Degelijk boek dat indoctrinatie uitwasemt

Om de zoveel tijd komt een vernieuwde versie uit van het boek over ‘Europa’ door VRT-journalist Rob Heirbaut en UGent-professor Hendrik Vos. Eigenlijk gaat het boek over de Europese Unie en het gebruik van de term Europa zegt meestal genoeg. Pro-EU-adepten gebruiken liefst Europa in plaats van EU. Op die manier proberen ze het artificiële van de constructie te verdoezelen. Europa in woelig water. Van eurocrisis tot coronacrisis is een verdienstelijk boekje dat vlot leest en veel anekdotes bevat. Het geeft ook een vrij goede introductie in de werking van de instellingen van de EU.

Een onafwendbare evolutie?

Toch is er een enorme ‘maar’. Op bijna elke pagina ademt het boek een bepaalde federalistische pro-EU indoctrinatie uit. Ik druk me hier bewust zeer sterk uit. Ik ben er immers van overtuigd dat de auteurs het zelf niet meer beseffen. Dat is erg. De ene auteur is namelijk de journalist van de openbare omroep VRT die ‘Europa’ volgt. De andere is een professor aan de universiteit Gent die les geeft over de materie. Terwijl ze de pro’s en contra’s van de Europese integratie netjes vertellen en vele uitschuivers, mislukkingen en systeemfouten netjes vertellen, sluipen her en der steeds weer rare appreciaties in de teksten.

Bovendien stellen ze de EU voor als een vanzelfsprekendheid. Of zelfs als een onafwendbare natuurlijke evolutie. Steeds verdere ontwikkeling naar een federale unie en superstaat komt naar voor als een normale en wenselijke evolutie. Die confirmation bias, zoals dat in de psychologie heet, spat van de pagina’s af. Het is voor de neutrale lezer op de duur hoogst irritant. Maar wel compleet in lijn met de talrijke dweperige interventies van Hendrik Vos in uitzendingen van de Afspraak.

Duidelijke ideologische voorkeur

Daarom is het boek nog geen slecht boek. Al zou een disclaimer misschien op zijn plaats zijn. Naast die betweterige pro-EU-insteek is de toon soms wel heel schoolmeesterachtig. Bijvoorbeeld: ‘Wat we nu transmigranten noemen: mensen die hier geen asiel willen aanvragen, maar hopen …’. Op een bepaald moment haalde ik mijn potloodje zelfs niet meer boven om dergelijke passages te markeren.

Vooral het gebruik van adjectieven verraadt de ideologische voorkeur van de auteurs. De woordkeuze is heel sturend. Illegale migranten in Calais zitten ‘opeengepakt’ en ‘in vreselijke omstandigheden’, ondergaan een ‘gruwelijk lot’. Oost-Europese landen voeren oorlog ‘in het zog van de Amerikanen’. Tegenstanders van de Hongaarse premier Viktor Orbán kregen ‘het zwaar te verduren’.

Over het klimaatbeleid van de EU gaan de auteurs helemaal los en debiteren de meeste extreme groenlinkse propaganda. ‘Vruchtbare landbouwgrond zal verloren gaan en sommige plaatsen zullen onbewoonbaar worden of zelfs gewoon in zee verdwijnen. Dat zal dan weer migratiestromen met zich meebrengen. Kortom, de klimaatverandering kan op termijn spectaculaire gevolgen hebben.’ De groene fietsactivist in de professor krijgt soms de bovenhand.

Terwijl de dysfuncties van bijvoorbeeld het Stabiliteitspact en de eurocrisis met de nodige objectiviteit aan bod kwam, sluipt het subjectieve in de teksten als tegenslagen in het project van de Europese integratie ter sprake komen. De Britten waren ‘lastige klanten’. Al geven de auteurs elders toe dat het Verenigd Koninkrijk een loyale uitvoerder was van Europese regelgeving. Dit vaak in tegenstelling tot vele andere lidstaten.

Crisissen maken de EU sterker?

De conclusie is steevast dat de crisissen de EU sterker maken. Eigenlijk lijkt het boek nog het meest op de officiële lijn van de communicatiedienst van de Europese Commissie of het Europees Parlement. Die twee hoofdinstellingen komen trouwens ook keer op keer heel positief uit het narratief. De Europese Raad, die nochtans als enige de taak en de bevoegdheid heeft de lijnen van het beleid uit te zetten en die de lidstaten vertegenwoordigt, komt veel minder positief uit de verf.

De politiek die het primaat heeft over de bureaucratie, zien de auteurs meestal als een rem of een verstoorder van grootse plannen. Dat dit toch getuigt van weinig feeling voor democratische besluitvorming in een EU die toch al kampt met een democratisch deficit, zal wel niet doordringen. De auteurs zijn duidelijk niet gelukkig met het feit dat de lidstaten graag de touwtjes in handen houden en hun soevereiniteit prefereren boven te veel macht in handen van de Europese Commissie. De voorkeur gaat duidelijk naar een almachtige EU.

Niettemin geeft dit boekje een degelijk overzicht van hoe de EU ingrijpt op het leven van eenieder. Het schetst de werking, de onvolkomenheden en de vraagstukken. Dat de lezer daarbij een soort teleologisch doel op de koop toe moet nemen is jammer. Zelfs een pro-Europees en multilateralistisch lezer als ondergetekende kan zich mateloos storen aan het steeds opborrelende propagandistische kantje dat de wensen van de huidige federalisten (vooral socialisten, groenlinksen en linksliberalen in het Europees Parlement en hun commissarissen in de Europese Commissie) als uiteindelijk doel poneert.

Lode Goukens