemocratische CDA en de LPF van de op 6 mei vermoorde Fortuyn (zie hier, vanaf minuut 29).

Tijdens de twee paarse kabinetten (1994-2002) bleven partijleiders Frits Bolkestein en vanaf 1998 Dijkstal fractievoorzitter. Zalm, weer op Financiën, verkoos het vicepremierschap. Fractievoorzitter werd Jozias van Aartsen, ook twee keer minister geweest vanaf 1994. Al snel ontstond rivaliteit.

Die rivaliteit, hoewel geen geheim, bleef nog enigszins binnenskamers. Het kwam ook aan de orde in de Rutte-biografie van Petra de Koning. Borgman maakt in haar boek duidelijk dat de twee elkaar voldoende verzwakten om geen van beide leider te blijven. Het hielp Zalm niet dat hij Ayaan Hirsi Ali, tot dan medewerker van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, als wit konijn een verkiesbare plaats bezorgde. Van Aartsen wilde Zalm verzwakken door Kamerleden ruimte te geven kritisch te zijn richting de regering. Dit werd een boemerang toen Geert Wilders in 2004 op eigen houtje pleitte voor een rechtsere koers, zonder eerst de fractie te overtuigen. Wilders bond niet in en verliet de fractie. Hirsi Ali verliet de Kamer in 2006, toen bleek dat ze niet de waarheid had gesproken tijdens haar asielprocedure.

Als het slecht gaat, weten de leden de partijvoorzitter wel te vinden. De grootste beproeving voor Jan van Zanen (2003-2008) volgde nog: de machtsstrijd tussen Rutte en Verdonk. Die overigens niet mogelijk was geweest zonder ‘one man, one vote’.

Rust in de tent

Wie ook de tweestrijd Zalm-Van Aartsen kent, begrijpt beter waarom de partij na het vertrek van Verdonk (september 2007) streefde naar eenheid en stabiliteit. ‘Er was veel te repareren’, aldus Ivo Opstelten (2008-2010). Die eerst huiverig was om met zijn tegenkandidaat de afdelingen langs te gaan, maar achteraf blij, omdat het therapeutisch en verzoenend werkte.

Ook zonder Verdonk deed Rutte het aanvankelijk slecht. Bij de Europese Verkiezingen van 2009 verloor de VVD. Na een lange vergadering, waarbij Rutte en fractievoorzitter in de senaat Uri Rosenthal op de gang moesten wachten, ging het partijbestuur toch door met Rutte.

Bij de algemene beschouwingen van 2009 kwam Rutte alsnog uit de verf. Bij de landelijke verkiezingen werd de VVD grootste. Achter de schermen was er al veel veranderd. In de Senaatsfractie zaten nog enkele ‘Rita-fans’, die goed in de gaten werden gehouden door Rosenthal. Opstelten regelde de kandidatenlijst. In 2006 bood die plaats zowel Rutte-fans als Verdonk-aanhangers. In 2010 bleef alleen Rita-fan Fred Teeven over, van de rest werd loyaliteit verwacht. ‘Geen experimenten, geen ongelukken’. Dat najaar werden Opstelten en Rosenthal minister.

Centralisering

Bij rust in de tent paste een voorzitter zonder persoonlijke ambities, die de actieve politiek had verlaten. Het werd oud-Kamerlid en -minister Benk Korthals (2009-2011). Toverwoord: regie. Congressen werden aangestuurd: loyalisten strategisch in de zaal, die op het juiste moment applaudisseren. Bij de verkiezingen van 2012 weer enkel Rutte-loyalisten op de lijst.

In de Haagse kunstenaarssociëteit Pulchri Studio, geven oud-prominenten (je moet gevraagd worden) hun mening. Kritiek mag, mits niet ook in de media. Dat is schering en inslag bij partijmastodonten van CDA en PvdA. Of wordt oud-leider Hans Wiegel (1972-1982, altijd medialieveling gebleven) bedoeld?

Vanaf 2012 traden bij voorzittersverkiezingen telkens kandidaten aan die meer invloed wilden van de achterban en van de regio’s. Zij betreurden het dat congressen waren teruggebracht tot applausmachines (in 2002 was nog twee dagen vergaderd over 800 wijzigingsvoorstellen van het verkiezingsprogramma) en dat inhoudelijke ideeënvorming ontbrak. Alleen: vanaf 2008 werd consequent de kandidaat van de partijtop voorzitter.

Henry Keizer (2014-2017) had twee tegenkandidaten die meer invloed wilden voor de achterban. Als reactie schafte hij de 24 kamercentrales af. De regionale bestuurslaag helemaal opheffen lukte niet. Wel bewerkstelligde hij dat hooguit zes regiovertegenwoordigers tegenover het partijbestuur staan. Alle afdelingen en commissies werden afgeschaft en vervangen door ‘netwerken’.

Kloof top-basis

Men verwachtte veel van de nieuwe ’thematische netwerken’, waarbinnen leden inhoudelijk van gedachten wisselen met mandatarissen. Alleen: ‘Je kunt als lid dus meepraten en intelligente dingen zeggen, maar de leiding zegt dan: “Dank u wel, we gaan erover nadenken.” Maar er verandert niets.’ Idem voor de Pulchri-bijeenkomsten.

Partijmedeoprichter Dirk Stikker noemde amateurisme de vloek van het liberalisme in Nederland. Het was gezellig, maar weinig professioneel. Inmiddels is de VVD professioneel, maar is het nog gezellig? Leden lijken voor spek en bonen mee te tellen. Borgman bevestigt dat van kritische moties bewust de ‘strekking’ wordt overgenomen, zodat de indiener het gevoel krijgt serieus te worden genomen zonder dat ze er iets mee te doen.

De partijtop gelooft oprecht tegenspraak te organiseren, terwijl de leden dit anders ervaren. Komt dit door bedrijfstopman Ben Verwaayen, geïnterviewd in hoofdstuk 4? Mandataris noch officieel partijbestuurder, toch bespreekt de partijtop sinds 2006 alles met hem.

Smaakt naar meer

Het slothoofdstuk, over de afgelopen vijf jaar, had korter gekund. Wellicht te recent om bomen en bos te zien, wat resulteerde in een lange opsomming van wissewasjes. Verder is het een toegankelijk boek over het interne reilen en zeilen van de afgelopen twee decennia. Hopelijk volgt bij herdruk een persoonsregister.

Borgman schrijft over de VVD, in een specifieke periode. Wat nieuwsgierig maakt. Is wat de VVD de afgelopen tien jaar overkwam vergelijkbaar met de PvdA in de jaren negentig en het CDA in de jaren tachtig? Hoe komt het dat rond 2000 bij alle drie de partijen de voorzitter een grotere rol wilde dan de Haagse politici toestonden? Opstelten was burgemeester geweest van Rotterdam, Korthals minister — te lang bestuurder geweest om ledeninspraak te dulden?

Was ik maar weer geschiedenisstudent. Inspiratie genoeg voor een scriptie.

De prijs van de macht is verkrijgbaar in de webwinkel van Doorbraak.

Pieter de Jonge