Lenin, plunder de plunderaars

De titel is een vondst, de omslag toont een leeuwachtige hondenkop in Vlaamse kleuren met een zweem rood. Uitgeverij EPO publiceert ‘Debatfiches van de Vlaamse elite’. De Vlaamse Osservatore Proletaro (EPO staat voor Education Prolétaire, Proletarische Opvoeding) groepeert denkend klein links in Vlaanderen.

EPO zweert bij de vader van het dolgedraaide marxisme, Lenin, en diens recept: ‘Plunder de plunderaars’. Ik betaalde 24,90 euro voor het boek omwille van de leuke titel én uit nieuwsgierigheid om te weten wie voor de zuiveren vandaag de plunderaar is of morgen zal zijn. Kopen kan u het niet in de Doorbraak webwinkel, want EPO verstrekt geen toestemming tot verkoop omdat ‘jullie lezerspubliek niet het onze is’, zoals ze eerder lieten weten. Halsstarrigheid is ook een eigenschap.

Wijnhuizen hebben kelderrestjes. De ‘Debatfiches’ zijn deels kelderrestjes van EPO. Tekst na tekst bots je op de traditionele vrienden van het huis en/of vastbenoemde werknemers van Vlaamse universiteiten, pennen van het ABVV, leden van het Masereelfonds (van communistisch naar vandaag extreemlinks) en medewerkers van Aktief, het ledenblad van het fonds. Het boek is onder meer een eerbetoon aan Jan Blommaert, een pilaar van EPO, die te jong overleed in 2021, en als socio-linguïst weet dat taal niet neutraal is. Voor hem was taal gelijk aan strijd, klassenstrijd.
Wat Blommaert, hij is present met twee teksten, en de overige auteurs bindt is het nazicentrisme.

Zevenenzeventig jaar na de dood van Adolf Hitler ontdekken zij bijvoorbeeld bij VOKA, N-VA, VB, Doorbraak, de hoofdredactie van VRT (die de foute Stijn Baert en Geert Noels godverdomme toelaten in debatprogramma’s) knooppunten voor de rechtsradicale overname van de samenleving. Partijpolitiek ben ik nooit geweest, muggenziften om rechtse N-VA’ers te vinden is werk voor anderen, wel ben ik reeds vijftig jaar waarnemer van VEV en VOKA. Als er ergens op de aardkloot propere, onschuldige, te brave en voor 95% sociale ondernemers zijn dan wel in Vlaanderen. Hen vergelijken met de uitwassen van het neoliberalisme is clownesk. Wat er in België ooit heeft bestaan aan hyperkapitalisme en hyperkapitalisten was Brussels, Franstalig en stinkend elitair.
De EPO’ers verdedigen het onland België als onomstotelijk huis van de Vlaamse en Waalse proletariërs. Het is hun beider bloedland. EPO idealiseert het wrakkige België dat overleeft dankzij een performant Vlaanderen dat het uitgeputte Brussel en het verder wegzakkende Wallonië boven water houdt. Dit land is kapot en het is geen proletarische plicht om het te laten bestaan.

Taalstrijd is klassenstrijd

Het openingsessay van de co-redacteurs, Robrecht Vanderbeeken (co-uitgever EPO, jarenlang actief als vakbondsverantwoordelijke cultuurwerkers ABVV-ACOD) en Karim Zahdi (voorzitter Masereelfonds), mag er zijn en brodeert op het thema dat de huidige taalstrijd een klassenstrijd is. De schrandere Italiaanse marxist Antonio Gramsci is de patroonheilige van de EPO’ers en stelde dat wie erin slaagt om haar of zijn taal op te leggen aan het maatschappelijke debat, de culturele hegemonie (wat zijn dada was) reeds deels heeft verworven. Het duo redacteurs: ‘Ons woordgebruik is daarom beslissend in de ideologische machtsstrijd die ons leven bepaalt’.

Karim Zahidi is schrander met de analyse van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd (dit verleden is oké) en schermutselt kort met Kevin Absilis en Mark Elchardus over het verwijt van de eerste dat links een vorm van averechts nationalisme beoefent (de elitaire verwerping door linkse intellectuelen van de Vlaamse identiteit) en het verwijt van de tweede ‘dat de linkerzijde door het afwijzen van eigenheid een slagkrachtige staat onmogelijk maakt’. Zahidi: ‘De keuze volgens Absilis en Elchardus is duidelijk: (Vlaams)-nationalisme of extreemrechtse barbarij’.

Rechtvaardigheid

Laten wij EPO tegenspreken met Adam Smith, voor links de vader van de hedendaagse rotzooi. In de werkelijkheid was hij een ethicus met een baanbrekende analyse van de staathuishoudkunde. In 1759 publiceert Smith The Theory of Moral Sentiments, dat zeer weinigen kennen, waarin hij de oorsprong onderzoekt van rechtvaardigheid. Hij schrijft dat mensen een natuurlijke neiging hebben om zich om anderen te bekommeren, ook als dat niets oplevert. Sympathie voor de naaste is een drijfveer voor menselijk handelen. Tegelijk is een mens in staat van buitenaf zijn eigen daden moreel te beoordelen.

Zeventien jaar later verschijnt The Wealth of Nations, slechts ruim twee eeuwen later voor het eerst vertaald in het Nederlands als De Welvaart van Landen, een systematisch werk over economie. EPO’ers en hun geestesgenoten citeren kortzinnetjes als ‘de onzichtbare hand’ en zien het als een vrijgeleide van Smith voor uitbuiting en hyperkapitalisme. Niets is minder waar. Smith verwierp hebzucht en uitbuiting en zal de uitwassen van het kapitalisme nooit gewild hebben. Smith pleitte voor zelfbeheersing en het volgen van drie zaken: rede, principes en geweten. Vergelijk hem met de natuurkundige Newton, deze was geen ‘voorstander’ van de zwaartekracht. Hij beschreef wat hij vaststelde. Punt.

Houdbaarheidsdatum

Smith observeerde en bleef een evenwichtige telg van de Schotse Verlichting. Voor hem moest de overheid de economie ruimte geven en tegelijkertijd regelend optreden. De staat diende te zorgen voor infrastructuur, onderwijs en defensie en behoorde de burgers te beschermen tegen onrechtvaardigheid. Hij begreep de keerzijde van de arbeidsverdeling, een van de mechanismen die hij beschreef, en besefte hoe lopendebandwerk de werknemers afstompte. Zijn recept? Een betere scholing van mensen want die maakte hun leven draaglijker.

De profetische Smith uit de achttiende eeuw heeft een langere houdbaarheidsdatum dan de profetische Marx uit de negentiende eeuw. En de avant-garde van de ondernemers anno 2022 is bezig met humaan werk, diversiteit, democratie, ecologie en mensenrechten. EPO denkt in karikaturen.

Frans Crols