De Dietsche nationaalsocialist

Het is prof. Bruno De Wever die Reimond Tollenaere in een artikel ‘De Dietse nationaalsocialist’ noemde. De meeste hardcore nazi’s in Vlaanderen zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog bij DeVlag/Algemeene SS Vlaanderen. Tollenaere koos er echter voor binnen het VNV te blijven, de grootste collaboratiebeweging, die een greep naar de macht voorbereidde.

Niet als ‘Dietse nationaalsocialist’ haalde Tollenaere de geschiedenisboeken. Wel als een van de eerste rekruten van het Vlaams Legioen die aan het Oostfront sneuvelde. En dan nog wel door eigen vuur: het Spaanse falangistische SS-onderdeel Division Azul bestookte de hut waar Tollenaere en vier andere Vlamingen op 22 januari 1942 verbleven. Geen van hen overleefde. Tollenaere liet vrouw en drie kinderen achter in het bezette Vlaanderen.

Het resultaat van dat overlijden? VNV-leider Staf De Clercq was zijn opvolger kwijt. De Gentse burgemeester Hendrik Jozef Elias zou de toon van de VNV-collaboratie milderen. En de strijd met DeVlag/SS Vlaanderen om de hegemonie in Vlaanderen was verloren. Dat laatste vermeldt auteur Pieter Jan Verstraete allemaal in zijn nieuwe, beknopte biografie, maar werkt hij jammer genoeg niet echt uit. Verstraete wijdde eerder al een monumentale biografie in twee boekdelen aan Elias. Binnen een aantal jaren mogen we ons aan een gelijkaardig werk verwachten van De Clercq.

Herkenbaar patroon

In 1909 geboren, doorliep Tollenaere een wat we achteraf — vandaag dus — klassiek patroon noemen, eigen aan vele radicale Vlaams-nationalisten in het interbellum. Hij werd lid van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS), raakte er bedwelmd door de Rodenbachmystiek en -romantiek en werd al snel actief in het versnipperde Vlaams-nationale partijpolitieke leven.

Een korte passage in het seminarie leerde hem dat zijn roeping elders lag. Bevriende geestelijken zagen in hem eerder een politicus met een missie. Het feit dat hij zich moeilijk kon plooien naar regels en gezag, hielp bij de beslissing de Kerk te verruilen voor de Staat.

Eenzelfde gebrek aan gehoorzaamheid en discipline maakten dat zijn carrière bij het Verbond van Dietsche Nationaalsolidaristen (Verdinaso) van Joris van Severen eveneens van korte duur was. Dus werd hij actief in het in 1933 opgerichte Vlaamsch-Nationaal Verbond (VNV), de grootste partij aan het nationalistische firmament. Hij werd er algemeen propagandaleider, bouwde de partij mee uit in West-Vlaanderen, werd leider van de VNV-militie Zwarte Brigade en belandde in 1936 in de Kamer.

Nationaalsocialist (1)

In de Kamer, maar ook voorheen, in publicaties en publieke optredens, ontpopte hij zich tot een charismatisch man die hield van de daad. Zijn sprekerstalent werd geroemd — Verstraete spreekt van verbale krachtpatserij. Net als zijn radicalisme. Het federalisme waar het VNV tactisch voor pleitte, vond hij maar niets. Hij ging voluit voor Groot-Nederland, de ‘Dietsche volksstaat’. En als het even kon, zou dat geen democratie zijn. Democratie/democratisch beschouwde hij als scheldwoorden (pp. 43-44). Tollenaere tekende voor een rechts-autoritaire staatsopvatting.

Zeker na zijn bezoek aan Duitsland in de zomer van 1931 was hij overtuigd van dat laatste. Hij kwam er in contact met Duitse nazi’s, en stond in bewondering voor ‘de kalme’ Adolf Hitler. De Dietsche volksstaat zou trouwens aansluiting moeten zoeken bij Duitsland, vond hij – toen al. Hoewel hij (toen) tegen annexatie was, was het het lot van de Nederlanden deel uit te maken van een Germaanse statenbond onder Duitse leiding. We schrijven 1931. Van het VNV en het Verdinaso was er toen nog geen sprake. Al werkte hij die gedachten verder uit als propagandaleider van het VNV, hij stootte daar op de tegenkanting van ‘democraten’ en ‘federalisten’ als de al eerder genoemde Elias, Herman Vos en anderen.

