De Kiekeboes in troebel water: prachtig stripverhaal mist iets

Het nieuwe album ‘In troebel water is vermakelijk en prachtig getekend. De tekenstijl begint wel steeds meer af te wijken van de klassieke Kiekeboe-verhalen van geestelijke vader Merho. Kiekeboe blijft ondanks wel onschuldig en soms kostelijk vermaak voor jong en oud.

De Kiekeboes is één van de populairste stripreeksen in Vlaanderen. Een door en door Vlaamse strip die helaas nooit echt potten brak in Nederland en ook bijzonder moeilijk buiten het Nederlandse taalgebied te slijten bleek. De echte fans blijven de reeks allicht tot hun dood Kiekeboe noemen, maar de uitgeverij besloot enige jaren geleden om de reeks te hernoemen naar De Kiekeboes. Volgens de oorspronkelijke tekenaar/schrijver Walter Merhottein dekte de nieuwe naam beter de lading. Het was een soort verjongingsoperatie, die ook de overdracht naar nieuwe tekenaars en scenaristen moest vereenvoudigen.

Merho-opvolgers

Dit album is van de hand van striptekenaar Kristof Fagard en scenarist Peter Van Gucht. Fagard is zondermeer een waardig opvolger van Merho. Fagard tekent de bekende personage zeer getrouw in Merho-stijl, maar de nevenfiguren lijken soms weggelopen uit stripverhalen uit het weekblad Spirou. Dit laatste hoeft de lezer niet te storen, al zullen er altijd die hard-fans blijven wiens leesplezier hierdoor wordt vergald.

Scenarist Van Gucht daarentegen laat enige steken vallen. Het meest ergerlijke zijn de krampachtige kiekeboenamen. Merho had de gewoonte om personages lachwekkende namen te bezorgen en dit droeg bij tot het plezier. In dit album zijn die namen vooral ergerlijk en vaak ook fout. Tot overmaat van ramp wist Van Gucht blijkbaar niet dat het leesteken tilde in het Spaans op de N komt te staan zoals in España en nooit op de klinker O (dat is Portugees). Twee keer maakt hij die fout. Bij de slechterik ‘Nico Lodeõn irriteert dit het meeste. Ook de namen die op Z eindigen zoals Cardanaz, Ramenaz enzovoort zijn daardoor extra belachelijk voor wie een beetje een notie Spaans bezit. Dan nog liever Jommekesspaans in dialogen. De krampachtigheid waarmee alle namen van frisdrank, hotel tot luchthaven grappig moeten ogen is een beetje kinderachtig en vooral flauw.

De jonge lezertjes zullen hier niet over struikelen. Die jonge lezertjes zullen dan weer wel de lappen uitleg in de tekstballonnen vervelend vinden. Van Gucht wil gewoon teveel uitleggen in de dialogen. Van de ijsbergtheorie heeft Van Gucht blijkbaar nog nooit gehoord. Hoe minder de auteur uitlegt over de motieven van de slechten of de inhoud van een geheim, hoe meer de plot tot zijn recht komt. Alfred Hitchcock zei ooit dat een geheime formule enkel boeiende cinema opleverde als ze geheim bleef. Bij strips is dit niet anders. Het voorkomt ook allerlei onzin op het einde van het verhaal waar Kiekeboe moet vertellen dat het namaakgoud zijn glans verliest in aanraking met zuurstof. Los van het feit dat dit laatste uit de vorige paginas van het verhaal zeker niet op te maken viel. Dergelijke kunstgrepen zijn ook niet te vertalen in een beeldverhaal. Een slimme scenarist vermijdt dit.

Van poppenkast tot stripinstituut

Merho begon de reeks Kiekeboe ooit als een spin-off van het populaire poppentheater van zijn broer. Voordien tekende Merho de stripreeksen Pats en Tits voor de Studio Vandersteen. Dit waren strips voor de jongere lezertjes. Die doelgroep qua leeftijd was geen toeval. Pats was tevens het belangrijkste personage uit het poppentheater van de familie Merhottein en daarom moest na enkele albums de naam worden veranderd in Tits (naar het strohoedje dat in Antwerpen een tits heette naar de winkel Titz waar nu de Innovation huist. In de Otto Veniusstraat is nog een mooie muurschildering met die naam boven de ingang van het magazijn te zien).

Kiekeboe was vooral een krantenstrip die verscheen in Het Laatste Nieuws. De stripverhalen verschenen lang in zwart-wit ondanks het feit dat bijna elke populaire strip reeds in vierkleurendruk verscheen. Na de overgang van de liberale uitgeverij Julius Hoste naar Standaard Uitgeverij kwamen eindelijk kleurenstrips van Kiekeboe uit. Op korte tijd stak Kiekeboe Suske en Wiske naar de kroon qua populariteit.

Steeds professioneler, steeds generieker

Dat dezelfde scenarist nu zowel Kiekeboe als Suske en Wiske schrijft, lijkt een miskleun van de uitgeverij. Zo zien recente Sus-en-Wis-albums eruit als moderne Kiekeboes en omgekeerd zien diezelfde Kiekeboes er steeds minder uit als Kiekeboes.

De bladopmaak van dit album en de tekeningen zijn echter bijzonder fraai en ogen eigentijds. De decors, de autos enzovoort zijn bijzonder mooi getekend. De Kiekeboes lijkt in niets meer op een klassieke Vlaamse krantenstrip en kan naast Franco-Belgische stripverhalen staan qua grafische kwaliteit en prachtige inkleuring (door Ine Merhottein). In principe is dit een positieve evolutie voor de reeks. Wel moeten het team en de uitgever iets strenger toekijken op de unieke identiteit van hun product.

Het 155ste album In troebel water loont dus zeker de moeite als losstaand stripverhaal. Dat de bewegingen van de personages dikwijls duidelijk afwijken de typische bewegingen zoals Merho die tekende hoeft de pret niet te bederven. Wat niet weet, wat niet deert. Een stripreeks evolueert nu eenmaal. Daarom is het zonde dat enkele gimmicks kenmerkend voor Merho dermate worden overdreven dat het op een pijnlijke parodie begint te lijken. Niettemin is dit album heel goed voor wie de oudere albums nog niet kent of er niet mee opgroeide. Daarom is dit album ook een goed excuus voor nieuwe lezertjes om de oudere albums te gaan ontdekken. Wie al enige jaren de strips niet meer las in de krant zal zeker met plezier dit album consumeren, om vervolgens de oude uit de boekenkast te plukken. 

Lode Goukens