Ivan Van de Cloot, de econoom naar wie we vaker zouden moeten luisteren

De wereld zit met een probleem. Het coronavirus heeft de potentie om een deel van de industriële aanvoerketen van de wereld ernstig te verstoren. Een belangrijk deel van het probleem is de Chinese overheid die flatert. Slecht beheer van een dergelijke crisis kan misschien nog begrijpelijk zijn, maar het probleem zit dieper. Alle kwalijke kanten van het regime spelen een rol.

Kristallen coronabol

Met deze woorden leidde Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van de denktank Itinera, een artikel in op Doorbraak op 6 februari. Van de Cloot was daarmee een van de eersten die waarschuwde voor de impact van wat toen nog gezien werd als ‘een Chinees virus. Europeanen moesten dan nog op skivakantie vertrekken. Van daaruit zouden ze het toen nog raadselachtige virus verspreiden over het Oude Continent.

Het stuk werd niet echt opgepikt. Te alarmistisch, werd toen allicht geredeneerd. Een econoom die met het vingertje zwaait. Nochtans legde hij de vinger op de wonde: de Chinese overheid deed er toen nog alles aan om het virus onder de radar te houden. ‘De Chinese overheid heeft haar kans laten schieten om ervoor te zorgen dat de ziekte geen epidemie zou worden, citeerde Van de Cloot uit The New York Times.

Toen al zag Van de Cloot in dat de projecties die economen maakten, onvoldoende waren. ‘Nogal wat economen proberen de economische repercussies van de coronacrisis te evalueren met als voorbeeld de SARS-crisis van bijna twintig jaar geleden. Er zijn echter redenen om te denken dat dit ontoereikend is. De besmettingsgraad van het huidige coronavirus blijkt fors hoger. Onze gezondheidszorg, en dan vooral de intensieve zorgafdelingen van de ziekenhuizen in ons land, zouden de meetkundige reeks zieken niet aankunnen. Onze econonomische groei zou weleens kunnen halveren… De alerte langetermijneconoom waarschuwde — op 6 februari 2020 dus — voor een disruptie. Vlaanderen, België en Europa haalden de schouders op.

Niet klaar voor corona

Sindsdien is Van de Cloot op dezelfde nagel blijven hameren: we waren — en zijn nog steeds — niet klaar voor een pandemie. En met ‘we bedoelt hij vooral de overheid. Het is makkelijk om hem nadien gelijk te geven, maar we kunnen er ook niet aan voorbij. In een podcastinterview op Doorbraak herinnerde hij eraan dat in ‘normale tijden de overheid er moet op toezien dat er voldoende reserves en strategische voorraden zijn. In tijden van crisis moet een overheid duidelijker én eenduidig communiceren. Ze moet ook een tweede stressmoment in zon crisis voor zijn, door lessen te trekken uit het eerste crisismoment.

De overheid moet nu investeren. Al is daar geld voor nodig, een klassiek euvel in een land als België met een aanzienlijke staatsschuld (net geen 120% van het bbp). Met zulke investeringen zou de maakindustrie in het land omgebogen kunnen worden naar de productie van essentiële goederen om de ondertussen uitgebroken pandemie te bestrijden. In dat alles zou de overheid een essentiële rol in kunnen spelen. Ze deed het niet. De overheid reageerde te traag, te laat, of niet. De overheid faalde. Zelfs mét volmachten voor de regering-Wilmès, een die we best zo snel mogelijk vergeten.

Te veel overheid

Nochtans kent ons land een overheidsbeslag van om en bij de 56%. In het jaar 2000, toen er nog geen sprake was van een ‘failed state, lag het overheidsbeslag in België, in termen van bbp, 0,8% hoger dan in Duitsland en zelfs 3,5% hoger dan in Nederland. Voor de coronacrisis was de impact van de overheid op de economie in België in vergelijking met het bbp van Duitsland gestegen tot 7,1%, het is zelfs 8,8% hoger dan dat van Nederland.

