Lees eens een dikke bio: van Leopold II tot een vrouw van lichte zeden

Het zomert en het lijkt wel vakantie na de coronamiserie, toch? Tijd om in de tuinstoel volumineuze boeken te lezen waar je anders misschien tegen op kijkt. En wat is er meer inspirerend dan het leven van legendarische persoonlijkheden in de politiek, de kunst of de letteren? Trouwens, begon de geschreven verhaalkunst ooit niet met de échte geschiedschrijving (Herodotos, Thycidides, Xenophon) om later uit te monden in verzonnen geschiedenissen, literaire romans genaamd?

Visionaire jonge Leopold

Johan Op de Beecks Leopold II. Het hele verhaal, een pil van achthonderd bladzijden, is ondertussen al meer dan een jaar uit, maar blijft actueel nu de tweede Belgische koning het hard te verduren krijgt voor zijn koloniale politiek. Op de Beeck wil zijn vingers niet verbranden aan de Congo-affaire die immers pas een jaar voor de dood van de koning officieel in Belgische handen kwam. Hij brengt wel het spannende verhaal over hoe een visionaire jonge Leopold van Guatemala tot Singapore op zoek ging naar een kolonie om als klein en pas geboren Belgisch broertje stand te houden tussen de grote jongens, zoals Engeland, Frankrijk en in mindere mate Nederland en Duitsland.

Op de Beeck is duidelijk fan van Leopold en citeert gretig uit Stanley’s ooggetuigenverslagen over de afschuwelijke slavenpraktijken van Arabische despoten, zoals Tippo Tip uit Zanzibar. Zij legitimeerden de verkoop van met kettingen aan elkaar geklonken baby’s en jonge kinderen van nog geen tien jaar oud door naar de sharia te verwijzen, aldus Op de Beeck. Dat Leopold van jongs af aan een vrek was die liever koud douchte dan een warmwaterleiding te laten installeren, komen we eveneens te weten. Maar ook dat hij verslingerd was aan Château Margaux die je tegenwoordig koopt voor zo’n slordige 1000 euro per fles. Pittig detail, aldus de biograaf: Leopold deed er wel drie dagen over om één fles van zijn lievelingswijn soldaat te maken.

Van Waelhem tot Plug Street

Zoals in de meeste Engelstalige biografieën geeft Op de Beeck samen met de individuele en familiale geschiedenis van zijn flamboyante protagonist ook een boeiend panorama mee van pakweg tachtig jaar Belgische geschiedenis: van 1830 tot 1909, het jaar waarin Leopold overlijdt.

Natuurlijk verbleekt Op de Beecks vlot geserveerde geschiedenis bij de meesterlijke bio over Winston Churchill van Andrew Roberts. Diens Churchill, De biografie gaat al twee jaar terug en vertelt in bijna twaalfhonderd pagina’s het wonderlijke verhaal van Churchills bestaan: van zijn Zuid-Afrikaanse jaren waar hij ontsnapte uit de Boerengevangenis tot zijn doortocht tijdens WO I in ‘Waelhem’ bij Mechelen, waar hij bijna gewond geraakte en zijn verblijf in de loopgraven van het West-Vlaamse Ploegsteert – of Plug Street, zoals de Engelsen het noemden. Uiteraard dat WO II het meeste aandacht krijgt. Maar vooral ‘s mans retorische bravoure is een lust om lezen.

Meester van de oneliner

Churchill is immers de meester van de oneliner. Wie dat talent voor het volle pond wil degusteren, kan Roberts bio maar best in het Engelse origineel lezen. Toen een politica Churchill onderuit wou halen door hem als onverbeterlijke alcoholist weg te zetten, riposteerde hij fluks: ‘I may be drunk, Miss, but in the morning I will be sober and you will still be ugly.’ Niet te verwonderen dat hij de Nobelprijs Literatuur kreeg.

