Ben Crabbé doet een Couperusje

Hoe alternatief is de virtuele VRT-Boekenbeurs straks, en hoe breng je in godsnaam literatuur gepast onder de aandacht zonder haar ziel te verkopen?

Ben Crabbé toont hoe het moet, en geeft er zelfs een minicollege over. Het gebeurde in de tweede, individuele ronde van Blokken afgelopen week dat beide kandidaten sprakeloos bleven bij het trefwoord ‘Louis Couperus. Sterker nog: ze konden de familienaam amper uitspreken, laat staan hem als schrijver situeren. Maar dat was dus buiten Crabbé gerekend die ter plekke de Nederlandse actrice Pleuni Touw imiteerde toen ze in het tv-feuilleton naar Couperus roman De stille kracht in een legendarische scène de doden bezwoer om de levenden eindelijk met rust te laten.

Literair geweten

Stemmenimitator Crabbé begon vervolgens voluit te vertellen over wat een knappe romanauteur Couperus wel was, somde enkele van zijn bekendste werken op en kwam tenslotte uit bij Eline Vere, de Nederlandstalige tegenhanger van Flauberts Madame Bovary en zeer terecht een van de vijftig canonieke werken van de recente Nederlandstalige literaire topstukkenlijst.

Zo kan het dus ook op de televisie. In prime time uitweiden over wat iedereen zou moeten hebben gelezen zonder pedant over te komen of de handige commerciële jongen uit te hangen. De quizmaster van Blokken ontpopt zich meer en meer tot het literaire geweten van de openbare omroep die echter blijkbaar ook niet vies is van literaire sponsored content zonder daarvoor uit te komen.

Infrastructuur lenen

Er was immers in diezelfde week heel wat te doen over de deal die de VRT had afgesloten met Boek.be, de uitgeversvereniging die traditioneel de Boekenbeurs organiseert. Boek.be garandeert de uitgevers om tegen betaling van 500 euro per schrijversgesprek van 15 minuten tussen 1 en 11 november straks een ‘alternatieve gestreamde Boekenbeurs op VRT.NU te brengen, ondersteund met online auteurspaginas. Momenteel zouden er op die manier al 300 interviews zijn geboekt.

VRT-radiopresentator Tom De Cock die instaat voor de interviews opereert naar eigen zeggen 100 procent in opdracht van Boek.be als freelancer-zelfstandige maar de literaire praatjes worden wel op VRT.NU uitgezonden. Kortom, de VRT ‘leent haar infrastructuur – de captatie van het gesprek gebeurt trouwens ook door VRT-cameras – om opdrachtgever Boek.be ter wille te zijn en krijgt voor die hand-en-spandiensten allicht een niet nader genoemd bedrag.

Pseudo-evenement

Op die manier dreigt deze zogenaamde alternatieve Boekenbeurs een zoveelste geval van sponsored content te worden: een pseudo-evenement met door adverteerders-sponsors betaalde en dus aangestuurde boekeninformatie. Het genre zit al enkele jaren in de lift omdat adverteerders voor hun reclame een meer efficiënt doorgeefluik zoeken dan de traditionele reclamespots die vaak worden weg gezapt of over het hoofd gezien. Alle Vlaamse mediaredacties – al dan niet via de marketingafdeling – hebben nu een dergelijke commercieel-journalistieke dienst die tegen betaling van sponsors afgeleid nieuws op een journalistiek verantwoorde manier rond de merken in kwestie brengt. Het Laatste Nieuws noemt dit zeer toepasselijk ‘servicejournalistiek. Dat de geloofwaardigheid van de traditioneel onafhankelijke journalistieke inhoud daardoor in het gevaar komt, hoeft nauwelijks gezegd.

Fake news is overal blijkbaar, zelfs op de VRT. De VRT, als openbare omroep, hoeft toch niet mee te doen aan dit commercieel-journalistieke opbod? Het was drie jaar geleden nog te beleven bij de VRT-sportredactie. Sterreporter Ruben Van Gucht fietste vooraf een alternatieve Ronde Van Vlaanderen bij elkaar, maar vroeg duizenden euros aan de gemeentebesturen van de sympathieke heuveldorpjes langs Vlaamse wegen waar hij rond pedaleerde met de VRT-cameras in zijn zog. Niet elk gemeentebestuur liet zich chanteren, maar de meerderheid zag er wel toeristisch brood in. Een gelijkaardige deal werd nu blijkbaar tussen VRT en Boek.be beklonken. Of de literatuur  van dergelijke afspraken beter wordt, is maar de vraag.

Te pletter amuseren

Natuurlijk geniet literatuur lang niet meer de status die ze tot pakweg veertig jaren geleden had. Toen fulmineerde Herman de Coninck tegen de beeldcultuur die de (literaire) woordcultuur dreigde te verdringen. Paul de Wispelaere ging, in het spoor van Neil Postmans mediakritiek dat we ons te pletter amuseerden, fel te keer tegen de dwaze, gedachteloze quiz-cultuur op tv die feiten en feitjes boven context en echt inzicht celebreert. Piet Piryns hekelde de verkleutering van de media.

Veertig jaar later heeft de digitalisering alle vormen van cultuur ingrijpend veranderd en is de hiërarchische positie van de letteren op de culturele ladder dramatisch gekelderd. Storytelling of de kunst van verhalen vertellen is daarbij ironisch genoeg alom aanwezig en populairder dan ooit – van film tot games – maar de literaire uitwerking van die verhaaltechnieken in heuse boeken loopt niet langer van een leien dakje.

Schrijvers zijn op zoek naar een tweede adem en keren na de postmoderne stijlavonturen terug naar realistische verhalen over hun moeders, vaders, familieleden tijdens de collaboratie, kortom, echt gebeurde documentaire vertellingen in eigen kring die zo van de televisie lijken te zijn weggeplukt. Er zijn eerlijk gezegd maar weinig auteurs die met hun literair ambacht het origineel van de reality-tv in hun romans overtreffen.

Literatuur beleven

Wie dus de schriftliteratuur terug wil geven, waar ze recht op heeft, staat voor een moeilijke opgave. Aandacht vragen voor schrijvers en hun boeken zou eerst en vooral moeten gebeuren op onderwijsniveau door bevlogen leraars Nederlands die met de nodige scholing en didactische instrumenten de literaire erfenis – van Louis Couperus en Guido Gezelle tot Harry Mulisch en Hugo Claus– aan jongeren kunnen doorspelen. Daarbij zou een literair-historische canon alleszins kunnen helpen.

Zeker nu blijkt dat in de huidige nieuwe eindtermen al vanaf de tweede graad Algemeen Secundair Onderwijs opnieuw ‘literatuur in het Nederlands beleven expliciet op het menu staat. Zelfs de socioculturele situering van die literatuur  wordt van onder het stof gehaald tot en met richtlijnen om literaire stromingen, zoals de romantiek en het realisme, niet te vergeten. Om maar te zeggen dat de urgentie om literatuur in al haar facetten opnieuw op de onderwijsagenda te plaatsen – al dan niet met canonieke ondersteuning – blijkbaar eindelijk tot in de hoogste politieke echelons is doorgedrongen.

Nu nog de onderwijspraktijk en dan hoeft Ben Crabbé binnen tien jaar bijvoorbeeld geen Louis Couperusje meer te doen.

Frank Hellemans