De Friezen en de Eerste Wereldoorlog

Direct na het losbarsten van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 stelde Winston Churchill, toen minister van Marine, aan het kabinet voor om het Nederlandse Waddeneiland Ameland met 3000 mariniers te gaan bezetten. Hij wilde er een vlootbasis uitbouwen om van daaruit de Duitse Bocht, alsook Denemarken en Noorwegen, onder controle te houden. Dat Nederland neutraal was, speelde voor Churchill geen enkele rol. Tot diens grote frustratie werd zijn agressief voorstel door de Britse premier Herbert Asquith en andere ministers verontwaardigd van de hand gewezen. Fijntjes werd Churchill erop gewezen dat Groot-Brittannië bij de oorlog betrokken raakte door de Duitse schending van de Belgische neutraliteit. De Nederlandse neutraliteit bleef bewaard. Dergelijke en andere grotendeels onbekende verhalen staan te lezen in het boek Friesland en de Friezen in de Eerste Wereldoorlog.

Gelukkig

Volgens een recent onderzoek behoren de Friezen ‘tot de gelukkigste inwoners van Nederland, ook al hebben ze het niet breed. De overgrote meerderheid is blij met de leefbare omgeving. Ze koesteren de sociale omhang in hun buurt. De Friese inkomens zijn bescheiden, de werkgelegenheid is beperkt. Maar het deert de Friezen niet, integendeel. Ze willen vooral hun levenskwaliteit behouden’ (De Groene Amsterdammer, 19 mei 2022).

Daar Nederland tijdens de Grote Wereldbrand neutraal was en Friesland ver weg lag van de grenzen waar het krijgsgewoel plaatsvond, verwacht je niet zo dadelijk dat Friesland te lijden had onder de oorlog. Toch was dat niet zo. Omdat de noordelijke provincie ver van de grens lag, was het een ideale plaats om bijvoorbeeld Belgische vluchtelingen te herbergen. In het kader van de verdediging wilde het Nederlandse legerbevel liever niet dat geïnterneerde Belgische soldaten onderdak kregen nabij de grenzen. Als gevolg hiervan kregen ruim 3000 Belgische militairen onderdak in het Friese Gaasterland. Bovendien werd de strijd op de Noordzee vlak bij de Friese kusten gevoerd.

Mata Hari

Nederland en dus ook Friesland lagen (liggen) ingeklemd tussen landen die elkaar op leven en dood bestreden. Hiervoor werd een prijs betaald. De financiële en maatschappelijke ontwrichting liet Friesland niet onberoerd. De provincie, evenals de rest van Nederland, leed onder voedselschaarste en zwarthandel. De langdurige mobilisatie trok een zware wissel op de exploitatie van de landbouw. Aan het einde van de oorlog leidde de langdurige mobilisatie zelfs tot de oprichting van arbeiders- en soldatenraden, in navolging van de Russische revolutie.

Tevens mogen we ook niet vergeten dat de provinciehoofdstad Leeuwarden heel wat bekendheid geniet als geboorteplaats van Margaretha Zelle, beter bekend als Mata Hari. Ze heeft haar plaats in de geschiedenis gekregen als de zwoele danseres die, aldus de Fransen, haar kunsten aanwendde om te spioneren voor de Duitsers. Na een showproces werd zij door de Franse krijgsraad tot de doodstraf veroordeeld, en werd deze ook uitgevoerd. Thans weten we wel beter. Pas recent werd haar flinterdun strafdossier voor historisch onderzoek geopenbaard. De bewijslijst blijkt heel dunnetjes te zijn geweest. Naar juridische maatstaven veel te magertjes om een doodstraf te rechtvaardigen.

Frans Bosmans

Het herontdekken van het graf van de Vlaams-Belgische soldaat Frans Bosmans in 2005 op de oude begraafplaats van het Friese Dokkum lag aan de basis van dit boek. Tijdens historisch speurwerk naar deze uit Herenthout afkomstige militair bleek hoe groot de uitwerking van de Eerste Wereldoorlog is geweest op het leven in Nederland en Friesland.

Na zijn internering vond Bosmans in maart 1917 in Dokkum werk als meubelmaker. Niet lang daarna vond hij er de liefde van zijn leven in de 22-jarige Jeltje Kramer. Nog in hetzelfde jaar werd er getrouwd en in maart 1918 werd hun dochtertje geboren. Na de wapenstilstand trok hij naar Herenthout om een bezoek aan zijn familie te brengen, en hun op de hoogte te brengen van zijn huidige toestand. Hij kwam ziek terug in Dokkum en bleek aangestoken te zijn door de beruchte Spaanse griep. Zijn vrouw en dochter overleefden, maar Frans niet. Op 12 januari 1919 overleed hij en werd hij in Dokkum begraven.

Elfstedentocht

De kleine groep (Kees Bangma, Nynkle Dijkstra, Sytze de Graaf en Ritske Mud) die onderzoek deed naar Bosmans’ leven, kwam tot de conclusie dat er in feite genoeg materiaal voorhanden was om een heus boekwerk aan Friesland en de Eerste Wereldoorlog te wijden. Dankzij hun initiatief ontstond de hierboven vermelde bundel die oorspronkelijk in 2018 verscheen onder de titel Ver van het front? De voor ons liggende verzorgde heruitgave (2022) telt 27 lezenswaardige bijdragen geschreven door de hierboven al genoemde personen, aangevuld door specialisten ter zake.

Zo bevat de omvangrijke bundel artikels over de burgerlijke ongehoorzaamheid (vooral bij de boerenstand) in Friesland, de vaak moeilijke neutraliteitshandhaving op de Waddeneilanden, de derde Elfstedentocht op 27 januari 1917, de rellen in Nederlandse legerkampen, het optreden van de Friese dominees en hun aanklachten tegen de oorlog, een Belgische kaatskoning in Friesland in 1917, hoe het veertien puntenprogramma van de Amerikaanse president Wilson nieuw leven in de brouwerij van de Friese Beweging bracht (Douwe Kalma en diens Jongfryske Mienskip), het schenden in Friesland van de Nederlandse neutraliteit door zeppelins, watervliegtuigen, duikboten en kleinere schepen, enkele artikels handelen over Friese vrijwilligers (soms onder druk) in het Canadese, Australische en Amerikaanse leger, en Friese arbeiders in de Duitse oorlogsindustrie, voornamelijk dan in het Roergebied.

Het boek is doorlopend geïllustreerd en voorzien van een ruime bibliografie en register. Noten staan telkens op het einde van iedere bijdrage, aangevuld met hier en daar een kaderstuk. Een boek dat zich richt tot de historisch geïnteresseerde lezer en bovendien vlot leesbaar is.

Pieter Jan Verstraete