Dante voor fijnproevers

‘Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt’. Wie bij het lezen van deze zin onwillekeurig terugdenkt aan zijn of haar vroegere school, heeft ongelijk. Kans is namelijk klein dat Dante Alighieri (1265-1321) bij het schrijven van zijn magnum opus oud-leraars in gedachten had. Hoe het ook zij, de Florentijn wordt quasi automatisch in verband gebracht met zijn magistrale werk over het hiernamaals. Zijn spreekwoordelijke reis door hel, vagevuur en paradijs heeft Dante – excusez le mot – onsterfelijk gemaakt.

Meesterwerk in de volkstaal

Alleen al omdat hij het gewaagd had zijn meesterwerk in het Toscaans te schrijven, een volkstaal die volgens de meeste van Dante’s geletterde tijdgenoten enkel gebruikt werd op straat en in de spreekwoordelijke kroegen. Parels voor de zwijnen dus, liet de geleerde Giovanni del Virgilio via een – uiteraard in het Latijn opgesteld – briefgedicht aan Dante weten.

‘(…) Geletterden

verfoeien volkstaal met haar duizend dialecten

ofschoon ze onderling geen afwijking vertonen.

Daarbij, niet één uit het gezelschap waarvan u

de zesde bent, noch wie u hemelwaarts zal volgen

schreef in het taaltje van de markt.’

Weg met dat vulgair taaltje graag

Dante als nummer zes, na uiteraard Homerus, Vergilius, Ovidius, Horatius en Lucanus. Zonder uitzondering dichters die geen volkstaal gebruikten, dus weg met dat vulgair taaltje graag. Zeker voor een werk waarin zo een belangrijk thema aan bod kwam.

Dante biedt Giovanni del Virgilio op een verpletterende manier van antwoord. Hij schrijft een brief. In het Latijn. Uiteraard niet zomaar een brief. Dante kruipt in de huid van Tityrus, de legendarische herder uit Vergilius’ eerste ecloge. En net zoals de legendarische Mantuaan voor hem ooit deed, drukt hij zich uit in de eerste persoon. Auteur gaat schuil achter personage, met andere woorden. Waardoor een dubbel literair spel ontstaat waarmee Dante zijn literaire criticasters met verstomming slaat. Hij kan het dus wel, hoogstaande en vermakelijke Latijnse poëzie schrijven.

Dante kan het, Lateur ook

Patrick Lateur kan het ook, hoogstaand en vermakelijk vertalen. De man heeft het métier zodanig goed in de vingers dat hij zich met ogenschijnlijk gemak zowel taal en register van zwoele liefdespoëzie (Pervigilium Veneris, 25 jaar geleden ook uitgegeven bij Uitgeverij P) als van de grote Homeros zelf eigen maakt.

Voor de vertaling van Dante’s briefwisseling met Giovanni del Virgilio koos Lateur opnieuw voor de korte en krachtige jambische versmaat. Met hetzelfde resultaat als bij zijn gelauwerde Homerosvertalingen. De vertaling leest dan ook verdomd vlot omdat het ritme zo nauw aansluit bij het Nederlands, op zich een staccato taaltje.

Hoe heerlijk nog eens ongegeneerd elitair te worden benaderd

De lezer wordt op zijn wenken bediend. Een doordachte en uitgebalanceerde inleiding stelt Dante voor als literair-historische figuur én schetst in één beweging een ferme brok Europese literatuurgeschiedenis. Je kan zien dat Patrick Lateur zijn sporen heeft verdiend  in het onderwijs. Elk woord gewikt en gewogen neemt hij ons op sleeptouw doorheen een lang onbelicht gebleven verleden. Wie niet wil verdwalen in deze hoogstaande introductie dient er dan ook de volle aandacht bij te houden. Hoe heerlijk voelt dat, nog eens ongegeneerd elitair te worden benaderd in tijden waarin populariserende pulp de klok slaat.

Het spreekt voor zich dat literaire Spielereien van grootheden als Dante en Del Virgilio wemelen van de spitsvondigheden en dubbele bodems. Zeker wanneer hun teksten chronologisch zo ver van ons afstaan.

Rustgevend kritisch apparaat met enkele schoonheidsfoutjes

Lateur heeft geprobeerd een evenwicht te zoeken tussen tekst en omkadering. Heel rustgevend dat hier niet wordt gewerkt met een schier eindeloze lijst nummertjes in de tekst die dwingend naar een kritisch apparaat verwijzen. Wie dat wenst, kan achteraan in het verzorgd uitgegeven boekje terecht voor annotaties die de lezer vrijblijvend kan raadplegen.

Niet alles staat uitgelegd, gelukkig maar. Toch had het soms wat meer mogen zijn. ‘Tanden van een molos’ bijvoorbeeld, krijgt als uitleg ‘Cangrande I della Scala van Verona belegerde Padua in (sic) 5 augustus 1319, maar zal verslagen worden in de slag van Bassanello op 26 augustus 1320.’ Een voetnoot die bij de meest hermetische hoort die ik al onder ogen kreeg.

Een schot in de roos

Toch doen zulke details geen afbreuk aan het feit dat deze vertaling van Patrick Lateur (alweer) een schot in de roos is. Extra mooi meegenomen is dat de brontekst links afgedrukt wordt, zodat de lezer kan schakelen tussen Latijn en vertaling. Altijd fijn om op die manier een beetje te worden ingewijd in de keukengeheimen van de vertaler.

Ietwat verstopt achteraan in het boek vind je als spreekwoordelijke uitsmijter Dante’s grafschrift, zoals dat geschreven werd door Giovanni del Virgilio. Eén van vele grafschriften, voor alle duidelijkheid. Lateur vertaalt de zeven disticha respectvol in evenveel Nederlandse verzen.

Een aanrader dus, zeker voor wie in het secundair ooit heeft kunnen proeven van Vergilius’ Eclogae. Het literaire spel tussen Tityrus en Meliboeus zal ongetwijfeld een glimlach opwekken, die mijlenver afstaat van wat Dante onder de hel verstond.

 

Het boek is nog verkrijgbaar bij de vertaler: https://patricklateur.be/portfolio/herderszangen-dante-alighieri/

 

Pieter Van den Bossche