Lia van Bekhoven over ‘Klein-Brittannië’

Lia van Bekhoven behoeft in Vlaanderen geen introductie. Al jarenlang licht ze op de nationale televisie en radio het reilen en het zeilen toe van de Britse politiek. Ze doet dat op de haar kenschetsende nuchtere ‘Hollandse’ manier, ook al is ze een Brabantse. De correspondent presenteert zich ook zo in haar boek ‘Klein-Brittannië’, als een ‘Nederlandse Londense’. 

Wanneer ze het over zichzelf moet hebben, dan benadrukt van Bekhoven altijd dat ze ‘geen anglofiel’ is en ook in het boek Klein-Brittannië doet ze dat uitdrukkelijk. Ik heb stellig de indruk dat anglofielen haar irriteren. De lezer leert alvast snel dat de auteur zich enorm kan ergeren aan het eiland waar ze woont, leeft en werkt. ‘Nederlanders hebben niet alleen uitgesproken meningen, maar eigenen zich graag het recht toe daar de hele wereld op te trakteren.’ Lia van Bekhoven schrijft het zelf en zoveel zelfkennis siert haar. Dat is meteen ook een van de sterktes van het boek: het is eerlijk. Lia van Bekhoven is een Londense met weinig voeling voor het conservatieve Engeland en daardoor worstelt ze ook met het eiland dat rondom Londen hangt. Alleen de Britse humor en creativiteit kunnen haar echt bekoren.

Kleurrijke passages

Ze geeft toe dat ze zich ooit verkeek op een van de heetste hangijzers die de moderne Britse politiek kende: de vossenjacht. ‘Och, zei ik tegen de mediaredacties in Brussel en Hilversum op de vraag of de jacht de moeite van het verslaan is, ik zou het niet al te serieus nemen. Het is politiek nauwelijks interessant. Vossenjacht is een sport die belangrijk is op het platteland.

De vossenjacht heeft de grootste demonstraties opgebracht, groter dan de protestbetogingen tegen de Irakoorlog. Als ik het goed voorheb verkeek ze zich ook op het brexitreferendum, maar daarin was ze lang niet de enige. De leukste en interessantste momenten zijn de stukken die gaan over de carrière van de journaliste. Hoe ze als jonge verslaggeefster probeerde Tony Blair voor de micro te krijgen. Britse politici stoppen geen tijd in NV-TV of ‘No Votes Television’, maar haar smeekbede werkte op de immer charmante premier. Of toen ze een interview afnam van de elfde hertog van Devonshire die er duidelijk geen zin in had, totdat hij ontdekte dat de cameraman een kunstliefhebber was.

De vele citaten van schrijvers en beroemdheden geven Klein Brittanië kleur. Zo heb ik hardop gelachen bij de quote van oud-voetballer en stand-upcomedian John Bishop dat dient als illustratie bij een stukje over de Britse sportgekte: ‘Een Engeland-supporter is te vergelijken met de te optimistische ouder van een dik kind op de sportdag van een school.’ En het is echt zo: Engelsen vinden hun voetbalploeg de beste in de wereld, alleen werkt de realiteit van de wereld hen tegen. Zo is het overigens met veel zaken en de Engelse opvattingen daarover.

Weinig nieuws

Naast bijzonder veel kritiek op de Britse samenleving – die mijns inziens soms heel terecht is, maar soms heel kort door de bocht – lees je ook treffende opmerkingen. ‘Ik denk dat het door de bank genomen makkelijker is voor beige, bruine en zwarte Britten om zich Brits te voelen, dan voor de etnische bevolking bij ons om zich met Nederland en België te identificeren, ook al zijn ze er geboren.’

Dit jaar nog toonde een grootschalig onderzoek aan dat 93% van de Britse bevolking vindt dat je niet blank moet zijn om een ‘echte Brit’ te zijn. Loop rond in de Britse steden – op het platteland is dat voor alle duidelijkheid niet zo – en je stelt een heel multiraciale samenleving vast, die zich bijzonder Britse gedraagt. Een dame van Aziatische oorsprong stak tegen mij een keertje de loftrompet af over ‘Christmas’ en hoe ze ervan houdt het te vieren. Of die keer dat ik een uitgebreide uiteenzetting kreeg van een zwarte Brit over ‘British conservative values’.

Jammer aan het boek is een ontbrekende bibliografie. Ze schrijft over de Queen ook voortdurend met een kleine letter ‘q’. ‘Schrijf dan toch koningin’, grom ik bij mezelf, maar ik besef dat de auteur het doet als statement. Ze loopt niet hoog op met de monarchie, wat haar goed recht is. Haar vranke mening zorgt ervoor dat er naast een heleboel fans ook heel wat critici van Lia rondlopen. Voor de mensen met heimwee naar de tijd voor Lia van Bekhoven: Roger Simons was ook allesbehalve een anglofiel. De Britten konden hem eveneens mateloos ergeren, al stak hij dat misschien wat beter weg dan Lia van Bekhoven.

Ik noem mezelf wel een anglofiel, maar ik heb ook het voordeel dat ik er niet moet wonen en daarom gemakkelijk kan kiezen om deel te nemen aan dingen van de Britse samenleving die ik leuk vind. Een van de vele nadelen van mijn anglofilie is dat ik niet bijzonder veel heb bijgeleerd van dit boek. Ik heb het netjes toegevoegd aan mijn intussen aanzienlijke collectie boeken van Nederlandse correspondenten die in het Verenigd Koninkrijk wonen.

Harry De Paepe