Arm Vlaanderen en het rijke oeuvre van Gaston Durnez

Gaston Durnez (1928-2019), tijdens de laatste jaren van zijn leven ook Doorbraak-medewerker, blijft hot dankzij Davidsfonds-uitgever Toon Horsten. Meest recente en nog nooit gepubliceerde tekst van Durnez is diens beschouwing over Boerenpsalm van Felix Timmermans die nu bij de heruitgave ervan verscheen als nawoord.

Spitse oneliners

Afgelopen jaar verschenen daarenboven twee andere boeken van Durnez bij de Leuvense uitgeverij: Een danser in de sneeuw, met 25 ongepubliceerde beschouwingen – zeg maar cursiefjes – die Gaston de laatste jaren van zijn fysieke leven online rondstrooide, ook op deze site. En daarnaast nog de heruitgave van De lach van Chesterton, een atypische want moeilijk te doorgronden hommage van Durnez aan zijn Engelse leermeester Gilbert Keith Chesterton, de prins van de paradox én de spitse oneliners.

Durnez schetst hier een bijzonder portret van Chesterton die even veelzijdig als Durnez onder andere detectives schreef met een katholieke pastoor in de hoofdrol (Father Brown) maar ook diepzinnige, filosofische beschouwingen ten beste gaf. Ik heb op aanraden van Durnez ooit diens Orthodoxie ter hand genomen waarin Chesterton als katholiek auteur heel onorthodox een lans breekt voor transcendentie en spiritualiteit. Geen makkelijk boek, wel integendeel, maar Durnez is zoveel meer dan een puntige plezierdichter, een scenarioschrijver voor film (van Robbe de Herts De Witte van Sichem) of de muze van Nero-maker Marc Sleen. Durnez schonk hem detective Van Zwam en Sleen antwoordde later met een prentje waarin dichter Piet Peerdezaag een gedicht voordraagt van Durnez.

Troostende mergpijpen

Trouwens wie de laatste week naar De Afspraak keek, heeft misschien Bart Van Loo de lof horen zingen van Timmermans én Durnez naar aanleiding van de mooi verzorgde heruitgave van Timmermans’ Boerenpsalm. Durnez was dé kenner van het oeuvre van de goede Fée, zoals hij bewees met zijn bio van de Lierse grootmeester, ook al heeft hij hem nooit in levenden lijve mogen ontmoeten. Toen ik met Durnez ooit een lange babbel had over zijn Timmermans-liefde, wou ik wel eens weten wat hij de perfecte inleiding vond op Timmermans’ werk, los van Pallieter, De zeer schone uren van Juffrouw Symforosa of De harp van Sint-Franciscus.

Durnez kwam toen verrassend aanzetten met Adriaan Brouwer dat één jaar na Timmermans’ dood in 1948 verscheen en dat het rebelse kunstenaarsleven van de jong gestorven 17de-eeuwse schilder Brouwer in een magistrale, baldadige directheid beschrijft. Hij las me toen bij wijze van voorbeeld de beginpassage voor: ‘Nu lig ik hier in het gasthuis, neergeslagen op het strooi van den arme. Ik voel het, ik zal hier als een hond kreveren. Adieu leven en kunst! ‘t Kan mij niet schelen. Liever jong en vol vlam de put in, dan verslenst als een oude dendereer aan zijn doodskist te zitten denken. Het leven is een soep met vier troostende mergpijpen in: de drank, de liefde, de toeback en de kunst. En daar heb ik het mijne van genomen!’

In het geval van Durnez dien je bij die troostende mergpijp die van de ‘toeback’ te vervangen door de krant. Durnez was immers een krantenman pur sang die met zijn sociale reportages over arm Vlaanderen school maakte. Reportages die trouwens niet zo lang geleden opnieuw werden opnieuw gepubliceerd als kwaliteitsvoorbeelden van onderzoeksjournalistiek.