Clara, De geheime liefde van Emmanuel de Bom door Jan Lampo mag dan amper 360 bladzijden beslaan, het concentreert zich dan ook op nauwelijks vier jaren: die tussen 1891 en 1895 namelijk. Het is toen dat de 22-jarige De Bom een amour fou beleefde met de 24-jarige Clara Gaesch, een Duitse vrouw van lichte zeden. De Bom was een schrijver in wording die als stadsklerk aan de kost kwam. In 1891 werd hij smoorverliefd op deze ‘zangeres’ in een Antwerps uitzuiperscafé . Zij leerde hem de liefde kennen met al haar erotische hoogtes en relationele laagtes. Lampo die al jaren in het Letterenhuis werkt, ontdekte er een lange tijd geheim gebleven correspondentie tussen deze Clara en ‘Mane’ (verkorte roepnaam voor Emmanuel de Bom).

Fin de siècléistisch genieten

Hij citeert overvloedig én raak uit hun brieven, zoals het een bevlogen archivaris betaamt. De Bom was een boezemvriend van August Vermeylen en hield hem, zeker in het begin van zijn stormachtige relatie met Clara, obsceen-jubelend op de hoogte van zijn bedprestaties: ‘Ik geniet (…) fin de siècléistisch!! Ik poep, omdat ik zeg “Freut euch des Puppens, so lang das lämpchen glüht” en met ‘t vaste besluit slechts zoveel te doen als ‘t lichaam, die tyran, bepaald eischt.’

Lampo versnijdt deze brieffragmenten met delen van verslagen van de politie en de staatsveiligheid over het reilen en zeilen van Clara en haar zus die allebei als illegale prostituees in een tingeltangel met hun klanten optrokken. Blijkt dat Clara een zoontje heeft van iemand anders. Ze hoopte blijkbaar dat Mane haar ten huwelijk zou vragen. Kwestie van op die manier aan het hoerenbestaan te kunnen ontsnappen.

Stoere Mane

Lampo geeft ondertussen met mondjesmaat interessante weetjes over de Duitse connectie in het Antwerpen van de Belle Epoque. En natuurlijk krijgt de literaire vrijzinnige entourage van De Bom – met tenoren als de al genoemde Vermeylen en gevierd dichter en vrouwenzot Pol de Mont – ook de nodige aandacht. Na vier jaar dooft het liefdesvuur tussen Clara en Mane. Clara sterft aan tbc. De familie van De Bom herademt. Mane zelf kiest van de weeromstuit voor een deftige katholieke dame met wie hij enkele jaren later in het huwelijk zou treden. Een ongelukkig en kinderloos huwelijk trouwens. Maar dat is stof voor een ander verhaal (zie beneden).

Lampo maakte twintig jaar geleden ooit een geromanceerde vertelling over Emma ‘Emmeke’ Clément, de muze van de jonge Paul van Ostaijen. Deze keer kiest hij voor een documentair verhaal uit eerste hand, voorzien van flarden historische context en occasionele persoonlijke oprispingen. Op die manier plaatst hij vaak de nodige vraagtekens bij het liederlijke gedrag van de jonge Mane die zich daarenboven graag in zelfmedelijden wentelt. Zo noteert Lampo bij bovenvermeld citaat van Mane over zijn erotische esbattementen laconiek: ‘Stoer, die Mane’. Niet elke biograaf draagt zijn ‘held’ op handen.

Benieuwd hoe Doorbraak-medewerker Chris Ceustermans straks zijn Mane zal opvoeren in zijn op stapel staande bio van de ‘hele’ De Bom. En hoe dik die zal zijn natuurlijk.

Frank Hellemans

  • Clara | Jan Lampo

    24,90
    In 1958, vijf jaar na de dood van schrijver Emmanuel de Bom, krijgt de conservator van het Archief en Museum voor het Vlaams Cultuurleven (AMVC) een brievenmapje in handen en besluit ‘voor lang moeten deze bescheiden en correspondentie dicht.’ In 2015 vindt Jan Lampo deze map ...
    In winkelmand