2021 het jaar van de (auto)biografie: van Conscience tot Delphine Lecompte

Meer dan ooit is afgelopen jaar het leven van de schrijvers zelf de inzet van de Vlaamse literatuur geworden. De literaire biografieën over Hendrik Conscience en netwerker Emmanuel de Bom geven samen een tijdsbeeld van anderhalve eeuw Vlaamse literatuurgeschiedenis. In het literaire proza gooide Delphine Lecompte hoge ogen. Zij maakte haar aparte persoontje tot onderwerp van controversiële columns die een pleidooi zijn voor ieders unieke levenswandel.

Hovenier en griffier

Eindelijk is ie daar: de langverwachte biografie over de man die zijn volk leerde (voor)lezen. Johan Vanhecke die sinds 1983 in het Letterenhuis als hoofdarchivaris werkzaam was, trakteerde zichzelf en zijn lezers op een origineel afscheidscadeau. Toen hij in 2015 eindelijk zijn doctoraat over het leven van Johan Daisne had afgerond, werd het tijd om nog voor zijn pensioen die laatste klus te klaren. Met Voor moedertaal en vaderland bracht hij afgelopen jaar leven en vooral werken van Conscience minutieus in beeld.

Zijn bio is op de eerste plaats een kroniek van de manier waarop de autodidact Conscience (1812-1883) die nooit zijn middelbare school heeft afgemaakt er toch in slaagt om als schrijver van Nederduitse of Vlaamse literatuur erkenning te krijgen, én een inkomen. Als zoon van een Franse vader en een Antwerpse moeder die zijn babyjaren waarschijnlijk niet zou overleven, lukt het hem na veel vallen en opstaan om eindelijk ook internationaal als Vlaamse auteur door te breken. En zeggen dat Conscience na zijn Leeuw van Vlaanderen in 1838 nog als hovenier en later griffier is blijven werken om den brode.

Bipolair

Pas toen hij als vijfenveertigjarige in 1857 arrondissementscommissaris werd in Kortrijk, had hij eindelijk een materiële basis om voortaan min of meer onbekommerd zijn verhalen de wereld in te sturen. Nu ja, onbekommerd. Vanhecke vertelt hoe Conscience regelmatig door depressies werd geplaagd. Spijtig dat Vanhecke niet meer werk heeft gemaakt om het hoe en waarom van het bipolaire, misschien wel manisch-depressieve karakter van Conscience te doorgronden. De biografie is op de eerste plaats een rehabilitatie van de literaire grootheid van Conscience. Wie meer wil weten over de (gevoels)mens Conscience blijft op zijn honger zitten.

Laat dat nu net de sterkte zijn van de biografie De man die van mensen hield die Chris Ceustermans aan de Antwerpse auteur Emmanuel ‘Mane’ de Bom (1868-1953) wijdde. Ook De Bom was, zoals Conscience, een selfmade man die het zonder diploma moest waarmaken. Conscience was een literair natuurtalent. De Bom daarentegen was een literator, iemand die mee was met de nieuwste literaire stromingen maar zelf weinig literair baanbrekends te bieden had. Met zijn Antwerpse stadsnovelle Wrakken is hij slechts een voetnoot in de Vlaamse literatuurgeschiedenis.

Machtige boerenschoenen

Wel ontpopte hij zich reeds als tiener tot een literair woelwater die het van de daken schreeuwde dat er eindelijk vernieuwing in de morose Vlaamse letteren van zijn dagen moest komen. Als onvermoeibare netwerker legde hij contact met jonge gelijkgezinden. Met de drieënhalf jaar jongere August Vermeylen, met Cyriel Buysse en de piepjonge Stijn Streuvels zou hij daar met de oprichting van het literaire blad Van nu en straks in de jaren 1890 wonderwel in slagen.

