Een robuust systeem heeft markt én overheid nodig

Het nieuwe boek Overheid + markt van Ivan Van de Cloot was eigenlijk al klaar in februari 2020, maar toen brak plots de coronacrisis uit. Men besloot toen om de publicatie uit te stellen omdat de crisis vele nieuwe voorbeelden naar voor zou brengen die in het boek toegepast kunnen worden. Er greep gedurende de zomer dan een herwerking plaats omwille van corona.

Ivan schreef diverse boeken, maar veel draden komen hier samen. Hij streeft naar een prudentiële economie, waarbij je zorgt dat het systeem robuust is. Zo moet je in sterke jaren een begrotingsoverschot opbouwen voor de minder goede jaren. Het gaat hier dus over de markt en de overheid, waarbij we het beste van de twee werelden moeten nemen. Beide moeten zich met elkaar verbinden, en eveneens respecteren.

Diverse spelers

Naast de overheid en de markt, zijn er ook de civiele maatschappij en de burger:

  • de overheid moet zich toeleggen op haar kerntaken;
  • de markt en het ondernemerschap staan in voor de welvaartscreatie, maar ze hebben daar niet het monopolie op. Zo komt de innovatie voor een groot stuk voort uit de universiteit. De innovatie moet wel toegepast worden, zoals de samenwerking tussen de Oxford University en de farmamaatschappij AstraZeneca voor de ontwikkeling van een coronavaccin;
  • de civiele maatschappij is het middenveld. Het is de verbinding tussen de verenigingen. Ze heeft een grote veerkracht door enerzijds de spontane actie en anderzijds het vertegenwoordigen van risicogroepen. Het komt neer op het onderscheid tussen wat van boven opgelegd wordt, en datgene wat van onder gegroeid is. Dit laatste is spontaan en moeten we meer cultiveren. Maar op het ogenblik heerst te veel een corporatistisch model van vakbonden, werkgevers, mutualiteiten… die in feite een stuk van de overheid zijn geworden;
  • ten slotte is er de burger die de afgelopen maanden veel veerkracht heeft getoond. Voor hem is vrijheid erg belangrijk, maar de burger heeft ook plichten en een individuele verantwoordelijkheid. De burger wordt meer en meer een consument in de publieke markt, maar hij moet ook burgerschap opnemen. Anders kom je in een doodlopend straatje terecht. De burger doet dan bij het minste probleem een beroep op de overheid, die wel tussen wil komen maar daarvoor geld nodig heeft, of anders gezegd: belastingen.

Kerntaken van de overheid

Naast de particuliere belangen, is er ook het algemeen belang. Maar dit is niet zo tastbaar. Kerntaken zijn taken die zonder de overheid niet tot stand kunnen komen, zoals de landsverdediging en de volksgezondheid met de pandemiebestrijding. Ook het onderhoud van de dijken valt hieronder, om een free riders-mentaliteit te vermijden. De overheid kan ook niet-kerntaken uitvoeren, maar dan moet er een garantie zijn van meerwaarde. Het probleem is dat de overheid vergeet haar taak op een excellente wijze uit oefenen. We kijken naar de infrastructuur en de kwaliteit van het spoorwegnet: dit loopt verkeerd. Zoals de markt kan falen, is er ook een overheidsfalen.

De overheid draagt de eindverantwoordelijkheid, maar dit betekent niet dat ze alles moet doen. Enkele voorbeelden. De overheid moet geen brood bakken, maar staat in voor de voedselveiligheidscontrole. Voor het onderwijs zijn er de eindtermen van de overheid, maar moet ze ook echt onderwijs geven? In Antwerpen wordt een Congrescentrum gebouwd met een subsidie van 87 miljoen euro van de overheidor. Wordt dat niet beter door de privésector gedaan? Is het een kerntaak dat een gesubsidieerde persoon iemands tuin onderhoudt?

De politiek moet dus structureel nadenken waarom iets door de overheid wordt gedaan. Zo heeft Bpost nog een quasi-monopolie. Drukwerk wordt door haar verdeeld, maar waarom kan dit niet door de privésector? Op de duur hebben we een situatie waarbij de ondernemer moet concurreren tegen zijn eigen belastinggeld.

Rechtszekerheid

Rechtszekerheid is erg belangrijk voor bedrijven. We kunnen om die reden een arsenaal van argumenten aanhalen waarom er een lage economische groei is. Het probleem is dat de overheid zelf niet aan haar eigen regels uit geraakt. Er zijn regels voor openbare vergunningen, maar het gebeurt regelmatig dat de rechtbank die vergunningen vernietigt. Er gaat zo veel energie verloren, terwijl er nood is aan echte welvaartscreatie.

