Kaapt Maryse Condé de échte Nobelprijs Literatuur 2020 weg?

Twee jaar geleden won Maryse Condé, de  83-jarige Franse schrijfster uit Guadaloupe, al eens de alternatieve Nobelprijs. In 2018 rolden de juryleden vechtend over elkaar en werd het circus voor één jaar opgeschort. Een partner van één van de juryleden had zich schuldig gemaakt aan verkrachting én uit de biecht klappen. Gevolg: de ongeveer 940.000 euro prijzengeld uit de nalatenschap van dynamiteur Alfred Nobel werd voor één jaartje verder belegd. Maryse Condé ontving symbolisch een in allerijl uit de grond gestampte ersatz-Nobelprijs die door een Zweedse gelegenheidsjury in het leven werd geroepen. Verleden jaar kregen de Poolse Olga Tokarczuk en de Duitse controversiële auteur Peter Handke dan de officiële literaire Nobel-lauweren voor respectievelijk 2018 en 2019.

Wie bij literaire prijzen op de winnaar – of zoals deze keer hoogst waarschijnlijk winnares – gokt, moet natuurlijk altijd kijken naar de samenstelling van de jury. Na de storm van 2018 besloot de Zweedse Academie, traditioneel een clubje van ouwere heren van boven de zeventig, zich bij het finale verdict voortaan te laten assisteren door jongere, externe critici. Vanzelfsprekend speelt de actualiteit eveneens een rol, en doen jurys graag aan onvoorspelbare soms modieuze statements, zoals in 2016  toen singer-songwriter Bob Dylan out of the blue op het schild werd gehesen.

Gezocht: zwarte schrijfster

Heel wat factoren dus maar opgeteld komen we dan uit bij een niet-blanke, niet-Europese zwarte schrijfster, gezien de Me Too-tijden en de Black Lives Matter-beweging. Nog beter zou een zwarte, niet-Europese kopie zijn van transgender Petra De Sutter die bleekgezicht Kristof Calvo zoals bekend bij ons het nakijken gaf. Maar dergelijk profiel is literair niet direct op te snorren. Komt erbij dat de Angelsaksische beroepsgokkers bij Ladbrokes bijvoorbeeld er blijkbaar ook zo over denken want Condé prijkt er met 1 tegen 4 op de eerste plaats als mogelijke winnaar straks.

De andere vier gegadigden uit Labrokes top 5 zijn Ljoedmilla Oelitskaja, Haruki Murakami, Margaret Atwood en Ngugi Wa Thiongo. Met uitzondering van Oelitskaja gaan ze al een hele tijd mee als topfavorieten maar vangen in de regel bot. Of zou de Canadese Atwood, wiens werk dankzij de tv-bewerking van haar roman Het verhaal van de dienstmaagd een revival kende, toch nog uit de bus komen als derde hond? De uitverkiezing van de Russische Oelitskaja na die van haar landgenote Svetlana Aleksijevitsj vijf jaar geleden lijkt weinig waarschijnlijk. Dan maakt de zwarte Keniaanse schrijver Ngugi Wa Thiongo meer kans.

Amper Nobel-schrijfsters

Persoonlijk duim ik al jaren voor de Japanner Murakami die ook in het Nederlandse taalgebied een ruime schare aanhangers heeft en die met zijn magisch-realistisch  maar geenszins vrijblijvend sfeerproza de spirituele leegheid én honger van ons tijdsgewricht pakkend in beeld brengt. Maar Japanners waren al vaak aan het feest met Kazuo Ishiguro in 2017, Kenzaburo Oë in 1994 en Yasanuri Kawabata in 1968. Je mag er gif op nemen dat het deze keer een vrouw moet zijn. Niet onterecht trouwens als je op de lijst van alle literaire Nobelprijswinnaars sinds 1901 amper 15 schrijvende vrouwen aantreft die de eer en de pecunia mee naar huis kregen.

In dat geval kunnen onze Nederlandstalige auteurs dus inpakken. Cees Nooteboom is al jaren de laureaat die door de Nederlandse en Vlaamse literaire académiciens naar voor wordt geschoven. Elk jaar vraagt de Zweedse Academie het lijstje op van de nationale kandidaten. Vroeger figureerden Hugo Claus en Louis Paul Boon aan Vlaamse en Harry Mulisch met Cees Nooteboom aan Nederlandse kant steevast op de longlist. Enkele jaren terug kreeg ook Leonard Nolens een paar keer een laureatenkans en ooit waren Stijn Streuvels en Simon Vestdijk potentiële kanshebbers in de ogen van onze Academies.

Bijna Boontje

Echt de palm grijpen deden Nederlandstalige auteurs dus nooit. De Franstalige Gentenaar Maurice Maeterlinck kreeg in 2011 weliswaar de Nobelprijs Literatuur voor zijn Franstalig literair oeuvre. Maeterlinck die ook met zijn insectenboeken hoge ogen gooide, was het exponent van de toen bloeiende Franstalige Belgische literatuur met Emile Verhaeren als internationale fakkeldrager van de Belgisch-Franstalige scène.

In 1979 zou Louis Paul Boon er dicht bij zijn geweest en werd hij in mei van dat jaar uitgenodigd om naar Stockholm te komen voor een verkennend gesprek, voorafgaand aan de ultieme jurering. Maar Boontje geraakte niet meer in Zweden omdat hij kwam te overlijden en sindsdien werd Hugo Claus steevast als kandidaat genoemd tot ook hij in 2008 stierf. Sindsdien is het al Cees Nooteboom wat de klok slaat – zijn werk ligt bijzonder goed in Duitsland – en Nooteboom publiceert nog mondjesmaat kwaliteitswerk en is bijzonder veelzijdig als essayist, prozaschrijver en dichter.

‘Segou nog steeds actueel

Nooteboom beantwoordt echter spijtig genoeg niet aan het winnaarsprofiel van vandaag. Vandaar dus de voor de hand liggende keuze voor Condé. In de jaren 90 van de vorige eeuw scoorde ze bijzonder goed met haar magistrale tweedelige Mali-saga Segou. In een historisch epos dat zich afspeelt in Mali beschrijft ze hoe de lokale stammen geplet worden tussen enerzijds de oprukkende islam en anderzijds de geldzucht van westerse slaven- en grondstoffenhandelaars. Een conflict dat in zekere zin nog altijd speelt in Mali nu het radicale islamisme in Afrika er de westers-Franse invloed probeert te counteren. Ook veel ander werk trouwens werd van Condé in het Nederlands gebracht maar Segou is echt wel haar meesterwerk voor wie houdt van een panoramisch historisch verhaal mét body én een nog steeds actuele inslag.

Goeie ouwe Cees?

Enig minpuntje is natuurlijk de alternatieve Nobelprijs die haar in 2018 werd toegekend. Jurys zijn graag origineel en spraakmakend in hun keuze. De alternatieve gelegenheidsjury maaide met haar keuze voor Condé dus het gras weg voor de voeten van deze officiële jury.

Dan toch maar Margaret Atwood? Of wie weet: goeie ouwe Cees?

Frank Hellemans