Lachen met wokers en complotdenkers

De Vrouw met de gouden arm‘ van Filip Huysegems is een meer dan lezenswaardige roman, en dit om ten minste vier redenen, essentieel om een boek aan te bevelen: het is niet alleen relevant, maar ook goed geschreven, met een onverwacht en verrassend einde en met vooral een grote dosis humor. Het is een verhaal van deze tijd, met aan de ene kant overtuigde, dolgedraaide wokers en daartegenover blinde gelovers in gekke complottheorieën.

Allen zijn ze heel erg zeker van hun eigen gelijk: het zijn redeloze radicalen die steeds radicaler worden en al wie anders denkt dan zij de brandstapel willen opsturen. Beide groepen lijken op elkaar: les extrèmes se touchent. Het zijn zelfverklaarde revolutionairen met een missie. Ze willen dat alles anders wordt en belijden het TEOTWAWKI-dogma : The End Of The World As We Know It.

Bader-Meinhof

De personages van Huysegems vatten alle tendensen van de hedendaagse grote verwarring samen. Er is Hans die overal samenzweringen en verzwegen geheimen ziet, van vliegtuigen die ons vergiftigen via chemtrails tot mysterieuze ontvoerders van katten in witte auto’s. Tamara ziet overal de tentakels van een geperverteerde staat en gelooft dat het Moment M van de grote reiniging eraan komt, met een bestorming van het parlement als hoogtepunt. De populistische politicus Leo Danckers is de Vlaamse versie van Donald Trump. Zijn minnares Michèle is een bloedmooi halfbloed model die na een omstreden reclamecampagne in een politiek-correcte storm belandt.

De radicaal linkse Storm, van Afrikaanse origine, gelooft in een Drastische Omslag en spreekt enkel in woke-slogans. Zij ziet zichzelf als ‘een tandwiel in het radarwerk van het onvermijdelijke’ en gelooft dat in een ‘immorele maatschappij de democratie irrelevant wordt. De leiders van Het Front, de sectaire beweging waartoe Storm behoort, zijn duidelijk geïnspireerd door Andreas Bader en Ulrike Meinhof, de Duitse linkse terroristen uit de zeventiger jaren, en ze spreken met hun historische woorden. En dan is er nog Anton, voor wie het allemaal te veel is geworden en die zichzelf als een kluizenaar opsluit in een atoomschuilkelder die zijn vader ooit bouwde.

Het Grote Gelijk

Met die pleiade aan pittoreske spelers schetst Huysegems hoe de onstuitbare radicalisering leidt tot een verscheurende strijd voor het Grote Gelijk. Halverwege het boek meent de lezer wel te weten hoe het verhaal zal eindigen, maar het is net met die afloop dat Huysegems verrast. Zo wordt het boek niet eenduidig en voorspelbaar. Met humor en relativering, twee eigenschappen die vreemd zijn aan radicalen en veel aandacht voor details is ‘De Vrouw met de gouden arm’ meer dan een statement of een pamflet.

Huysegems toont zijn talent ook in een paar sterke beschrijvingen, zoals van een bijeenkomst van Hell’s Angels in een kruistocht tegen pedofielen of de finale scène op een industrieterrein waar blijkt hoe meesterlijk en met hoeveel literair plezier hij ons op het verkeerde been heeft gezet.

Dat hij kan schrijven, bewijst Huysegems niet alleen door de compacte, snelle en elliptische opbouw van zijn verhaal. Soms trakteert hij ons ook op even mooie als verrassende geconstrueerde zinnen, zoals deze waarin de twee hoofdfiguren elkaar kruisen zonder dat te weten :

‘Toen hij het viaduct bereikte, dook een korte, uit vier zilveren wagons bestaande trein op, die van oost naar west zoefde. Vermits Leo Danckers’ rit van zuid naar noord ging, kruisten zijn traject en dat van de trein elkaar in een rechte hoek, en voor de duur van een honderdste seconde bevond zich op deze wijze het lichaam van de man exact onder dat van de vrouw in het binnenste van de trein’

Realiteit is sterker dan fictie

Filip Huysegems heeft eigenlijk niets verzonnen. Tenzij dan zijn verhaal zelf, maar heel veel van wat de personages vertellen is gebaseerd op echte citaten die hij gewoon uit de pers haalde. Het boek is geïllustreerd met een keur aan krantenknipsels waarin de lezers zinnen herkent die de hoofdrolspelers in een voorgaand hoofdstuk hebben uitgesproken. Huysegems maakt dankbaar gebruik van het aloud besef dat de realiteit vaak sterker is dan fictie.

Uitspraken die overdreven lijken in de mond van Storm of Hans blijken reële citaten te zijn. Soms vergroot hij die uit, zoals bij het bedrijf ‘New Semantics’ voor een politiek-correcte taalzuivering, dat ook nadenkt over het ‘genderen’ van woorden en een manier om dit met het geluid van een ’tongklak’ ook auditief te laten horen. De karikaturale burgemeester die uit vrees voor woke-kritiek er alles aan doet om transgenders niet te kwetsen door hen met het juiste ‘prenoun’ aan te spreken, de terreur van het verbod op elke vorm van vermeende ‘culturele toe-eigening’, sectaire testen over racisme en de ‘veertien intersectionele assen van discriminatie’ : Huysegems haalde alles uit artikels of interviews.

Zoals gezegd heeft ‘De Vrouw met de Gouden Arm’ een onverwacht einde, waarover ik niets verklap. Tenzij dan de mooie eindzin van Anton, die alleen voor zijn bunker, zonder het te weten Voltaire citeert en in een variante op de levensfilosofie van Candide zegt : ‘We moeten allemaal ons eigen tuintje wieden’. Het boek is veel meer dan een ‘woke satire’ zoals de ondertitel beweert. Het zet aan tot een reflexie over de radicale fanaticus die in elk van ons schuilt.

De vrouw met de gouden arm is een Doorbraakuitgave en tijdelijk verkrijgbaar tegen een voordeelprijs:
exclusief in onze webwinkel.

Bestel hier uw exemplaar!

 

Luckas Vander Taelen