De overheid is gedurende al die eeuwen ook geëvolueerd:

  • in de 19de eeuw was ze een nachtwakersstaat;
  • vanaf 1945 werd ze een verzorgingsstaat, die zich bezighield met de pensioenen en de gezondheidszorg. Men spreekt nu al 20 jaar over de hervorming van de pensioenen, maar fundamenteel is er nog niet zoveel resultaat bekomen door de overheid en de sociale partners;
  • nu evolueert de overheid naar een investeringsstaat. Er zijn daarmee grote overheidsbestedingen gemoeid, maar waar gaat al het geld echt naartoe? Veel geld wordt gespendeerd aan de lopende uitgaven, en als er een tekort is, wordt er geleend. Maar zo leent men dus voor populaire uitgaven, niet voor investeringen. Er moet echter een shift naar investeringen komen . Andere landen doen dit wel.

Overheidsbeslag en performantie

Doordat de overheid zich al maar meer taken toe-eigent is het overheidsbeslag sterk toegenomen. In het jaar 2000, toen er nog geen sprake was van een failed state, was dit in België in termen van het bruto binnenlands product (BBP) 0,8% hoger dan in Duitsland en 3,5% hoger dan in Nederland. Nu is dat beslag in verhouding tot het bbp 7,1% hoger dan in Duitsland, en zelfs 8,8% hoger dan in Nederland.

Ondanks dit grote overheidsbeslag, dat dit jaar omwille van corona kan stijgen tot 60% van het bbp, is er een probleem qua performantie. Een kwaliteitssprong is dus nodig: niet enkel meer geld, maar beter en duurzaam bestuur. Als het een bedrijf was, zou ons land al failliet zijn geweest.

Qua daadkracht kan men vier soorten overheid onderscheiden:

  • zij die een selectie van taken maken, en het goed doen. Zij zijn de besten. Het gaat hier bijvoorbeeld om Azië en Duitsland. Zo heeft Duitsland een veel slankere overheid, maar slaagt het er toch in om de crisis veel beter te beheren. Er is beter bestuur;
  • vervolgens zijn er staten die een lage ambitie hebben en weinig doen;
  • er zijn ook staten die veel doen en waar er een goede dynamiek heerst;
  • en tot slot zijn er die veel willen doen, maar een zwak beleid vertonen. Hieronder ressorteert België.

Rekenschap

Het gaat om verantwoording en verantwoordelijkheid. Alle spelers moeten daarbij hun rol spelen:

  • bij de overheid is er het Rekenhof, en men moet meer rekening houden met haar rapport;
  • in de civiele maatschappij heeft men de denktanks;
  • voorts zijn er nog de media, het parlement…

 

Van de eerste lockdown kon men nog zeggen dat hij ons overviel, maar bij de tweede lockdown had men moeten leren uit de fouten. Dat is onvoldoende gebeurd. Er was geen strategie. In de UK was men in juni al bezig met de voorbereiding van de distributie van het vaccin onder de bevolking. In België gebeurt dat nu pas. Er was in 2009 een pandemieplan, maar alle mondmaskers waren ondertussen vernietigd. Contact tracing functioneert niet goed. Andere landen doen het beter en zijn er in de crisis met minder kleerscheuren doorgekomen dan België. De overheid moet minder rollen aannemen die niet van haar zijn, zoals Proximus. De markt heeft niet gefaald tijdens de coronacrisis: de voedseldistributie bijvoorbeeld functioneerde erg goed.

Er is dus een nieuw toekomstbeeld en industrieel beleid nodig, waarin bedrijven kunnen passen:

  • de overheid moet een andere rol spelen nodig voor innovatie, om de economie te vernieuwen en te doen bewegen;
  • er is een goede interactie nodig tussen de overheid en de markt, zoals bij de ontwikkeling van het vaccin gebeurde.

 

De overheid kan zoals de ondernemer fouten maken, maar de overheid moet niet in de plaats van de ondernemer of universiteit komen. Ze kan wel zeggen dat de elektrische wagen goed is en die markt reguleren, maar ze moet het niet zelf doen. Idem voor energie en het milieu: de markt kan immers falen. Het systeem kan ontsporen, en de overheid moet het dan corrigeren.

Internationaal

België zegt dat het geen greep heeft op wat zich internationaal afspeelt, bijvoorbeeld op de platformeconomie. Alleen de Europese Commissaris, mevrouw Vestager, kan iets doen tegenover Big Tech. Normaal werkt de markt, maar er ontstaat een probleem als er geen concurrentie is. De overheid heeft dan een corrigerende rol.

De Belgische overheid kan ook eigen regels uitvaardigen met betrekking tot het taxibedrijf Uber, de privacy… Ook wat betreft de macht van Amazon en Facebook kan een maatschappelijk debat een rol spelen. Maar al te veel schieten de zaken pas in beweging als het openlijk gecontesteerd wordt. Zo is er ook de discussie van het data-eigenaarschap bij de Big Tech. De rol van de overheid is dus hier de macht corrigeren wanneer deze faalt.

Paul Becue