De wereld zit slecht in elkaar

In 1991 publiceerde de Italiaanse schrijver Italo Calvino een mooi essay over de vraag waarom het goed is de klassiekers te lezen. Een van de redenen die de auteur aanhaalt is dat wanneer je Homeros, Cervantes of Dickens ter hand neemt, je het geroezemoes van de actualiteit naar de achtergrond dringt.

De klassiekers lezen

Ik lees al mijn hele leven klassieke werken, maar sinds de uitbraak van de sanitaire crisis doe ik dat met nog meer overgave en plezier. Dat heeft wellicht iets te maken met de moedeloosheid die ik sinds februari ervaar bij het dagelijkse bombardement van uitzichtloze statistieken, analyses van somber kijkende virologen en media die graag angst rondstrooien.

Wat maakt een werk klassiek, volgens Calvino? Het feit dat je het herleest. Want een klassiek werk lees je nooit echt uit. Het is zo rijk, staat zo open voor verschillende interpretaties, dat je het vaak kunt herlezen en toch de indruk hebben dat je het telkens voor de eerste keer leest. Geen enkele kritische commentaar kan de betekenis van een klassiek werk uitputten. Ik heb ondertussen talloze keren Le rouge et le noirHeart of Darkness of Voyage au bout de la nuit herlezen en Montaigne is al lang een geestelijke compagnon, maar mijn leeservaring is telkens fris: ik bevind me op bekend terrein en toch ontvouwen zich nieuwe, onvermoede betekenissen. Want de vertrouwensband die je opbouwt met grote auteurs sluit de ontdekkingstocht niet uit: die kent geen einde.

Tijdens de eerste lockdown ontdekte ik het universum van Thomas Hardy (1840-1928), een auteur die al lang op mijn leeslijst stond, maar voor wie ik nooit tijd had gemaakt. Bij het lezen van Tess of the d’Urbervilles (1891) wist ik meteen dat deze Britse romancier tot mijn persoonlijk literair pantheon zou gaan behoren. Zijn laatste roman, Jude the Obscure (1895) werd nooit naar het Nederlands vertaald. Daar is nu, 125 jaar na het verschijnen van de roman, eindelijk aan verholpen, dankzij vertaler Arie Storm.

Het is allemaal kommer en kwel

De 19de-eeuwse roman vertelt graag het verhaal van ambitieuze jongelui – meestal mannen – die in hun wil om op te klimmen in de maatschappij moeten opboksen tegen vooroordelen, verboden en tegenwerkingen allerhande. Jude is een eenvoudige steenhouwer uit Wessex, in het zuidwesten van Engeland, waar de meeste romans van Thomas Hardy zich afspelen.

De jongeman valt op door zijn grote intellectuele belangstelling. Hij leert op eigen houtje Latijn en Grieks. En ook hij weet dat klassiekers levensnoodzakelijk zijn. Hij leest onder meer de Ilias, Hesiodos en Thukydides. Jude trekt naar Christminster, een universiteitsstad die sterk doet denken aan Oxford, in de hoop daar studies te kunnen beginnen. Maar tussen droom en daad… Romans van de 19de eeuw tonen graag hoe de werkelijkheid zich verzet tegen legitieme ambities. Het is geen toeval dat een van de grote romans van Balzac als titel Illusions perdues heeft.

Jude worstelt met obstakels van tweeërlei aard. Ten eerste, die van de Victoriaanse maatschappij waar ieder een plaats heeft die hem of haar wordt voorgeschreven door zijn sociale afkomst. Judes levensloop is doordrongen van ironie: als steenhouwer zal hij de universiteitsgebouwen enkel zien langs de buitenkant, tijdens restauraties. Maar nooit zal hij toegang krijgen tot de aula’s.

Ten tweede worstelt hij met het klassieke conflict tussen lichaam en geest. Want hij wordt de speelbal van de twee vrouwen die een rol spelen in zijn leven, de manipulerende Arabella en de wispelturige Sue – voer voor feministische duidingen. Dit alles leidt tot een donkere conclusie: ‘All is trouble, adversity and suffering’ (Alles is kommer, tegenspoed en pijn).

De les van deze roman – en van alle romans van Thomas Hardy – is genadeloos: de wereld zit slecht in elkaar. En hoe ondernemend het personage ook is, de werkelijkheid is altijd sterker dan het ambitieuze of rebellerende individu: ‘There is something external to us which says: “You shan’t!” ‘ (Er is buiten ons dat zegt: jij niet!)

Klein vadertje Tijd

De romans van Thomas Hardy zijn geen opbeurende literatuur. Maar daarin stond hij niet alleen in de laatste decennia van de 19de eeuw, die doordrongen waren van Schopenhauers pessimistische filosofie. Ook de romans van zijn jongere tijdgenoot Joseph Conrad beschrijven een sombere wereld waar de werkelijkheid niet meer is dan het moeras waar hoop, verlangen en wilskracht in vastlopen.

In Frankrijk zijn de jaren 1880-1890 evenmin hoopvol: Flaubert, Maupassant, Zola en andere fin-de-siècle schrijvers beklemtonen de uitzichtloosheid van het bestaan. In De onbeduidende Jude ontmoet je overigens wat mij betreft een van de donkerste personages uit de wereldliteratuur, een jongen met de bizarre bijnaam ‘Little Father Time’ of Klein vadertje Tijd. Die naam krijgt hij omdat hij er uitziet als een oude man – ‘He was Age masquerading as Juvenility’ (Hij was Ouderdom die zich vermomt als Jeugd). Als belichaming van het donkerste pessimisme onderstreept hij graag dat er geen plaats is voor hem op de wereld en dat hij niet had mogen geboren worden.

Tegen het huwelijk

Jude the Obscurewas een commercieel succes, maar zijn scherpe kritiek op de victoriaanse moraal werd Thomas Hardy niet in dank afgenomen. De roman haalt godsdienst over de hekel en valt de instelling van het huwelijk aan. De romancier, die zelf een woelig sentimenteel leven kende, vond het onzinnig zich voor het leven te binden aan een enkele persoon. Het huwelijk, zo stelt een personage, is ‘een doorlopende tragedie’. En wie het ter discussie stelt, wordt uitgesloten, zoals de groothartige onderwijzer Phillotson die van school wordt gegooid omdat hij begrip toont voor het feit dat zijn vrouw gaat samenwonen met de man van wie ze écht houdt.

Een dergelijke houding was moeilijk te verteren in het victoriaanse Engeland. De reacties op deze roman waren zo hevig dat Thomas Hardy besloot het genre links te laten liggen: de laatste 33 jaar van zijn leven schreef hij enkel poëzie. Maar er bestaat ook een meer prozaïsche uitleg voor die carrièrewending: hij zou genoeg verdiend hebben aan zijn romans en kon zich nu wijden aan zijn echte literaire roeping.

We moeten ons voegen?

In de wereld van Thomas Hardy, zoals in de klassieke tragedie, worden individuen verbrijzeld door krachten die hen overstijgen. Het zijn romans van het Fatum en van de onmogelijke bevrijding: ‘We must conform’, stelt Sue gelaten, we moeten ons voegen. Toch word je als lezer niet weemoedig van die beklemmende sfeer. Want de rigoureuze beschrijving van de mens met al zijn tekortkomingen en de scherpe analyse van een onrechtvaardige maatschappij zijn een aanwijzing van de macht die klassieke werken hebben om de werkelijkheid ter discussie te stellen en eventueel te hertekenen.

Luc Rasson