De oorlog van Douglas Murray tegen het woke denken

Douglas Murray is een Engelse auteur die twee boeken schreef met titels als provocerende vlaggen van een niet bepaald politiek-correcte lading: The strange death of Europe (vertaald als Het opmerkelijke einde van Europa bij De Blauwe Tijger) en The Madness of the Crowds. Hij is niet bepaald een optimistisch denker. Murray ziet de toekomst van Europa zeer somber in. Het oude continent is volgens hem bezig langzaam te sterven aan een zelfgekozen dood. Het gaat ten onder aan een overdosis schuldgevoel. Dat wordt opgedrongen door moraalridders die vinden dat Europa, en bij uitbreiding de hele westerse cultuur, verantwoordelijk is voor zowat alles wat fout gegaan is in de geschiedenis. In The Madness of the Crowds legt Murray uit hoe dat culpabilisme op individueel vlak versterkt wordt door de niet-aflatende beschuldigingen van identitaire minderheidsgroepen.

Professor emeritus Koenraad Verrycken, die onder meer geschiedenisfilosofie doceerde aan de Universiteit Antwerpen, levert met Geschiedenis, Antropologie en Schuld een even lijvig als interessant onderzoek naar het denken van Douglas Murray. Verrycken toont overtuigend aan dat Murray met zijn twee boeken eigenlijk een geschiedenis-filosofisch werk aflevert. Murray stelt geen ambitieus alomvattend systeem voor dat de hele geschiedenis in verleden en toekomst verklaart zoals denkers als Hegel dat deden. Hij concentreert zich op een fragment van de geschiedenis, te weten onze huidige tijd. Maar zijn werk overstijgt duidelijk de oppervlakkigheid van de journalistiek.

Masochistische cultuur

Verrycken zoekt in de geschiedenis naar antwoorden op de provocerende vragen die Murray stelt. Hoe komt het bijvoorbeeld dat de Europese cultuur masochistisch is geworden en zich voortdurend moet excuseren voor haar geschiedenis? Het christelijke schuldbesef dat Augustinus in de 4de eeuw als erfzonde verplicht achtte voor de vrome gelovige sinds de zondeval had zeer lang een grote invloed op onze cultuur. Die religieuze achtergrond was zo goed als verdwenen na de Tweede Wereldoorlog. Maar onder invloed van marxistische denkers werd hij tot een ‘collectieve tirannie van de schuld’ gemetamorfoseerd. De christelijke zelfbeschuldiging werd geseculariseerd. Ze werd getransformeerd in een marxistisch geïnspireerd schema van onderdrukkers en onderdrukten.

Een belangrijk denker als de Amerikaan Francis Fukuyama beschreef met zijn essay ‘Het Einde van de Geschiedenis?’ (1989) na het instorten van de Berlijnse Muur de triomf van de liberale democratie. De ideeën van vrijheid en gelijkheid zijn een westerse verdienste en hebben volgens de filosoof dan getriomfeerd.

Murray, schrijft Verrycken, deelt die mening niet. Hij is integendeel zeer pessimistisch. Volgens hem gaat Europa ten onder aan een ongecontroleerde immigratie. Die wordt verdedigd vanuit een ideologisch multiculturalisme, met een steeds sterker wordende invloed van het islamisme. De nieuwe groepen die in Europa binnenstromen, brengen een heel andere cultuur dan de onze mee. Met andere normen en waarden die regelrecht tegen de onze ingaan. Ze worden niet geassimileerd, integreren zich moeilijk en houden vast aan hun religie. Dat gaat in tegen de naoorlogse Europese trend tot secularisering.

Racisme

Elk debat over deze evolutie wordt meteen met de beschuldiging van racisme afgeblokt door de verdedigers van het multiculturalisme. Het historische denken heeft zich volgens Murray ‘gemoraliseerd’. We worden verplicht onze eigen geschiedenis in het licht van een Europese schuld te zien. Die obsessie vertoont zich onder meer in de eisen van dekolonisering. Ze heeft samen met het ‘intersectioneel’ denken, waarbij burgers worden opgedeeld volgens hun verschillende identiteiten, gezorgd voor een moreel zeer rigide en ideologische kijk op de geschiedenis. Die maakt een normaal debat onmogelijk.

