De verzuchtingen van de ziel

Glennon Doyle is een Amerikaanse bestsellerauteur en TedX-spreker. In coronavrije tijden reist ze haar land rond om te praten over haar ervaringen als vrouw. Meer bepaald over de genderverwachtingen die haar de nek omdeden. En die haar sinds haar tienerjaren in de donkere krochten van eetstoornissen en alcohol- en drugsverslavingen leidden. Ze heeft verschillende bestsellers geschreven over de kwetsbaarheden en de veerkracht van een mens, over het huwelijk, over mededogen en geloof. En nu vertelt ze in Ongetemd Leven hoe mensen de verwachtingen van hun omgeving naast zich neer moeten leggen en hun eigen innerlijke stem moeten volgen. ‘Want alleen die zal je naar het geluk leiden’, staat er op de cover van haar laatste boek.

Een aha-erlebnis

Adele spreekt alvast vol lof over het boek. We kennen de zangeres natuurlijk om haar krachtige stem, maar ook om haar nuchtere houding tegenover het vooropgestelde schoonheidsideaal in de showbusiness. Sinds een jaar gaat ze echter zelf ook mee in de healthy lifestyle-hype. Is haar enthousiasme voor het boek dan een verloochening van alles waar ze in geloofde? Van alles waarmee ze haar fans inspireerde? Van haar nuchtere houding naar de schoonheidsindustrie toe? Wie weet. Of misschien heeft ze na het lezen van het boek ook haar ware zelf gevonden.

Feit is immers dat Ongetemd Leven veel vrouwen een aha-erlebnis heeft bezorgd. Ook voor mij is de anekdotiek herkenbaar. Ze roept veel pijnlijke herinneringen op over hoe we als vrouwen worden opgevoed, gezien en behandeld. Zelfs nu nog, in de 21ste eeuw. En eigenlijk zijn wij vrouwen degenen die onszelf het meeste onrecht aandoen. Cellulitis moet worden weggewerkt. Gezichtsrimpels moeten worden volgespoten. Extra buikvet? Vergeet dat krokant broodje met smeuïge brie maar! Drink liever een proteïneshake en tel je calorieën.

Natuurlijke instincten

Doyle begint haar boek met een anekdote: in de zoo kijkt ze met haar gezin naar een jachtluipaard. De rusteloosheid van het gekooide dier brengt de auteur tot het besef dat je een natuurlijk instinct nooit kan onderdrukken. Reeds op haar tiende werd ze geconfronteerd met de verwachtingspatronen van haar omgeving. Met de richtlijnen om ‘een goed meisje’ te zijn. Ze werd getemd, schrijft ze. Haar natuurlijke instincten werden weggemoffeld. Ze voelde de wereld aan alsof ze gedurende onbepaald lange tijd haar adem moest inhouden onder water. Op die leeftijd ontwikkelde ze ook een eetstoornis. Daar zou ze nog jarenlang strijd tegen voeren.

Een eetstoornis en een alcohol- en drugsverslaving later wordt ze echtgenote en moeder. Ze komt echter te weten dat haar partner verschillende minnaressen heeft. En dus worden wekelijkse sessies relatietherapie in de familie-agenda ingepland. Elke crisis is een confrontatie met de eigen ziel. Zo komt Doyle er tijdens haar huwelijkscrisis achter dat ze zich aangetrokken voelt tot vrouwen. Ze probeert dit te bespreken met haar therapeute. Tijdens het gesprek geeft ze aan dat ze de seks met haar man zelfs ondraaglijk vindt. Wanneer de therapeute haar daarop vrouwonvriendelijke en zelfs grensoverschrijdende adviezen geeft (p. 22), zou ze willen dat de wereld voor haar opensplijt en ze nooit meer moet zoiets geconfronteerd hoeft te worden. Opnieuw wordt Doyle in een veel te nauw zittend keurslijf geperst. Maar ze weigert toe te geven en kiest voor haar eigen pad. Voor een levenspad met Abby, haar huidige partner.

Wie treft schuld?

