De Belgische ruimtevaartmissie

De Zuidpool is sedert een eeuw ook ons territorium. Adrien de Gerlache opende in 1897 Antarctica voor Belgisch geld en Belgisch patriotisme. Julian Sancton, een Amerikaan, schreef een waarheidsgetrouwe thriller over de Belgica en zijn avonturiers. Uitstekende lectuur tussen Kerst en Oudjaar.

Laatste maagdelijke werelddeel

Amerikaanse astronauten leren uit de handboeken van NASA hoe ooit te overleven op Mars. De manuals zijn mee geïnspireerd door de Zuidpoolexpeditie van Adrien de Gerlache. Op een zomerdag in 1897 wuifden 20.000 sympathisanten in Antwerpen de Belgica uit.

De Zuidpool was de bestemming en een van de oogmerken was het vinden van de zuidelijke magneetpool. Kratten tonite zaten in het ruim, een sterkere springstof dan dynamiet, om de ijsbarrières te splijten. De Zuidpool, of Antarctica, was het laatste maagdelijke werelddeel. De kustlijn was vaag geschetst door walvisvaarders en een raadsel bleef of de witte klomp een vasteland was of een ijslaag. De Belgica bracht de oplossing naderbij, want onder de Zuidpool ligt vaste aarde.

Een droom

De droom van de 31-jarige Adrien de Gerlache de Gomery, met het adellijke kasteel in Zingem, Oost-Vlaanderen, ging in vervulling na drie jaar plannen, bedelen en rekruteren. De weldoener van de expeditie was Maman O, zoals Adrien haar noemde. De forse 54-jarige weduwe en societyvrouw, Léonie Osterrieth, douarière van het Duits-Antwerpse koopmansgeslacht.

Voor de bemanning van de Belgica was zij ‘Mère Atlantique’. De driekleuren wapperden, schone schijn was dat. Het vertrek had weinig uitstaans met het getoonde patriotisme bij de afvaart maar alles met de wilskracht van Adrien de Gerlache. Het geslacht de Gerlache leverde nobelen aan de zuidelijke Nederlanden vanaf de 14de eeuw, laboreerde aan de Belgische Grondwet en bestierde mee de eerste regeringen na 1830.

Multinationaal

De crew van de Belgica was multinationaal (aanvankelijk 13 Belgen en 10 vreemdelingen), meertalig, opstandig, kregelig en de ruzies waren veelvuldig. Officieren tegen de bemanning, Noren tegen Belgen, Vlamingen tegen Walen, … Na gerommel vond de reis een Amerikaanse geneesheer, met een richtinggevend dagboek, die zwakke studies had gedaan. Deze dr. Frederick Cook was snugger, een praatjesmaker plus een oplichter, wat later tot onverkwikkelijke neerslag leidde.

Adrien de Gerlache sloot zich op in zijn kajuit, had een heilige schrik van heibel met de ploeg en liet het sussen en bemiddelen over aan de jonge Noorse Roald Amundsen. Die laatste monsterde aan om ervaring op te doen voor zijn later geplande, en uitgevoerde, poolreizen. Amundsen leerde Nederlands in Antwerpen om bevelen te kunnen geven.

Het schip kende een eerste muiterij voor het de Zuidpool bereikte en ratten, die dramatische medereizigers werden tijdens de overwintering, kwamen aan boord op de laatste reguliere ankerplaats voor de Belgica laveerde naar de pool. Geruchten over de opstandigheid bereikten de Belgische pers die er lawaai over maakte. Vier muitende Belgen werden gedrost.

Het romantische streven

De reis van de Belgica was verkocht bij de geldschieters als een wetenschappelijke expeditie, de waarheid was dat zij hoofdzakelijk het romantische streven was van Adrien de Gerlache. Eerlijkheidshalve, in de eerste drie weken van de tocht, werden 400 specimen gevonden (planten, algen, diertjes). Waarvan 110 onbekende. En, het laboratoriumpje van Emile Racovitza, de hoofdwetenschapper van de crew, werd een mini-museum.

Met ups en downs werd de kennis van de Zuidpool rijker door de Belgica. Het schip stoomde door een lege zeekaart met fata morgana’s, letterlijk terra incognita. Het schip en zijn bemanning waren niet ingesteld op een overwintering op de Zuidpool maar geraakten hopeloos vast in de ijswoestenij wat tot ontzetting, berusting en spanningen leidde. Iedereen was tegen de drie maanden donkerte in het ijs maar het noodlot besliste anders.

Verrader

Adrien de Gerlache kreeg het verwijt een verrader te zijn want zou de gevangenschap in het ijs gezocht hebben tegen zijn beloften in bij het begin van de expeditie. Het pakijs was een notenkraker voor de Belgica. Dr. Cook had gelukkig ervaring door zijn arctische poolreis met de Amerikaan Robert Peary en een noordelijke overwintering in een hut op een rots. Wat een heel andere situatie was dan de krakende Belgica in zijn beweeglijke ijsomsingeling die letterlijk en snel een doodswade kon zijn.

Scheurbuik bedreigde de crew en Cook bracht de oplossing met zijn arctische ervaring want wist hoe de eskimo’s pinguïns uitbeenden en kookten voor de noodzakelijke vitaminen. Seks aan boord, of het gebrek eraan, spitste de spanningen toe en ook daarvoor had Cook met schunnige praat een oplossing.

Een bemanningslid, de jonge Noor Carl August Wiencke, liet het leven in de ijskoude wateren van Antarctica ondanks de heroïek van dr. Cook en kapitein Lecointe. De Belgica en de crew bleven leven en de expeditie kreeg over de decennia de allure van een Belgische ruimtevaartmissie.

Julian Sanctons boek is een meeslepende mengeling van reportage en romanachtige verbeelding. Hij snuffelde maanden in de familiepapieren van de Gerlaches en in Belgische archieven. De lectuur verveelt geen seconde. Zijn materie kent Sancton zo goed dat hij zelfs het onderscheid maakt tussen Dutch en Flemish wat attent is van een Yankee.

Frans Crols