De Clan Reynders

Toen Le Soir naar een reactie peilde bij de MR over het boek Le Clan Reynders kwam de partij niet verder dan ‘geen commentaar’. De anders zo spraakzame voorzitter Georges-Louis Bouchez had niets te zeggen over het weinig fraaie beeld dat het boek geeft van het liberale boegbeeld Reynders, de man met de langste staat van verdienste in de Belgische politiek. Maar off-the-record kreeg de krant toch één en ander te horen. ‘Als Reynders nog minister was, dan had dit boek ons kwaad kunnen doen’ gaf een anonieme Franstalige liberale bron toe.

Fontinoy, de man in de schaduw

Onderzoeksjournalist Philippe Engels volgt Didier Reynders al sinds het begin van zijn politieke carrière. Maar de laatste vijf jaar spitste hij zich toe op een man die al van in het begin in de schaduw van Reynders opereerde en de media evenveel schuwt als Reynders ze opzoekt: Jean-Claude Fontinoy. Die heeft sinds decennia een merkwaardige verhouding met Reynders. Hij werkte steeds op zijn kabinetten en was betrokken bij zowat alle belangrijke dossiers waarmee zijn minister te maken had van in 1999. Toch zijn de mannen geen vrienden en heeft de sluwe Reynders er altijd voor gezorgd om uit de buurt te blijven van Fontinoy en zich niet te laten compromitteren.

Maar Reynders maakte hem wel voorzitter van de raad van bestuur van de NMBS, een positie van waaruit Fontinoy, die nooit in een trein gesignaleerd is, zich volop kon inwerken en uitleven in zijn obsessie: het immobiel patrimonium van de spoorwegen. Vanuit zijn voorzitterspositie keek hij begerig naar de waardevolle gronden rond de stations en de megalomane bouwwerken van de dure Spaanse architect Calatrava in Luik en Bergen. Voormalig spoorbaas Marc Descheemaecker was vernietigend voor Fontinoy: ‘Hij heeft alleen maar belangstelling voor immobiliëndossiers. België is waarschijnlijk het enige land waar de voorzitter van de spoorwegmaatschappij onbekwaam is verklaard in alle functies die hij tot dan uitgeoefend heeft.’

437 miljoen euro

Samen met de socialist Bourlard beheerste Fontinoy elk bouwdossier van de NMBS. Toen Descheemaecker bij een bezoek van een Franse delegatie vertelde hoeveel het station van Luik ging kosten, reageerde die verbaasd dat met dat bedrag zowat alle stations van Oost-Frankrijk konden gerenoveerd worden. De teller stond toen op 437 miljoen euro.

Descheemaeckers voorganger Karel Vinck had geweigerd met Fontinoy te werken. Later zou Jo Cornu als CEO samen met de liberale minister van mobiliteit Jacqueline Galant scherpe kritiek hebben op het gedrag van Fontinoy. De kabinetschef van Galant beweert dat Fontinoy probeerde haar om te kopen en toen ze daar niet op in ging ermee dreigde haar te vergiftigen. Was Reynders daarvan op de hoogte ? Hij deed in ieder geval niets. Fontinoy bleef stevig op zijn voorzittersstoel zitten. Zelfs een liberaal lid van de raad van bestuur beklaagde er zich openlijk over dat het onmogelijk was om inzicht te krijgen in de financiële situatie van de groep. Fontinoy deed er alles aan om haar weg te krijgen. Toen er uiteindelijk een audit kwam, was het Fontinoy zelf die besliste wie de auditeurs te horen kregen. ‘Die audit diende dus tot niets’, verzucht het voormalig lid van de raad van bestuur. Zijn positie was onaantastbaar omdat Reynders hem de hand boven het hoofd bleef houden.