Een van de hoogtepunten uit Ceustermans’ bio is Manes uitstapje in 1896 samen met zijn broer Joris naar Guido Gezelle in Kortrijk die hen op Manes verzoek meetroont naar de Groeninger Kouter. De Bom: ‘Ik zie hem nog op den weg, het regende wat, hij hief zijn soutane even op en ik zag zijn machtige boerenschoenen aan stevige knuisten van voeten. De hele man leek me trouwens een zeer robuuste figuur te zijn.’ Het slagveld van de Guldensporenslag bleek slechts een banaal veld dat zich in niets van de omliggende weides onderscheidde trouwens.

Treurige nasmaak

Zijn leven lang zou hij zich uitsloven om via talloze literaire initiatieven – van het opzetten van letterkundige blaadjes tot literaire evenementen (een Conscience-herdenking!), banketten en speeches – het Vlaamse literaire wereldje meer kleur te geven. Maar ondertussen ging het er in zijn privé-leven heel wat minder flamboyant aan toe. Via brieven van en aan De Bom schildert Ceustermans een smeuïg portret van De Bom die persoonlijk weinig geluk kende in de liefde, zo lijkt het. Ook al liep hij van in zijn tienerjaren bijzonder hard van stapel in zijn omgang met het andere geslacht.

Jan Lampo, ook iemand die in het Letterenhuis als archivaris opereert trouwens, zoomde daar in Clara. De geheime liefde van Emmanuel de Bom gedeeltelijk op in. Hij spitte de vier jaar durende affaire van twintiger De Bom met een Keuls barmeisje uit, met veel sprekende details en pittoreske anekdotes die na kennisname ervan toch een wrange nasmaak nalaten. Wat een boeltje was het persoonlijke leven van De Bom. Ceustermans laat met goed gekozen citaten uit De Boms correspondentie en verhaalschetsen zien hoe hij uiteindelijk een tragische figuur werd die na zijn dood vergeten werd.

Niet zomaar een zotte doos

Dat vandaag schrijvers zich in hun romans zonder gêne presenteren, is al lang geen punt meer. Zelfs een op het eerste gezicht cerebrale essayist als Stefan Hertmans voert sinds het succes van Oorlog en terpentijn zichzelf zonder schroom in de ik-vorm op. Het hoeft dus niet te verbazen dat ook een dichteres als Delphine Lecompte dat nu doet. En hoe. Nadat ze als poëtisch enfant sauvage een cultstatus in het wereldje had gekregen, brak ze nu door haar eigengereide optredens in De slimste mens definitief door. Columns in Humo deden de rest. Haar uitgeverij smeedde het ijzer terwijl het heet was, en bracht dit jaar onder de titel Beschermvrouwe van de verschoppelingen meteen twee prozaboekjes van haar hand uit.

Voor het eerst wordt duidelijk dat Lecompte niet zomaar een zotte doos is. Ze is wel degelijk een vrouw met een missie: opkomen voor al wie en wat als marginaal of politiek incorrect wordt gediskwalificeerd. Ze werd hier al in deze kolommen als patrones van de onderbuik getypeerd die op zijn Uilenspiegels een lans breekt voor het ongeregelde, onvoorspelbare verlangen dat in ieder van ons huist. En voor de goede verstaander zit er heel wat spielerei in haar fratsen, ook al herhaalt ze zichzelf misschien meer dan goed is.

Betere schelmenroman

Lecompte was dus in de Vlaamse letteren van het afgelopen jaar de meest opvallende verschijning, zeg maar. Een beetje zoals bij onze noorderburen Tobi ‘Sofie’ Lakmaker als nieuw talent op het schild werd gehesen. Diens (m/v/x) debuutroman De geschiedenis van mijn seksualiteit paste natuurlijk naadloos in het nieuwe transtijdperk. Maar Lakmaker puurt uit haar ambiguë geslachtelijke status best wel grote kunst. Een beetje zoals Marieke Lucas Rijneveld dat verleden jaar lukte. In tegenstelling tot de beeldrijke, soms al te beeldrijke Rijneveld, schrijft Lakmaker een laconiek, direct proza met een sarcastische touch die je in de betere schelmenromans tegen komt.

2021 was dus zeker geen grand cru jaar, eerlijk gezegd. Maar spetteren deed het soms wel dankzij die (auto)biografische insteek dus.

Frank Hellemans