Lezen en schrijven zijn mirakels

Schattingen van het ontstaan van taal variëren van 50.000 jaar tot 1,9 miljoen jaar. Lezen en schrijven van 26 gecombineerde hanenpoten zijn mirakels.

Deze tekst is een combinatie van 26 hanenpoten op een bladzijde of een scherm die voor u zinnen vormen met een betekenis. Schrijven is van een dergelijke alledaagsheid dat u het voor normaal aanziet. Lezen als volgende stap is het allerhoogste doel van de scholing. Mensen spraken al 45.000 jaar, zegt het jongste onderzoek, voor enkelingen het idee bedachten om woorden in duurzame letters om te zetten.

Kortstondig renouveau

Wedden dat u een menigvuldig lezend mens bent die beeft om de ontlezing, de schermpjesverslaafde jeugd en het succes van kookboeken en ander laaghangend woordenfruit? Beleven wij de laatste generatie in het Westen die met boeken is opgegroeid? Lucas Marieke Rijneveld kon tijdens corona even juichen over het kortstondige renouveau van het ‘struinen en jutteren tussen aangespoelde pagina’s’. Duizenden jaren bleef het schrift, dat machtige instrument, in handen van ingewijden: een geletterde elite. De betovering van het schrift verdween door de algemene alfabetisering, iedereen kan lezen of doet grote pogingen. Wie het niet kan, is dom of hersenbeschadigd.

Is schermlezen gelijk aan écht lezen, diep lezen? Je zou denken: lezen is lezen is lezen. Onderzoek toont dat het uitmaakt of je van papier of van een scherm leest. Dat laatste wordt minder ernstig genomen en is gelijker aan staren, niet aan opslorpend lezen. Lezen en schrijven zijn ver van ‘natuurlijke’ eigenschappen en kosten zweet. Minder ontzag voor geletterdheid ondermijnt het onderhouden van de leeskunst. De techbedrijven verknechten miljoenen mensen tot slaaf, een bewuste strategie voor hun verdienmodel. Lezen is daar likken aan een tweederangs voederbak.

Drie stellingen

Lezen is belangrijk voor de sociale vaardigheid, alhoewel je het op je eentje doet. Echter het aanscherpen van de verbeelding, het zich inleven in vreemde mensen en gebeurtenissen, wrikt de lezer naar het herschapen van het gelezene in eigen beelden. Lezen versterkt bovendien de concentratie; het met een boekje in een hoekje is nuttig, het boren naar betekenis evenzo. In de digitale maalstroom van dag en nacht is diep lezen een anker.

Ruud Hisgen (auteur) en Adriaan van der Weel (boekhistoricus) schuiven in De lezende mens drie stellingen naar voor. Eén. We geven er ons onvoldoende rekenschap van hoe belangrijk lezen is voor ons denken, en daarmee voor ons eigen welzijn en dat van de samenleving. Twee. Niet alleen is lezen essentieel, ook de manier van lezen is belangrijk, want elke technologie (kleitablet, schriftrol, gedrukte pagina, beeldscherm) veroorzaakt een andere wijze van lezen en dus denken. Drie. Weinig greep hebben wij, lezers of leesonthouders, op die leestechnologische ontwikkelingen en hun maatschappelijke invloed.

Boekenbezit

Wat die laatste stelling betreft: in 1967 waarschuwde filosoof Marshall McLuhan in The Medium is the Massage voor ons onvermogen om ons de reikwijdte van het denken na de televisie voor te stellen. Zijn nieuwe woord was ‘worldpool’, een mix van ‘whirlpool’ (draaikolk) en ‘world’ (wereld). De televisie in 1967 en de digitale schermen nu masseren alomtegenwoordig ons denken, maken het denken rommeliger, oppervlakkiger, kinderlijker.

Kijk naar het boekenbezit in een huishouden, de aanwezigheid van boeken hangt samen met het behaalde onderwijsniveau en het latere economische succes van de kinderen die opgroeien in een boekengezin. Boekenbezit is zelfs een aanduiding voor computervaardigheden, de kwelduivel van de leescultuur. Het handenwringen over ontlezing en de boekverbranding in de geest is weliswaar piepjong: pas enkele generaties, dus een eeuw-plus. In de latere negentiende eeuw werd het lezen via een onderwijsrevolutie een bron van kennis, voortvloeiend uit de achttiende-eeuwse verlichting. Het lezen van fictie volgde en versterkt het sociale voorstellingsvermogen wat de betrekkingen met medemensen verrijkt. Lezen correleert met sociale integratie en minder criminaliteit, bewijzen studies.

80 procent quasi-analfabeet

De monding van De lezende mens zijn 22 beschouwingen; een nuttige samenballing na 300 bladzijden met 297 noten en een namenregister van negen bladzijden. De eerste beschouwing klinkt cru, maar het boek onderbouwt haar grondig: ‘De toekomst van een samenleving waarin steeds minder lang, aandachtig en diep wordt gelezen, ziet er bedenkelijk uit’. Nog een: ‘De automatische associatie met vooruitgang die veel beleidsmakers, maar ook veel schoolbesturen en ouders hebben als het gaat om digitale technologie behoeft bijstelling. In grote meerderheid gebruiken leerlingen en studenten trouwens liever boeken dan schermen als het op leren aankomt, omdat ze in hun reguliere leven al veel tijd besteden aan hun digitale apparatuur.’

We evolueren naar een leessituatie waarin 20 procent van de mensen diep wil en kan lezen en 80 procent quasi-analfabeet wordt. De roetsjbaan naar een dieperik.

 

Frans Crols