En alsof dat niet volstaat: sinds 1998 is de productiviteitsgroei in België 0,8 procent van het bbp. In de OESO-landen is dat gemiddeld 1,4 procent. Zon verschil betekent al gauw tientallen miljarden euros die we jaarlijks mislopen. Geld dat we nochtans broodnodig hebben om te investeren en een heuse relance mogelijk te maken, of de gratis cheques die nu — koste wat het kost, lijkt wel — verspreid worden kunnen dekken.

Hallucinante cijfers, die Ivan Van de Cloot in zijn net verschenen boek Overheid + markt analyseert. Zoals hij in het verleden al scherp grote banken veroordeelde, veroordeelt hij nu Big Government. Niet omdat de overheid te groot is. Maar omdat ze — ondanks haar grootte en defederalisering — ondermaats presteert. Performantie is ver te zoeken, dat was al vóór corona het geval. Maar nu, met een stijging van het overheidsbeslag tot wel 60 procent door de coronacrisis, dringt zich meer dan ooit de vraag op naar de kerntaken van de overheden van ons land — van alle overheden, van alle deelstaten. Want, als ons land een bedrijf zou zijn, was het al lang failliet. Tijd dus om heel wat huidige overheidstaken uit te besteden aan de privésector. En vooral te focussen op duurzaam bestuur. Want nu presteert ons land onder niveau, gezien de belastingsinkomsten die het opstrijkt.

Prudentiële econoom

Van de Cloot zal door ‘links al snel het etiket ‘neoliberaal opgekleefd krijgen, met zon discours. Zelf noemt hij zich liever een ‘prudentieel econoom — hij wordt zelfs ‘lastig als men hem neoliberaal noemt. Hij pleit immers niet voor een ‘minimal state of nachtwakersstaat. Van de Cloot legt immers verantwoordelijkheden bij zowel de overheid, als ondernemingen, burgers en — verrassend voor een ‘neoliberaal — het middenveld en het onderwijs.

Het aspect verantwoordelijkheid is iets waar zijn voormalige Itinera-directeur prof. Marc Devos ook vaak op hamert. Hij wijst in zijn optredens op de gedeelde verantwoordelijkheid van de hele gemeenschap. Al hamert hij op de voorbeeldfunctie van de top van de samenleving. Als een samenleving verrot, dan begint dat aan de kop, zoals bij een vis. Gelatenheid, vertrouwen op de ander (zoals de overheid), de kop niet boven het maaiveld steken, een ontbrekend leiderschap… het helpt niet om ondernemingszin te versterken, laat staan de overheid terug te dringen tot haar essentiële taken.

Ook Van de Cloot hamert op die gedeelde verantwoordelijkheid. Zoals hij ook steevast hamert op het falen van die overheid waar ze net wél moet optreden, namelijk in haar kerntaken, zoals veiligheid, openbare orde en… gezondheidszorg. Net daar waar iedere burger, iedere belastingbetaler, verwacht dat ze wel snel, kordaat en performant optreedt, krijgt ze een ondermaatse dienstverlening. En de coronacrisis maakt alleen maar duidelijk hoezeer de overheid faalt.

Doorbraak Persoon van het jaar

Van de Cloot was zowat de eerste in dit land waarschuwde voor het coronavirus en zijn impact op onze economie en sameleving. Hij wees zowat als eerste de overheid op de uitdagingen en hoe ze die kan monitoren. Vanuit het inzicht dat onze overheid faalt, ondanks het gigantische overheidsbeslag op onze samenleving en economie — blijft hij de vinger op de etterende wonde blijft leggen. Al in april ontwikkelde hij — samen met andere experten — een post-coronascenario om ons land er weer bovenop te helpen.

Omdat hij hierover geen blad voor de mond neemt en vrij en vrank zijn inzichten en voorstellen deelt in columns, opiniestukken, tv-optredens en boeken, nomineert Doorbraak econoom Ivan Van de Cloot als persoon van het jaar 2020.

Vanaf morgen kan u stemmen wie uit onze shortlist volgens u de eer te beurt dient te vallen om verkozen te worden als Doorbraak Persoon van het Jaar. Herlees zeker nog eens de nominaties: Samuel Paty, Ahmadreza Djalali, Conner Rousseau, en Erika Vlieghe.

Karl Drabbe