Enveloppes en smoking guns

Eigenlijk hoeft het niet te verbazen dat de MR niet wil reageren op het boek van Engels, want dat is bepaald schadelijk voor het imago van de huidige Europese Commissaris. Reynders wordt in zijn functie verondersteld de rechtsstaat te beschermen, maar Engels toont aan dat Fontinoy al die jaren autonoom kon functioneren en wetten en regels kon overtreden. Harde bewijzen dat hij een corrupt systeem van steekpenningen invoerde zijn er niet omdat die transacties uiteraard steeds in het verborgene gebeuren. Maar het aantal mensen dat in het boek anoniem daarover getuigt is wel indrukwekkend. Diverse bronnen beweren dat Fontinoy onbeschaamd naar een ‘enveloppe’ vroeg. Die werd dan opgehaald door een chauffeur. Het gebeurde zelfs dat een chauffeur met een bankkaart van een bedrijf bedragen ging afhalen aan de geldautomaat.

Natuurlijk is het altijd zeer moeilijk om een corrupt systeem met sprekende bewijzen aan te tonen. Een ‘smoking gun’ heeft auteur Engels niet. Maar hij vernam wel dat wie het systeem in vraag stelde, afgedreigd werd op weinig subtiele wijze, tot en met familie en kinderen.

Van Berlaymont tot het Rijks Administratief Centrum

Fontinoy had al vroeg in de carrière van minister Reynders zijn systeem op punt gezet, bij de zeer dure afwikkeling van het asbestprobleem van het Berlaymontgebouw. Fontinoy speelde volgens Engels belangrijke informatie over overheidsopdrachten door naar bedrijven, die zo perfect konden inspelen op een openbare aanbesteding en die informatie met ‘enveloppes’ vergoedden. Dat ging zo met het Rijks Administratief Centrum (RAC) op de Brusselse Esplanade, waarnaar de hoofdzetel van de federale politie verhuisde, onder impuls van voormalig politiechef Glenn Audenaert. In 2003 kocht Breevast, het immobiliënbedrijf van de Nederlandse ondernemer Frank Zweegers, samen met Immobel het RAC van de Belgische staat. Reynders was daarbij betrokken als voogdijminister van de Regie van Gebouwen. De Inspectie Financiën had al bedenkingen bij de manier waarop de aanbesteding haast gedicteerd leek aan Breevast. Maar op een merkwaardige manier hadden die kritische nota’s geen gevolgen. Audenaert moet binnenkort terecht staan voor corruptie. Fontinoy, de man achter het systeem, wast zijn handen in de onschuld.

De Belgische Staat verkocht het RAC voor 27 miljoen. Elf jaar later werd het voor bijna twaalf keer die prijs opnieuw verkocht. Philippe Engels brengt ook de sale-and-lease-back-politiek van de toenmalige regering Verhofstadt-Reynders in herinnering, die op eenzelfde manier als bij het RAC overheidsgebouwen verkocht om ze meteen weer te huren. Om de begroting op te smukken gebeurden die verkopen te haastig en werden de meeste gebouwen ver onder de werkelijke waarde verkocht. Niet alleen daar ging veel geld verloren, maar ook door de lange en dure huurcontracten die de regering meteen ondertekende en die de staat met een decennialange schuld opzadelden. En telkens weer bleek dat de nieuwe eigenaars de gebouwen achteraf met astronomische winst door verkochten.

Kazachgate

Reynders blijft niet altijd op de achtergrond als de minister die deed alsof hij niet wist wat zijn medewerker Fontinoy uitrichtte. Er is een dossier waarin hijzelf volop in de schijnwerpers staat: Kazachgate. Hier zorgde Reynders ervoor dat drie Kazachse zakenlui tegen wie een Belgisch onderzoek naar corruptie liep met een minnelijke schikking wegkwamen. Daarvoor moest de wet aangepast worden. Reynders was toen minister in een regering van lopende zaken. Zijn aanpassing van de wet in die periode gaat tegen alle regels in.

