Islamophobie, mon oeil!

De naam Djemila Benhabib doet wellicht weinig belletjes rinkelen in Vlaanderen. Toch verdient ze meer aandacht, want zij is in Brussel de nummer één van de seculiere stroming binnen de islam. In haar nieuwe boek Islamophobie, mon oeil! legt ze uit wat dat betekent, en welke strijd ze al heeft gevoerd in het buitenland en nu in België.

Groeiend islamfundamentalisme

Djemila Benhabib werd in 1972 geboren in Oekraïne als dochter van een Algerijnse vader en een Grieks-Cypriotische moeder. Op driejarige leeftijd, in 1975, trekt de familie naar Algerije. In 1994, in volle burgeroorlog, verlaten ze na doodsbedreigingen echter het land. Dat was in de tijd toen het FIS (Front Islamique du Salut) de dominante politieke kracht was, en de GIA (Groupe Islamique Armé) en het Algerijnse leger een vuile oorlog uitvochten. Na een kort verblijf in Frankrijk, en een langer in Canada, meer bepaald Québec, woont Djemila Benhabib ondertussen, sedert 2019, in België. In België staat ze aan het hoofd van het Collectif Laïcité Yallah. Dat is geen atheïstische beweging, maar een organisatie die islam en seculiere samenleving verzoent.

Politieke correctheid contra hervorming

Benhabib schetst in haar boek haar strijd als vrijzinnige moslima tegen het islamitische extremisme. Daarbij maakt ze interessante vergelijkingen tussen Algerije, Canada en België. In Algerije krijgt ze te maken met de groei van de radicale islam in een land dat bijna uitsluitend bestaat uit moslims, en waar de seculiere krachten gering in aantal zijn. In Québec zit ze niet in een islamitische context, maar in een sfeer waar bepaalde krachten de hoofddoek promoten. Vanuit een zeker politiek correct denken, en vanuit de slachtoffercultus bij bepaalde groepen mensen, maken zij daar elke kritiek op de islam onmogelijk en bestempelen ze die automatisch als islamofobie.

Dit alles heeft als gevolg dat een hervorming van de islam er onmogelijk is. Want als kritiek op een ideologie of godsdienst taboe is, kan men ook moeilijk verwachten dat de inhoud van die ideologie gaat veranderen. Het Tweede Vaticaans Concilie, dat in de jaren ’60 een hervorming van de katholieke Kerk inhield, is er toch ook niet vanzelf gekomen? In Canada moet ze vaststellen dat zowel moslims als niet-moslims haar strijd voor een geseculariseerde islam niet appreciëren. Tegelijk wordt Canadezen die kritiek geven op de katholieke Kerk of het Vaticaan geen strobreed in de weg gelegd.

Angelsaksisch communautarisme

De hoofddoek en de hidjab? La plupart d’entre nous ne le portaient pas. Ce n’est qu’à la fin des années 1980 avec les poussées des mouvements islamistes que le hidjab a commencé à se populariser’, luidt het over Algerije. [‘De meesten onder ons droegen die niet. Het is maar op het einde van de jaren ’80, met de groei van de islamistische bewegingen, dat de hidjab populair werd.’] Dit wijst er dus op dat een islamitische samenleving zonder hoofddoek wel degelijk kan.

Is Canada beter?
Ce que j’ai vu au Canada ces dernières années en termes de recul des libertés dépasse l’entendement. Le sectarisme s’est développé essentiellement dans les milieux identitaires de gauche qui ont réinventé le concept de ‘race’ pour en faire le nouveau moteur de l’Histoire, fracturer la société en opposant les ‘Blancs’ aux ‘racisés’ pour justifier l’organisation d’une chasse aux sorcières.’ [‘Wat ik de laatste jaren gezien heb in Canada, in termen van teruggang van vrijheden, tart de verbeelding. Het sektarisme heeft zich vooral ontwikkeld in identitaire linkse middens die het concept ras hebben heruitgevonden als motor van de geschiedenis. Daarbij creëren zij een kloof in de samenleving tussen enerzijds de blanken en anderzijds de kleurlingen (‘mensen van ras’, red.), teneinde een heksenjacht te rechtvaardigen.’]

Op 12 februari 2017 kreeg Benhabib een verbod van het Maison de la Littérature in Québec om nog het woord te voeren. Volgens de auteur is deze toestand in Québec, en in Frankrijk en nog andere landen, het gevolg van Angelsaksische vormen van communautarisme. Volgens deze theorie zou het behoren tot bepaalde groepen binnen de samenleving typerend zijn voor zogenaamde Angelsaksische samenlevingen, terwijl in landen zoals Frankrijk het individu centraal zou staan.