Murray sluit soms aan bij bepaalde extreme denkers als de Duitser Thilo Sarrazin (Deutschland schafft sich ab), die omwille van zijn stellingen uit de SPD werd gezet, of de Franse presidentskandidaat Eric Zemmour. Verrycken verwijst ook naar de Franse schrijver Jean Raspail. Die vroeg zich al in de jaren zeventig in zijn profetische roman De Ontscheping af wat er gebeurt als een grote groep inwijkelingen zich niet wil integreren en zijn eigen cultuur en religie begint op te dringen.

Omvolking

Onvermijdelijk komt de term ‘omvolking’ ook ter sprake. Verrycken haalt het Franse Saint Denis aan. Daar is de plaatselijke bevolking zowat verdwenen. Hij had er ook Roubaix kunnen aan toevoegen. Een recente reportage over de grote invloed van de islamisering aldaar zorgde ervoor dat de makers van de film met de dood bedreigd werden en politiebescherming kregen. Het probleem benoemen is levensgevaarlijk geworden.

Een andere Franse schrijver die Verrycken aanhaalt is Pascal Bruckner. Die klaagt in zijn Tyranie de la penitence (2008) de schuldcultus aan die ons wordt opgedrongen. Het Westen moet zich daarbij verantwoorden voor alle onheil dat in de wereld is aangericht. Verrycken vat het zo samen: we beoordelen onze geschiedenis op de slechtste momenten en die van de anderen op hun beste momenten. De wereld wordt beoordeeld in wit-zwart. Voor grijs en nuance is geen plaats meer. Churchill mag dan wel Hitler verslagen hebben, maar omwille van een paar bedenkelijke uitspraken over Indiërs en vrouwen wordt hij door de onverbiddelijke politiek-correcte rechtbank als bij een Laatste Oordeel op de mestvaalt van de geschiedenis gedumpt.

Schuldgevoel

Het algemene schuldgevoel is een Europees fenomeen. Andere culturen hebben daar geen last van. Een land als Japan bijvoorbeeld heeft op geen enkel moment aan zelfkritiek gedaan over zijn gruwelijke verantwoordelijkheid van het eigen oorlogsgeweld in de Tweede Wereldoorlog en het leed dat het in zijn buurlanden heeft aangericht. De 200.000 doden en 20.000 verkrachtingen door Japanse soldaten in het Chinese Nanking worden nooit herdacht. In tegendeel wordt het Westen jaarlijks beladen met de schuld van Hiroshima.

Dat Rusland geen last heeft van zijn verleden, is door de voortdurende herschrijving van de geschiedenis, ook onder Poetin, afdoende bewezen. Massamoordenaar Stalin is daar opnieuw heilig verklaard en de goelags hebben nooit bestaan. En in het China van Xi is ook geen spoor van enig schuldgevoel over de miljoenen doden die Mao op zijn geweten heeft.

Murray wijst ook op het verschil tussen West- en Oost-Europa. Landen die deel uitmaakten van de vroegere Sovjet-invloedssfeer hebben zichzelf niet met een schuldgevoel overladen. Zij hebben immers te veel te maken hebben gehad met desastreuze ideologieën, zoals het nazisme en het communisme.

In West-Europa staat ons eigen ‘existentieel nihilisme’ machteloos tegenover nieuwe groepen van immigranten. Die hebben wel onwankelbare zekerheden en gaan allerminst gebukt onder enig schuldgevoel. Zij voelen niets voor de ‘universele waarden’ die Europa altijd verdedigd heeft. En al evenmin voor de rechten van vrouwen en LGTB’s. Het blijft een merkwaardige paradox van deze tijd dat die groepen ondanks hun zeer reactionaire en patriarchale opvattingen steevast als slachtoffers verdedigd worden door zichzelf progressief noemende groepen.

Manicheïsme

De afloop van die confrontatie kan volgens Murray alleen in het nadeel zijn van Europa. Dat wentelt zich in een schuldgevoel en biedt geen inspirerend toekomstbeeld meer. ‘Het dekoloniale en het intersectionele denken zijn doordrongen van een collectief schuldgevoel’, schrijft Verrycken, ‘dat aan de basis ligt van een soort nieuwe religie, die een nieuwe bekering en een nieuwe verlossing predikt, namelijk een historische en antropologische schuldbekentenis en boetedoening, met een wereld van zuiverheid en gelijkheid als einddoel.’

Het beschuldigende denken heeft duidelijk een marxistische achtergrond. De geschiedenis wordt daarbij manicheïstisch geïnterpreteerd. Ze wordt herschreven en gereduceerd tot een simpele wereld van goeden en slechten, van onderdrukkers en onderdrukten.