Hoe vaak hebben wij, vrouwen, dingen gedaan die we tegen ons zin deden? Enkel omdat de wereld dat van ons verwachtte? Doyle schrijft over een vriendin die trouwde omdat trouwen een maatschappelijke verplichting was in haar wereldbeeld. ‘Ja, ik wil’ zeggen aan het altaar terwijl elk vezeltje in je lichaam ‘nee, ik wil dit niet’ roept. Dat is misschien wel de grootste mishandeling van de ziel. Weten dat je andere mensen, zoals je ouders, gelukkig maakt, terwijl je je innerlijke zelf verloochent. Alweer.

En ook hier stel ik mezelf de vraag: wie treft schuld? De ouders, de samenleving, de opvoeding, de omgeving? Kinderen willen hun ouders enkel maar gelukkig zien. In die zin kan men stellen dat niet enkel ouders hun leven lang dingen opofferen voor hun kinderen. Omgekeerd zijn de kinderen ook loyaal en willen ze beantwoorden aan de verwachtingspatronen van hun ouders. ‘Wees gelukkig, wees jezelf.’ Ik kan mij niet voorstellen dat die woorden ooit tegen mij gezegd zijn in mijn jeugd. Terwijl ik toch weet dat mijn ouders mij doodgraag zien.

Geloof en zielenrust

In het tweede deel van haar boek hanteert Doyle sleutels om nieuwe inzichten te verschaffen aan mensen — niet alleen vrouwen — die op zoek zijn naar hun eigen identiteit. ‘Ik was nooit helemaal weg’, is haar eerste zin in dat tweede deel van het boek. Daarin geeft ze aan dat ze een goede echtgenote, moeder en christen probeerde te zijn. Ze voldeed aan alle verwachtingspatronen. Maar innerlijk zat ze op een emotionele carrousel. Die probeerde ze dagelijks te onderdrukken door boterhammen te smeren voor haar kinderen. Haar verschillende opgelegde identiteiten zorgden voor een jarenlange zoektocht naar haar ware zelf.

Op bepaalde momenten in het boek komt haar christelijke ziel nog boven. Ze vergelijkt dan de strijd des levens met de herrijzenis van Jezus (p. 63). Ze verheerlijkt bijna het lijden, omdat enkel op die manier de mens zich kan ontwikkelen. Bij momenten komt ze te zweverig over, te religieus. Ze schrijft over de aanwezigheid van god in haar leven — huiverig voor de reacties van de lezers weliswaar — en probeert op die manier de invloed van de conservatieve Bible belt van zich af te gooien. Al bij al probeert ze hier enkel aan te tonen dat haar geloof haar heeft geholpen in haar strijd om gehoord en erkend te worden.

Homoseksualiteit, huwelijksproblemen, echtscheidingen, geloof, zelfreflectie, opvoeding als kind en als moeder: Doyle raakt alle onderwerpen aan. Door te schrijven vanuit een eigen case of anekdote maakt ze haar lezers duidelijk dat dit boek noodzakelijk is voor iedereen die de loodzware kettingen om zijn of haar polsen voelt knellen.

Echtheid

Is het een zoveelste zelfhulpboek? Nee, dat is het niet. Het is minder geforceerd en helemaal niet wetenschappelijk onderbouwd door één of andere academicus. Dit is een eerlijk en authentiek boek over het leven, toegankelijk en dicht bij de lezer. Het boek gaat over mij, mijn moeder, mijn vriendinnen, mijn collega’s. Over iedereen die haar ziel op een bepaald moment in haar leven heeft horen verzuchten: ‘dit ben jij niet en dat weet je.’

Op het einde van het boek schrijft Doyle in haar nawoord een heilige tekst waarin men aan god vraagt wat hij is. Daarop antwoordt hij: ‘ik ben het’. Dat deed mij dan weer terugdenken aan de fameuze woorden van Sylvia Plath. Zo probeerde zij haar ziel te kalmeren, zodat ze het leven voor een tijd weer aankon: ‘I took a deep breath and listened to the old brag of my heart. I am, I am, I am.’

Pinar Akbas