Reynders deed die ongebruikelijke ingreep op verzoek van Frankrijk. Dat land stond op het punt om een belangrijk wapencontract af te sluiten met Kazachstan, dat als voorwaarde stelde dat de drie zakenlui niet vervolgd zouden worden. Door de Belgische justitie wel te verstaan, waarover Frankrijk geen macht heeft. Maar Engels verklaart het ongebruikelijke ingrijpen van Reynders door diens beate bewondering voor de Franse president Nicolas Sarkozy, die ooit een grote indruk had gemaakt toen Reynders, toen hij eregast was op een verkiezingsmeeting. Sindsdien tutoyeerden Nicolas en Didier elkaar. Sarkozy werd ‘hyper-president’ genoemd, als een almachtige zelfingenomen zonnekoning en Reynders zag zichzelf graag als een Belgische versie hiervan. Om zijn Frans idool te plezieren, begaf Reynders zich op bijzonder glad ijs. Hij riskeerde hier zijn politieke reputatie. Dat hij dit durfde zegt alles over zijn gevoel van straffeloosheid…

Het mannetje van Reynders op de Staatsveiligheid

Reynders komt verder nog op een kwalijke manier in beeld bij de benoeming van een kabinetsmedewerker op een speciaal voor hem gecreëerde post binnen de Staatsveiligheid toen daar onderzoek gebeurde naar acties waarbij Reynders betrokken was, zoals Kazachgate. Ook het vrijmaken van sommige, maar niet alle Belgische fondsen die in Libië geblokkeerd waren was onder de aandacht van de Staatsveiligheid gekomen. De zeer invloedrijke ondernemer Aldo Vastapane, die altijd een goeie band had met de voormalige koningin Paola en haar zoon Laurent, had Fontinoy naar verluidt veel geld toegeschoven om het geld van de stichting van Prins Laurent vrij te maken. Maar Laurent kwam nooit aan zijn geld, in tegenstelling tot Luikse bedrijven, zoals FN, uit de kiesomschrijving van Reynders.

De nieuw benoemde chef op Staatsveiligheid zorgde er volgens Engels voor dat er geen gevolg werd gegeven aan de kritische blik van de enquêteurs. Hij beweert ook dat minister Reynders een voorstel klaar had om klokkenluiders het zwijgen op te leggen.

Het fortuin van Fontinoy

De zwijgzame liberalen die toch iets kwijt wilden, geven wel toe dat Fontinoy ‘borderline’ was, wat eigenlijk betekent dat ook zij weten dat de medewerker van Reynders er de financiële kantjes afliep. Maar ook anoniem komen ze niet veel verder dan dat ‘de pagina Fontinoy’ nu toch omgedraaid is. Als bewijs halen ze hierbij aan dat de medewerker van Reynders niet heeft kunnen rekenen op een postje in de laatste ronde van de politieke benoemingen. Over Reynders zelf wordt dan weer gefluisterd dat die zou denken dat de storm eens te meer zal overwaaien.

Maar het verhaal zou toch een staartje kunnen krijgen. Want bepaald bezwarend voor Fontinoy is de eenvoudige vraag hoe die er in geslaagd is om met zijn loon als voorzitter van de NMBS een kasteel te kopen in Mozet en zowat de helft van dat pittoreske Waalse dorpje. Engels somt het patrimonium op van de vertrouweling van Reynders : drie kastelen en een vijftigtal huizen en appartementen. Dat daar een geurtje aan zit kan haast niet anders.

Tegen Jean-Claude Fontinoy lopen momenteel twee gerechtelijke procedures. De eerste gaat over de merkwaardige financiële werking van de vzw ‘Les Plus Beaux Villages de Wallonie’ waarvan Fontinoy schatbewaarder is. Er waren al eerder vragen bij de stroom geld naar de vzw van belangrijke sponsors zoals Ackermans en Van Haaren. Waarom Vlaamse bedrijven zo gul waren voor een kleine Waalse vzw is een vraag waarop het gerecht graag een antwoord krijgt. Het is niet moeilijk om een verband te zien tussen de sponsoring van die bedrijven en de overheidsopdrachten die ze via Fontinoy mochten uitvoeren.

