Benno Barnard pakt uit met proustiaanse debuutroman

Nooit te oud om te debuteren als romanauteur, toch? Afscheid van de handkus heet de eerste hybride roman van Benno Barnard die eind januari 2023 verschijnt. We mochten het begin van deze merkwaardige memoires al even inkijken.

Wieg van de beschaving

Voor de Doorbraak-lezer is Benno Barnard al lang geen onbekende meer. Zijn uitgepuurde, sensuele dagboekstijl die hier om de twee weken te degusteren valt, laat hij nu los in een fictieve setting. Nu ja, fictief. De Joodse boekenantiquaar Nathan Raab – bijna een anagram van Barnards familienaam – vertelt er over zijn literaire en geestelijke omzwervingen die als twee druppels water op Barnards eigen spirituele odyssee lijken.

Dat Afscheid van de handkus opent met de herinneringen van de vierjarige Hongaarse jood Nathan aan zijn vader, is een echo van de band die de achtenzestigjarige domineeszoon Barnard zelf had met diens vader-schrijver Willem Barnard (1920-2010): ‘Onder het grote bureau verrijzen zijn broekspijpen als zuilen naast mijn vier jaar; eerst speel ik nogal zoet met een autootje, dat om zijn schoenen heen telkens weer hetzelfde snijpunt passeert, tot deze ontdekking van de lemniscaat me begint te vervelen; dan richten mijn jeugdige zintuigen zich in die kleine ruimte op de geur van zijn pijptabak, waarvan de rook in allerlei interessante arabesken langs komt drijven, daarna op het vervaarlijke kraken van de draaibare bureaustoel, die op zijn zware stalen veer voortdurend van positie verandert, als een schommelend schip dat soms slagzij maakt, en vervolgens op de tweed van mijn vaders pantalon, waar ik behoedzaam met een vinger langsstrijk.’

Virtuoze stijl

Zoals boven geciteerde eloquente volzin demonstreert, zoekt Barnard in deze debuutroman de grenzen op van zijn virtuoze stijl, het alfa en omega van zijn schrijverscredo. Hij bevindt zich daarmee in het exquise gezelschap van Gustave Flaubert en Vladimir Nabokov om maar enkele grootmeesters van het moderne literaire proza te noemen. Wie Barnards tweewekelijkse journaalaantekeningen volgt, weet dat hij de laatste jaren Marcel Proust heeft geëxploreerd. Blijkbaar heeft die lectuur hem des te meer gesterkt om zich zonder voorbehoud over te geven aan het glansvol evoceren van een verloren wereld.

Barnard is altijd verslingerd geweest aan de literaire en intellectuele traditie van het Midden-Europa van Stefan Zweigs De wereld van gisteren in het algemeen en van de Europese modernistische letteren in het bijzonder. Al van bij zijn debuut in de jaren ’80 met de poëzie van Klein Rozendaal (1983) en het proza van Uitgesteld paradijs (1987) schreef hij zijn eigen biotoop nadrukkelijk in die literaire traditie in. De elegantie waarmee hij die krachttoer volbracht, leverde hem een trouwe schare van fans op.

Ondertussen verdiepte Barnard zijn esthetisch ingénu en vijlde er stilaan maar zeker de maniëristische krullen af. Ouder en wijzer geworden allicht, ging hij nog meer naar de essentie peilen. Zijn laatste publicaties – van Dagboek van een landjonker (2013) tot Zingen en creperen (2019) – winnen daardoor aan belang. Eindelijk durfde Barnard het blijkbaar aan om zijn dagboekstijl quasi-organisch te laten uitwaaieren tot een roman waarin hij deze keer onverbloemd het eigen leven en lijden ter sprake brengt. Barnard vervelde dus van een woordbezeten schoonschrijver tot een volleerde meester van het modernistische proza. In die zin is dit Afscheid van de handkus dus ook te lezen als een portret van de artiest als oudere man.

Dode dochtertje

Natuurlijk is Barnard zo gewiekst om er speels als steeds de eigen dada’s in binnen te smokkelen. Barnards bijna 500 bladzijden dikke zoektocht naar de verloren tijd opent hier al onmiddellijk met wat volgens Barnard de wieg van de Europese beschaving is: het Midden-Europa waar Duitse Joden als Joseph Roth thuis in waren en dat nu helemaal dreigt ondergesneeuwd te geraken. Uiteindelijk mondt het zogenaamde journaal van deze Nathan Raab uit in een kleine roman waarin de wereld van Barnards ouders wordt opgeroepen en waarbij schrijver-vader-echtgenoot Barnard ten slotte zelf meer en meer voor het voetlicht treedt.

Barnard legt in een mail de opzet van zijn boek als volgt uit: ‘In beide delen van dit tweeluik gaat het om de nostalgie over het verstrijken van mijn leven. Het ware hoofdpersonage is mijn dode dochtertje. Ik dis de lezer mijn stijl op als een antidotum tegen de dood.’

Barnard verloor in 2018 zijn Indiase adoptiedochter Anna die toen omkwam in een auto-ongeval in de States en die sindsdien in zijn werk blijft rondspoken. In december 2018 schreef Barnard hier nog een in memoriam voor zijn plots overleden dochter.

Champions League

Barnards hybride roman met zijn mengeling van dagboek én vertelling doet denken aan de essayerende romans van Ian McEwan, Julian Barnes en Martin Amis. Amis pleegde trouwens twee jaar terug een gelijkaardig boek als Barnard nu. Diens Uit de eerste hand (Inside story), dat expliciet het epitheton roman meekreeg, is een mengeling van literaire aperçu’s en autobiografische fantasieën. Hij vertelt er onder andere in hoe hij als jonge auteur-literair journalist samen met McEwan, Barnes en politiek oorlogsjournalist James Fenton in een piepklein Londens redactiekamertje samenhokte om er recensies en literaire interviews voor het magazine New Statesman te maken.

In die hoedanigheid reisde hij de hele wereld rond en werd hij goed bevriend met de Joods-Amerikaanse sterauteur Saul Bellow. Barnard deed ooit hetzelfde – maar dan op een iets bescheidener schaal – met zijn mentor-vriend Herman de Coninck toen ze Nieuw Wereldtijdschrift runden. Barnard en De Coninck brachten in hun magazine trouwens de Viëtnamese oorlogsverhalen van Fenton. En Barnard ontwikkelde er zijn Angelsaksische literair-journalistieke stijl die McEwan & co zo beroemd zou maken. Om maar te zeggen dat Barnard met Afscheid van de handkus zich zonder meer op Champions League-niveau beweegt.

Eerste en laatste roman

Barnard bewees herhaaldelijk een opmerkelijke dichter, vertaler en journaalschrijver te zijn. Zelf gaf hij te kennen dat hij het bij deze ene hybride roman zou willen houden: ‘Het is mijn eerste en ongetwijfeld ook mijn laatste roman. Ik heb altijd precies één roman willen schrijven.’ Hopelijk verandert hij nog van mening.

Frank Hellemans