Situatie in België (vooral Brussel)

Wat de Doorbraak-lezer vooral zal interesseren zijn de passages in het boek over België, en vooral Brussel. De auteur klaagt de druk aan van moslimbroeders in scholen en moskeeën. En terwijl in Vlaanderen de PS soms al eens bekend staat als een ‘islamogauchistische’ partij, legt Djemila haarfijn uit dat de radicale moslims vooral bij Ecolo zijn geïnfiltreerd, en tevens waarom. Daarbij noemt zij de betrokken politici bij naam en toenaam.

Benhabib mag dan al in Brussel een strijd voeren tegen reactionaire vormen van de islam, veel van haar geloofsgenoten nemen het haar niet in dank af. Zij verwijten haar islamofoob te zijn. La surexploitation de la thématique de l’islamophobie va avoir des conséquences désastreuses sur la condition des laïques musulmans qui sont mis de plus en plus en difficulté.’ [‘De overmatige aandacht voor de islamofobie gaat zware gevolgen hebben voor de situatie van de seculiere moslims, die steeds meer in moeilijkheden komen.’]

Djemila Benhabib heeft een aantal anonieme getuigenissen verzameld uit het Brusselse onderwijs, en die zijn niet mals. Zo zijn er scholen in de vijfhoek waar islamitische leerkrachten hun autochtone collega’s openlijk verwijten ‘koefar’ (ongelovigen) te zijn. Zij weigeren in dezelfde bureaus te zitten met hen. Er zijn leerlingen die tijdens de ramadan liever niet vasten, maar niks durven te eten of te drinken uit schrik voor de druk van sommige medeleerlingen en islamitische leerkrachten. En er zijn meisjes van Marokkaanse origine die liever geen hoofddoek zouden dragen, maar de hoofddoek niet durven te verwijderen uit schrik voor slet te worden uitgemaakt.

Individuele rechten geslachtofferd

Dat betekent, stelt Djemila Benhabib, dat hun mensenrechten — die individuele rechten zijn — worden geschonden ten voordele van een communautaristische mentaliteit. Ze vindt het ongelooflijk dat UNIA zich geen bal in hen interesseert. Er zijn zwarte leerlingen die door moslimleerlingen uitgemaakt worden voor ‘abd‘ (Arabisch voor slaaf) en ‘azi‘ (Marokkaans Arabisch voor neger), vervolgt de auteur. Ook zij kunnen nergens terecht met hun klachten.

La défense de l’antiracisme ne peut trouver sa justification que dans le recherche du bien commun. Et ce bien commun se réalise dans le dialogue en non dans la confrontation permanente, l’opposition stérile et la chasse aux sorcières.’ [‘Het verdedigen van de antiracistische strijd kan enkel gerechtvaardigd worden in de zoektocht naar het algemeen belang. En dat algemeen belang wordt gerealiseerd door dialoog en niet door permanente confrontatie, steriele oppositie en een heksenjacht.’]

En: ‘Le lien est revisité en fonction de tout ce qui distingue et sépare les individus : le genre, la race, et la religion et met de côté ce qui les rassemble et en premier lieu leur appartenance à une même humanité. Engluée dans cette quête identitaire, la grande victime de ce virage est l’idée même de citoyenneté. Cette vision-là de l’antiracisme combat la raison et se dresse contre l’autonomie de l’individu.’ [‘Wat ons bindt wordt herzien in functie van wat ons scheidt, en van wat individuen onderscheidt: geslacht, ras, godsdienst, en het zet opzij wat ons samenbrengt en, in de eerste plaats, het feit dat we tot dezelfde mensheid behoren. Vastgezeten in deze identitaire zoektocht wordt zo het idee van individueel burgerschap het grootste slachtoffer. Deze vorm van antiracisme doodt de rationaliteit en keert zich tegen de autonomie van het individu.’]

Meer ruimte aan orthodoxie

En nog een laatste citaat: ‘A Bruxelles, il est plus facile pour un salafiste de déambuler dans la ville, affichant sans gêne les symboles de son orthodoxie, que pour un laïque musulman de boire un café en plein mois de ramadan dans certains quartiers fort communautarisés.’ [‘In Brussel is het voor een salafist veel gemakkelijker om rond te lopen in de stad en te pronken met zijn orthodoxie, dan voor een seculiere moslim om een koffie te drinken in bepaalde buurten gedurende de ramadan.’]

Eerder verscheen van Djemila Benhabib het boek Ma vie à contre-Coran (2009): een titel die door veel moslims niet werd gesmaakt.

Lieven Van Mele