De dood van Europa leidt tot een revolutie van ons mensbeeld, schrijft Verrycken, dat bijdraagt tot onze ondergang. Hij heeft het hier dan over de intersectionaliteit waarmee er een nieuw waardesysteem ontstaan is. Mensen worden zo opgedeeld volgens de discriminaties waarvan ze het slachtoffer zouden zijn, volgens hun gender, ras of seksuele voorkeur. Het behoren tot een minderheidsgroep levert op die manier een morele voorsprong op.

Verrycken merkt met Murray op dat het wegwerken van discriminaties niet het uiteindelijke doel is van identitaire groepen. Het bestaan ervan is immers nodig om het intersectionele denken in stand te houden. De morele strijd heeft zich verplaatst naar het discours. Het komt er daarbij op aan mensen te betrappen op foute uitspraken.

Zo ontstaat een waanzinnig systeem met een totalitaire logica van ‘contradicties, verzinsels en fantasieën’, stelt Murray. Een marxistisch piramidaal wereldbeeld wordt opgedrongen. En bovenaan staat de grote schuldige: de ‘witte’ man, oorzaak van alle kwaad. Het zogenaamde ‘witte privilege’ onderdrukt de minderheden. Die moeten zich in de beste traditie bevrijden, zoals het proletariaat dat volgens Marx moest doen in de klassenstrijd.

Black Lives Matter

Door de nadruk te leggen op de huidskleur wordt de antiracistische beweging zelf racistisch. De droom van Martin Luther King dat op een dag in de toekomst iemands kleur onbelangrijk zou worden, wordt daarmee een nachtmerrie. De Black Lives Matter-beweging heeft de zwarte huidskleur tot een ideologie gemaakt. Ras is zo volgens Murray niet langer een aangeboren ‘hardware’, maar een imaginaire ‘software’ waaraan positieve eigenschappen worden verleend, terwijl iemand met een witte huid onvermijdelijk onderdrukkend is.

Murray wijst op de vele contradicties van de nieuwe ‘intersectionele’ denkers. Hij kant zich tegen de oorlogszuchtige retoriek, zoals hij dat noemt, van sommige feministische groepen. Een open debat over betwistbare beweringen is onmogelijk geworden. Zo ligt het geslacht van een mens niet langer biologisch vast, maar is niet meer dan het product van sociale gewoontes.

Het blijft vreemd dat het net het Westen is dat door activisten wordt aangevallen. Er zijn namelijk geen andere landen in de wereld waar zoveel vrijheden voor zoveel groepen bestaan. Het is niet het ingebeelde verzet tegen de strijd voor meer rechten voor minderheden dat Europa zal ten onder doen gaan. Er is immers nergens zoveel verworven, stelt Murray. Het probleem is de onverdraagzaamheid van de nieuwe ideologie die erachter zit en die tot onderdrukking van het vrije denken leidt. De vraag die hij zich ook stelt, is naar welk soort maatschappij de activisten en militanten streven. Wie naar hun retoriek luistert, weet dat we dicht in de buurt van gevaarlijke utopieën zouden komen. En de geschiedenis heeft al aangetoond hoe dramatisch die kunnen ontsporen.

Geschiedfilosofie

Het is de grote verdienste van Koenraad Verrycken dat hij niet alleen het denken van Murray grondig analyseert en er een plaats aan geeft in de Europese geschiedfilosofie, maar dat hij er ook kritische bedenkingen bij formuleert. Hij is het niet eens met de overtuiging van Murray dat de zingeving in Europa versterkt kan worden door een gelijke her-‘injectie’ van religieus geloof en seculier ongeloof. Voor Verrycken moet Europa net leren leven en denken zonder afhankelijk te zijn van een godsdienst. Hij herinnert eraan dat de Europese geschiedenis er niet alleen een is van religie, maar ook van de emancipatie ervan.

Verryckens boek biedt veel meer dan waarover een eenvoudige recensie het kan hebben. Op een bijzonder instructieve manier plaatst hij de opvattingen van Murray in een historisch kader. Van de pater historiae Herodotus en Augustinus tot Fukuyama. Het is aan de lezer om het pessimisme van Douglas Murray in dat perspectief te zien en zijn oorlog tegen het simplistische woke-denken te begrijpen. Zijn analyses, die Verrycken briljant interpreteert, kan men gebruiken om de evolutie en de bedreigingen van onze huidige maatschappij te begrijpen, zonder daarbij te vervallen in gemakkelijk populisme.

Het boek van Verrycken is hier te koop.

Luckas Vander Taelen