De ontblote zwartrok

Niks heerlijker dan een besmuikte pastoor die des nachts in een Iers landgoed op zoek naar drank zich in duisternis verliest, en in de ochtend dood gevonden worden in de bibliotheek, gekeeld en gecastreerd. Vooral omdat de pastoor een fatsoenlijke katholiek is, en de eigenaar van het kasteel met paardenstallen onverdacht van protestantse heffe is.

Veel meer dan een onderzoek naar een snode moordenaar, is deze thriller van John Banville – die hij merkwaardig genoeg onder eigen naam schreef, en niet zoals al zijn voorgaande misdaadromans als Benjamin Black – een tragisch portret van een jonge natie (de Vrijstaat, en later Republiek Ierland) die ten onder gaat aan haar eigen kortzichtigheid: ondoordacht nationalisme en autocratische verstarring.

Hiberno-Engels

Een land dat leeft van zijn misleidende mythes – genre De Leeuw van Vlaanderen; in Ierland de ‘heldhaftige’ Paasopstand – is gedoemd zich te vergalopperen als het met zichzelf in het reine moet komen. John Banville, winnaar van de Man Booker-prijs 2005 (voor het sombere The Sea, dat baadt in jeugdtrauma’s en doodsbeschouwingen) en vooral van de Franz Kafka-prijs 2012 (de kweekvijver van Nobelprijswinnaars), is zijn nuchtere zelf: natuurlijk is hij een Ierse schrijver maar geen Ierse schrijver. ‘Ik ben hier in Wexford geboren, ik woon in Dublin, ik hou van het klimaat, ik zou nergens anders kunnen aarden, en ik schrijf in Hiberno-Engels, de taal van Shaw, Swift, Yeats, Joyce en Beckett. Maar ik ben geen propagandist voor al wat Ierse uiterlijkheid betreft’, verklaarde hij aan de Irish American.

Dat blijkt, Sneeuw mag dan wel een indringende ontleding zijn van de Ierse sociale geschiedenis, Banville zal niet met een Ierse vlag gaan zwaaien op het zeslandentornooi rugby, en zeker niet het geweld ophemelen waarmee Sinn Féin na de Paasopstand van 1916 en de Britse Rijkspolitiek elkaar de duvel aandeden. Want achter de façade van een misdaadroman, is niet de dader belangrijk, wel het motief en de gedragingen die geweld uitlokken. De grote schuldige in Banvilles ogen zijn de katholieke Kerk en de wantrouwige staat, die de scheiding der machten allebei vrolijk aan hun laars lappen. Daarom speelt het verhaal zich ook af in barre tijden: de jaren vijftig, toen de Kerk nog de wetgeving bepaalde; en midden in de winter, toen het nog sneeuwde in Ierland, vooral in de voorkerstelijke dagen die Banville zich nog uit zijn jeugd herinnert: 8 december, het feest van de onbevlekte ontvangenis.

Geen onbevlekte mensen

Er zijn geen onbevlekte mensen die de wereld van Banville bevolken. Iedereen heeft onzindelijke geheimen te verbergen en door stuurse botheid en achterdocht boter op het hoofd. Wat doet een priester in Ballyglass House, het landgoed van een protestantse kolonel (Osborne) die nog de Engelse adel en onderdrukker vertegenwoordigde ? Waarom is hij zo kind aan huis? Voor Sylvia, de wat doorgedraaide, bijna Victoriaanse stiefmoeder van zoon Dominic aan wie altijd ‘iets ondefinieerbaars ontbrak’ en de vrijgevochten dochter Lettice (Lettie, die zich tegen het eind van het boek Laura laat noemen), voor de breedhartigheid van de kolonel die voor zijn paard laat zorgen, voor het smeer van de kandeleer? Of zijn zijn bedoelingen minder decent?

Inspectuer Strafford ontdekt dat de weldoorvoede priester Tom een zoon is van oud-opstandeling J.J. Lawless, de beul van het IRA dat Michael Collins oprichtte in 1919 (die werd zelf in een hinderlaag doodgeschoten drie jaar later), een man die optrad als de ‘meedogenloze regisseur van de doodseskaders’ en als latere advocaat voor halsstarrige republikeinen. Een koudbloedig man die er hoogst traditionele opvattingen op nahield: dochter snit en naad en aan de haard, zoon gedrild en gestudeerd. Maar die zoon, ‘die nooit pastoor had mogen worden’, kiest toch voor het priesterschap om onder de dwang van zijn vader uit te raken. Alleen draagt hij al de littekens mee van een internaat in Carriclea, waar alle schandalen die vandaag aan de oppervlakte komen, hun zondig beslag kregen.

Sodomie, verkrachting (het pijnlijke tweede hoofdstuk van Sneeuw wordt nog verergerd door de weigering tot inkeer te komen, de schuld af te schuiven op het systeem), kindermisbruik, mishandeling van meisjes die buiten het huwelijk bezwangerd werden, babymoorden, en vooral, het vrijuit gaan van de daders. Potjes gedekt houden, de slachtoffers voor daders houden, de schuldige priesters of nonnen van standplaats veranderen of tijdelijk verbannen naar het Vaticaan en elders. ‘No abuse, just an accident’. De schijnheiligheid verheven tot politiek, van een afdreigende aartsbisschop tot omertà, zoals in de film Dark River, waarin broer en zus zich voor elkaar opofferen nadat ze hun incestueuze vader uit de weg hebben geruimd. Schuld zonder boete, maar met ondraaglijk binnenvetten.

Een protestantse zelftwijfelaar

De speurder van Banville is dan ook de meest onverwachte (‘de meest onmogelijke’, zei Banville me zelf) om een dergelijke zaak die riekt naar tomeloze wraak uit te pluizen. Of toch niet, want Strafford is een protestantse zelftwijfelaar. ‘Hij klampte zich vast aan de overtuiging dat de dood meer was dan slechts een verdwijnen’. Hij zal op zijn wenken bediend worden, want hij weet niet welke verknipte beerput hij opentrekt – die ook het leven zal kosten aan zijn assistent Perkins.

Gaandeweg realiseert hij zich dat, van boven tot onder, iedereen in zijn kooi leeft, ‘achter de tralies’ van niet aflatende sneeuwstormen en glibberige wegen, die elke beweging inperken. Ballyglass House is niet meer dan de sneeuwbol van het hele maatschappelijk gebeuren, van het even afgesloten eiland Ierland, dat dacht het ‘het centrum van de wereld’ te zijn. Iedereen zit opgesloten in zijn eigen frustraties, schuldgevoelens, onderdrukte verlangens, sociale conventies. Wie in opstand komt valt als eerste slachtoffer, zoals de rebellen tegen de Kroon. Zoals de pastoors in de strakke hiërarchie van de Kerk. Zoals de dorpelingen die nooit rechtuit spreken, liever roddelen, suggereren, schijnbare hints geven.

De kracht van Banville is dat hij ook niemand voor volledig schuldig houdt, vandaar het verrassend open einde (al kun je daar het jouwe van denken). Het is de domheid van de mens, de klassenongelijkheid, de versmorende rol van kerk en staat die hem tot zelfpijniging leiden, en finaal naar de ondergang. Sneeuw staat voor de trage dood zodra je kind wordt. Not with a bang, but a whimper. Zonder knal maar grienend.

Lukas de Vos