Gewetenloos

Het is goed mogelijk dat het boek van Philippe Engels zonder enig gevolg blijft. Fontinoy en zijn beschermheer Reynders hebben jaren ongestoord hun systeem mogen uitbouwen. Het zou MR-voorzitter Bouchez in ieder geval tot eer strekken als hij zou aandringen op een rechtvaardig onderzoek naar de waarheid en de voorbije praktijken van de liberale topminister en zijn gewetenloze medewerker.

Eigenlijk zou er onmiddellijk vanuit België al zeker iets moeten gebeuren. Want Engels toont met een foto, die al ruim verspreid werd in de media, aan dat Fontinoy, toen hij de Raad van bestuur van de NMBS voorzat, met een dienstwagen electorale propaganda voor Reynders rondreed en daarvoor werknemers van de spoorwegen optrommelde. Dit zijn het strafbare praktijken die het einde betekenden van de politieke carrière van Joëlle Milquet (CDH) en Anne-Marie Lizin (PS). Als deze feiten eerder waren uitgebracht, dan had dit zonder twijfel het einde betekend van de carrière van Reynders.

Een splinterbom

Dit is vooral een boek over een vooraanstaand politicus en zijn naaste medewerker die zich hebben laten kennen door ongebreideld cynisme en eigenbelang en aan wie elk besef van publiek belang vreemd is. Reynders koppelde zijn grote politieke intelligentie aan een arrogant misprijzen voor de rechtsstaat. Als zelfs maar een deel van de aanklachten tegen hen bewezen kan worden, is er meer dan reden genoeg om hen ter verantwoording te roepen. Als dit ook nu niet gebeurt, en het Parlement om partizane redenen de andere kant uit kijkt, verliest de Belgische klasse elke respectabiliteit en kan ze schuldig verzuim verweten worden.

‘Le Clan Reynders’ is een klein boekje, maar enkel door zijn omvang ; het is geen tweehonderd pagina’s dik. Het compact, maar goed geschreven. Het is te hopen dat er snel een Nederlandse vertaling komt. De inhoud zou in elke democratie die zichzelf in leven wil houden, moeten inslaan als een splinterbom. In 13 hoofdstukken en een epiloog is auteur Engels onverbiddelijk voor een systeem dat door Jean-Claude Fontinoy, die minister Reynders jarenlang beschermde, ongestraft is geperfectioneerd. Tekenend is ook dat de auteur, die al eerder artikels over hetzelfde thema schreef in het tijdschrift Medor nooit bedreigd werd met een proces en er nooit enig verzoek op recht op antwoord kwam. Eigenlijk komt dit neer op een schuldbekentenis, maar vooral als een teken van zekerheid dat in dit land politici zich zowat alles kunnen permitteren.

Medeschuldig ‘par personne interposée’

Reynders kan zich verdedigen dat hij niet schuldig is aan de handelingen van Jean-Claude Fontinoy. En van enige zelfverrijking van Reynders zijn geen bewijzen. Maar dat zou betekenen dat Fontinoy volledig autonoom functioneerde en opbrengsten voor zichzelf hield. Als Reynders niet op de hoogte was van het duistere werk van Fontinoy, dan kan hem zeker nalatigheid bij de keuze van zijn medewerker verweten worden.

Als hij er wel van wist, is hij medeschuldig ‘par personne interposée’. Het valt te hopen dat een paar van onze vertegenwoordigers in het Europese Parlement Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen hierover zullen durven te interpelleren.

De clan Reynders is vanaf 10 september verkrijgbaar in een nederlandse vertaling – tijdelijk tegen een voordeelprijs, uiteraard in onze online boekhandel boeken.doorbraak.be

 

Luckas Vander Taelen