Schoonheid van lelijke wereld

Durnez had iets met arm Vlaanderen – heel veel zelfs – omdat hij er zelf een telg van was. Hij werd in 1928 als zevende zoon van een fabrieksarbeider in Wervik geboren. Vier van de andere kinderen stierven als kleuter. Vader Durnez kon zijn gezin niet onderhouden en Gaston verkaste als driejarig pleegkind naar het Pajottenland, meer bepaald Asse waar zijn groottante Fine hem de weg heeft gewezen. Durnez was vrouwen in het algemeen zeer genegen, maar als hij vol heimwee over Fine begon te praten werd hij pas echt lyrisch.

Het is daar in Asse dat hij in het plaatselijke boekenwinkeltje de cursiefjes van Johan de Maegt heeft leren kennen, iemand die nu helemaal vergeten is. De Maegts motto – zo vertelt Durnez in zijn autobiografisch pareltje De bolhoed van mijn vader – luidde: ‘Ge ziet hoe schoon de lelijke wereld is.’ En dat is wat Durnez, sociaalvoelend als hij was en sympathiserend met de kleine wroetende Vlaming, zijn hele leven bezighield: hoe breng ik mijn Vlaamse lotgenoot liefdevol in beeld terwijl hij in de Borinage bijvoorbeeld tijdens hard labeur als migrant in eigen land voor sale flamin wordt uitgespuwd.

Durnez ging als journalist-schrijver steevast te werk met het maken van literaire snapshots van de hoofdrolspelers met op de achtergrond het milieu waarin ze leefden. Dat deed hij in zijn bio van Timmermans, en in zijn tweedelige geschiedenis van De Standaard maar evengoed in het vlot weglezende Een mens is maar een wandelaar uit 2018 waarin hij de voor hem bepalende persoonlijkheden in zijn leven in de bloemetjes zet: van dichter Bert Decorte tot Louis Paul Boon, van Theo Lefèvre en Emiel Van Cauwelaert tot krantenmagnaat Albert De Smaele en collega-journaliste schrijfster Maria Rosseels.

Stem en geweten

Hij had gehoopt op een tweede uitgave ervan met als appendix een laatste portret van collega-journalist Hugo De Ridder dat hij apart als Hugo in de jungle publiceerde bij Doorbraak. Hopelijk vindt Toon Horsten bij het Davidsfonds straks een plek voor de heruitgave van dit boek annex De Ridder. Het is een Fundgrube voor al wie een beeld wil krijgen van hoe onze Vlaamse voorouders in het interbellum tussen de bieten en het slijk de Vlaamse samenleving van vandaag hebben opgebouwd.

Durnez schetst er ook een krachtig beeld van hoe zij als Kajotters in het spoor van kardinaal Cardijn arm Vlaanderen door hun inzet hebben opgestoten in de stroom der volkeren. Durnez ontpopt er zich in tot stem én geweten van de Vlaamse Beweging die het eigen volk niet in de steek laat maar mee gidst op weg naar betere tijden.

Het is geen toeval dat uitgerekend Durnez door Godfried Lannoo gevraagd werd om de driedelige encyclopedie van de Vlaamse Beweging te superviseren. Durnez vertelde me later dat dit hem veel zweet, bloed en tranen heeft gekost. Maar ook hier weer heeft zijn engagement blijvende sporen getrokken. Straks verschijnt een derde editie van deze encyclopedie, niet langer in print maar online.

Bio over fenomeen Durnez

Enkele jaren voor zijn dood liet Durnez zijn archief naar het Antwerpse Letterenhuis overbrengen. Benieuwd of er straks jonge letterenonderzoekers mee aan de slag gaan. Ook om bijvoorbeeld een bio te schrijven over het fenomeen Durnez: van drievoudig Belgisch kampioen dactylo (100 woorden per minuut) tot tekstschrijver van liedjes én pionier van het literaire tv-programma ‘t Is maar een woord op de Vlaamse tv begin jaren 60. Allicht kom er daarbij nog heel wat ongepubliceerd werk aan het licht.

Frank Hellemans