Collaboratie

Eens België bezet, volgde Tollenaere de strategie van De Clercq om van de ‘Eenheidsbeweging’ VNV de leidende collaborerende partner te maken in Vlaanderen. Daartoe voorzag hij zelfs een integratie van de SS in het VNV. Dat mocht echter niet baten, de Algemeene SS Vlaanderen werd een beduchte concurrent, in samenwerking met de aartsvijand, de Deutsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap DeVlag.

Lukte die operatie niet, Tollenaere zou vanuit het VNV de leiding op zich nemen om Vlamingen te rekruteren voor het Oostfront. De troepen die er voor hem terechtkwamen lieten algauw hun ongenoegen blijken. De Vlaamse legionairs getuigden van pestgedrag en vernederingen. Bovenal: Staf De Clercq zou een contract hebben bedongen bij de SS dat het Vlaamse Legioen Vlaamse (of toch Nederlandstalige) officiers zou krijgen en katholieke aalmoezeniers. Maar SS-Standartenführer aan het Oostfront Otto Reich wist van niets, en zou er ook niet naar plooien.

Naar Moskou!

Daadkrachtig als hij was vertrok ook Tollenaere naar het Oostfront — dik tegen de zin van VNV-leider Staf De Clercq, die hem met lange tanden liet gaan. (Waarom met lange tanden; was De Clercq dan al ziek? Wou hij het risico niet lopen zijn gedoodverfde opvolger te verliezen? Had de Raad van Leiding al beslist dat Tollenaere hem zou opvolgen? Stof voor Verstraetes De Clercqbiografie.)

Na de nodige opleidingen, kwam hij als officier terecht in het SS Freiwilligen Legion Flandern. Verstraete besteedt in zijn beknopte biografie vooral ruimte aan de oprichting van dat legioen, de moeilijkheden die daarmee gepaard gingen, de debatten met de Duitse SS-leiding en de rol van Tollenaere hierin.  ’Vader’ van het Vlaams legioen een niet mis te verstane titel. Voor een uitgebreidere biografie moet je terecht bij zijn eigen werk, de lijvige biografie die hij in 1996 publiceerde. De troepenopbouw- en bewegingen doet Verstraete met de nodige details uit de doeken, daarbij puttend uit ooggetuigenverslagen, onder meer van de latere Volksuniesenator Oswald van Ooteghem.

Voor zijn schielijke overlijden is het frappant vast te stellen dat De Clercq hem naar huis wil halen. De rekrutering van Vlaamse soldaten voor het Oostfront en het enthousiasme voor de totale collaboratie zitten in het slop. De charismatische Tollenaere, die de daad bij het woord voegde, zou daar verandering in kunnen brengen. Maar Tollenaere verzaakt, en verkiest deelname aan het winteroffensief van 1942 om de blokkade van Leningrad te doorbreken. Tot het fatale, onomkeerbare feit.

Nationaalsocialist (2)

Nadien werd Tollenaere achtereenvolgens martelaar en mythe. Zijn strakke nationaalsocialistische overtuiging werd in het naoorlogse Vlaams-nationalistische Nachleben onder de mat geveegd. In die perceptie was hij de anticommunistische ‘kruisvaarder’ die voor God en Vlaanderen de bolsjewisten ging bekampen. Het siert Verstraete daar eveneens oog voor te hebben en in die zin een correctie aan te brengen aan het beeld dat hij nog opriep in zijn omvangrijke Tollenaerebiografie uit 1996.

Met deze beknopte biografie toont Verstraete nog maar eens aan dat hij dé biograaf van het Vlaams-nationalisme van interbellum en collaboratie mag genoemd worden. Hij schreef een zoveelste aanvulling op de historiografie van dit onderwerp. Heel leesbaar, al gaat de auteur er soms van uit dat de argeloze lezer over voorkennis beschikt.

Karl Drabbe